Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Werkwijze wijzigingen doorgeven en werkbezoek in uw lopende BiB-project

Als deelnemer van een lopend BiB-project gelden er regels en procedures om over uw project te rapporteren.

Op deze pagina treft u alle algemene informatie aan over het doorgeven van wijzigingen in uw project, werkbezoeken van een adviseur van Agentschap NL.

Wijziging in de looptijd van uw BiB-project

Wijziging van de startdatum- en of einddatum van uw Bib-project bespreekt u altijd eerst met de projectadviseur van Agentschap NL. De adviseur weet wat de mogelijkheden binnen de regeling zijn. In principe moet het project binnen 3 maanden na de toekenning zijn gestart en mag een project (inclusief Fase 1) niet langer duren dan 3 jaar. Inzet voor of na de start- en einddatum kan niet opgevoerd worden in de urenrapportage en wordt niet bekostigd uit de regeling. Een voorstel tot wijziging van de looptijd moet, na bespreking met de adviseur, formeel ingediend worden. Hierop volgt een formele reactie.

Wijzigen samenstelling van het samenwerkingsverband

U bespreekt wijzigingen in het samenwerkingsverband altijd eerst met de projectadviseur van Agentschap NL. De BIB-regeling is gericht op uitbreiding van het samenwerkingsverband, maar nieuwe bedrijven of scholen kunnen geen subside meer ontvangen. Het groeimodel dat hiervoor bestond is in 2007 afgeschaft.
Er kan in bijzondere situaties wel sprake zijn van vervanging, waarbij de nieuwe partner de plaats inneemt van een oorspronkelijke lid van het samenwerkingsverband en diens verplichtingen overneemt. Een voorstel tot wijziging van het samenwerkingsverband moet na bespreking met de adviseur formeel ingediend worden. Hierop volgt een formele reactie.

Werkbezoek door adviseur van Agentschap

De adviseurs van Agentschap NL komen tijdens de uitvoering van uw BiB-project op werkbezoek. Tijdens het werkbezoek informeert u Agentschap NL Innovatie in detail over de stand van zaken van uw BiB-project. Een werkbezoek duurt gemiddeld 2 uur. Het eerste deel bestaat uit een gesprek met de samenwerkingspartners uit onderwijs en bedrijfsleven. Het tweede deel wordt gebruikt om te spreken met stagiaires en uitvoerenden en/of een rondleiding of bedrijfsbezoek. De adviseur stelt een verslag op dat tevens geldt als tussenrapportage. De projectleider ondertekent het verslag ook.

Vragen die gesteld kunnen worden zijn vergelijkbaar met de punten in de tussenrapportage: Zijn er veranderingen in activiteiten? Hoe verloopt de samenwerking? Wat is inmiddels bereikt in het verbeteren van het praktijkleren? Hoe worden de vernieuwingen ervaren? Hoe staat het met de realisatie van de kosten? Specifiek wordt gevraagd naar de verbeterpunten zoals genoemd in de toekenningsbrief van het project.


 

share
Geplaatst op: 31-05-2011|Gewijzigd op: 06-04-2012