TREIN praktijkvoorbeeld gammaonderzoek
Transitie Roadmap Energie Infrastructuur Nederland
Het doel van het TREIN-project is te onderzoeken wat het effect is van nieuwe technologieën op bestaande en toekomstige energie-infrastructuur en hoe experimenten kunnen worden opgezet om de energietransitie te versnellen. In TREIN-1 stond modelontwikkeling centraal, inclusief een economisch model. TREIN-2 richt zich op experimenten.
- EOS projectnummer: EOSLT 05017
- Aandachtsgebied: energie infrastructuur / Smart Grids
- Aanvrager: Technische Universiteit Eindhoven
- Partner(s): KEMA, Alliander en Gasunie Engineering, in samenwerking met Centraal Planbueau en de Universiteit van Amsterdam
- Contactpersoon: dr. ir. Geert Verbong
- Telefoonnummer: (040) 247 26 98
- E-mailadres: G.P.J.Verbong@tue.nl
- Looptijd: 01-01-2007 t/m 01-10-2009
Modelontwikkeling & criteria voor Smart Grid experimenten
Het project bestaat uit drie onderdelen:
- Opstellen eisen, modelontwikkeling en voorbereiding experimenten: TREIN-1.
- Opzetten en uitvoeren van experimenten op laboratoriumschaal en (kleinschalige) deelexperimenten in het veld ter validatie, verificatie en verfijnen van de modellen: TREIN-2.
- Het uitvoeren van maatschappelijke experimenten.
In TREIN-1 stond modelontwikkeling centraal, inclusief een economisch model gericht op kostenoptimalisatie om maatschappelijke kosten en baten van investeringen in nieuwe technologie en infrastructuur te kunnen beoordelen. Het project leverde een generator van realistische profielen elektriciteits-en gasverbruik voor een modelwijk om de impact van de nieuwe technologieën te kunnen bepalen. Daarnaast leverde het project een kosten-optimalisatiemodel om inzicht te krijgen in de optimale omvang en het optimale tijdstip van investeringen in nieuwe technologieën of kabels. Dit geeft inzicht in de mogelijke economische voordelen van de toepassing van Smart Grids en Smart Gridcomponenten.
Nieuw elektriciteitsnet: Smart Grids
Ons huidige elektriciteitsnet is centraal georganiseerd. Om in de toekomst mogelijk te maken dat een groter aandeel van onze energie lokaal en duurzaam wordt opgewekt, is een ander elektriciteitsnet noodzakelijk. Bovendien verwacht men dat nieuwe ‘loads’ zoals warmtepompen, airco’s en misschien elektrische auto’s, ervoor zorgen dat grotere netcapaciteit noodzakelijk is. Het simpelweg ‘verzwaren’ van het net door dikkere kabels zal hoge kosten met zich meebrengen. Door het net slimmer te maken met ‘Smart Grids’, kunnen deze kosten deels worden vermeden.
Prijsprikkels en regulering
Huidige experimenten op het gebied van Smart Grids richten zich alleen op de technische component. Hierbij vergeet men vaak dat bij de introductie van Smart Grids ook hele andere zaken een rol spelen. Nu gaat er ergens een centrale harder draaien als een consument een apparaat aanzet; in de toekomstige Smart Grid situatie is het de bedoeling dat naast technische hulpmiddelen (bijvoorbeeld lokale opslag) ook prijsprikkels ervoor zorgen dat dit vooral gebeurt op momenten met voldoende lokale opwekking (op deze momenten zijn energieprijs en het tarief voor benutting van het net dus ook lager).
Hoe moet dit geregeld worden? Wordt de consument inderdaad zo actief?
Er zijn veel ideeën en aannames op dit gebied, maar deze zijn niet altijd gebaseerd op praktijkervaringen. Daarnaast is er nog grote onzekerheid over de rol van de netwerkbeheerder en van oude en nieuwe energiebedrijven. Het huidige reguleringskader is niet goed afgestemd op dergelijke nieuwe ontwikkelingen. In het TREIN-project komen deze aspecten wel aan bod; met name de economische aspecten en vraagstukken op het gebied van regulering.
Economisch model
In TREIN-1 is vooral gewerkt aan de ontwikkeling van een economisch model. Het model zoekt het minimum van de kosten van het gehele systeem dat voorziet in de vraag naar warmte en elektriciteit. Het model maakt gebruik van de profielen die door de profielgenerator worden geleverd en kan gekoppeld worden aan het elektrische model. De kosten bevatten zowel de operationele dagelijkse kosten als de investeringskosten of kapitaalskosten. De kosten worden gedefinieerd over een periode van diverse decennia, omdat alleen dan de investeringskosten zinvol meegenomen kunnen worden. Via een disconteringsvoet worden de kosten over de tijd optelbaar gemaakt. In de beginfase van het project is veel aandacht besteed aan leren kennen van elkaars werkwijze en de gehanteerde methoden en aannames.
TREIN-2
TREIN-2 bestudeert ook de gedragsdimensie. De onderzoekers testen controlestrategieën met een simulatiemodel van het gedrag van het elektrische netwerk. Een ‘serious gaming simulatiemodel’ biedt inzicht in het gedrag van stakeholders onder verschillende reguleringsregimes. Meer informatie over de aanpak van gammawetenschappelijke vragen en een visie document treft u hieronder bij de downloads.
Downloads
- Projectbeschrijving gamma TREIN-2
- Visie TREIN-2 april 2010
- Eindrapport TREIN-1
- Thesis JS-Meijer TREIN-1
- Transitiepaden Energievoorziening TREIN Kenniskracht Sessie 7 Geert Verbong
