Schepen
HFK en HCFK koeling aan boord van schepenVoor koelinstallaties die HFK's of HCFK's bevatten aan boord van schepen zijn de verplichtingen neergelegd in de Regeling lekdichtheidvoorschriften koelinstallaties op schepen. In die regeling zijn technische eisen aan het ontwerp van de koelinstallatie vastgelegd. Daarnaast kent die regeling een aantal belangrijke bepalingen rond zorgplicht, lekcontroles, logboekplicht etc. Al deze kunt u nalezen in de regeling.
Een andere vraag is wat er voor het installeren van en werken aan koeling aan boord van schepen geregeld is over bedrijfscertificaten en diploma's. Door de voorziene beëindiging in 2011 van de STEK-erkenningsregeling is hierover onduidelijkheid ontstaan.
Bedrijfscertificaten en diploma's
De Regeling lekdichtheid koelinstallaties op schepen berust nog volledig op de STEK-erkenningsregeling. Op die wijze is bepaald dat koelinstallaties op schepen minimaal één keer per jaar moeten worden gecontroleerd door een STEK-gediplomeerd persoon die werkzaam is bij een STEK-erkend bedrijf. Die bepaling wordt vanaf 1-7-2011 (einde STEK-erkenning) geïnterpreteerd als volgt: een koelinstallatie op schepen wordt minimaal één keer per jaar gecontroleerd door een monteur koelinstallaties categorie I (nieuw diploma) werkzaam bij een bedrijf dat beschikt over een f-gassen bedrijfscertificaat.
In 2011 wordt de regelgeving koelinstallaties op schepen in overleg met de brancheorganisaties geëvalueerd.
De verdere regelgeving samengevat
De belangrijkste verplichtingen uit de Regeling lekdichtheidvoorschriften koelinstallaties op schepen luiden verder:
- De beheerder is verplicht maatregelen te treffen om lekkage van het koudemiddel te voorkomen dan wel onverwijld te herstellen;
- De resultaten van onderhoud en controle van installaties met een koudemiddelinhoud van 3 kg of meer moeten worden bijgehouden in een logboek;
-
Installaties met een koudemiddelinhoud van 3 kg of meer worden gecontroleerd op lekkage door een gediplomeerd persoon (Zie pagina Diploma's stationaire koelinstallaties en transportkoeling voor het vereiste diploma) met de volgende tussenpozen:
- Installaties met een koudemiddelinhoud van 300 kg of meer worden minimaal 1 keer per maand gecontroleerd;
- Installaties met een koudemiddelinhoud van 30 kg of meer worden minimaal 1 keer per 3 maanden gecontroleerd;
- Installaties met een koudemiddelinhoud van 3 kg of meer worden minimaal 1 keer per jaar gecontroleerd; - Installaties met een koudemiddelinhoud van 1000 kg of meer zijn voorzien van permanente detectieapparatuur;
- tijdens onderhoud of voor de verwijdering moeten de koudemiddelen worden teruggewonnen en opgeslagen (voor afvoer voor regeneratie of nietiging). De terugwinning wordt uitgevoerd door gediplomeerd personeel;
- de installaties bevatten een etiket of kenplaat, waarop is vermeld soort en hoeveelheid van het koudemiddel;
- Voor installaties die gevuld zijn met R-22 of een andere HCFK geldt op grond van de Ozonverordening dat (vanaf 1 januari 2010) de installatie alleen nog mag worden bijgevuld met geregenereerde R-22 of andere HCFK's.
Met andere woorden, het is belangrijk om tijdig te starten met het voorbereiden van de omschakeling naar een alternatief voor HCFK-installaties.
In 2011 wordt deze regelgeving in overleg met de branche organisaties geëvalueerd.
Geplaatst op: 03-05-2011|Gewijzigd op: 06-09-2011
