Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Rijkscoördinatieregeling

De rijksoverheid kan bij projecten van nationaal belang de besluitvorming coördineren. Projecten op het gebied van energie-infrastructuur die van nationaal belang zijn, worden gecoördineerd door de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I).

Besluiten tegelijkertijd en in onderling overleg

In de rijkscoördinatieregeling worden de verschillende besluiten (vergunningen en ontheffingen) die voor een project nodig zijn tegelijkertijd en in onderling overleg genomen. Het gaat naast vergunningen en ontheffingen vaak ook om een inpassingsplan van het Rijk. Dit is een ruimtelijk besluit van het Rijk, vergelijkbaar met een bestemmingsplan.

Alle besluiten voor een project worden in principe tegelijkertijd in ontwerp ter inzage gelegd. Op dat moment kan iedereen daarop een zienswijze geven. De overheden nemen daarna de definitieve besluiten ook weer tegelijkertijd, rekening houdend met de ontvangen adviezen en zienswijzen. Als een burger of organisatie die belanghebbend is bij het besluit het niet eens is met een of meer van de besluiten, kan hij beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is dus geen bezwaarfase.

Verantwoordelijkheden van betrokken partijen

Het Rijk neemt dus bij een project dat onder de rijkscoördinatieregeling valt zelf het ruimtelijke besluit. Veel verantwoordelijkheden blijven bij rijkscoördinatie echter in eerste instantie ongewijzigd:

  • de initiatiefnemer blijft verantwoordelijk voor een goede projectvoorbereiding en het aanvragen van alle benodigde vergunningen en ontheffingen;
  • de vergunningen en ontheffingen, ook wel 'uitvoeringsbesluiten' genoemd, blijven de verantwoordelijkheid van dezelfde overheden als wanneer het project niet door het Rijk gecoördineerd zou worden. De gemeenten besluiten bijvoorbeeld zélf over de aangevraagde omgevingsvergunningen waarvoor zij bevoegd gezag zijn.

De coördinerende minister bepaalt echter, in overleg met de betrokken overheden, wanneer alle ontwerp-besluiten en definitieve besluiten genomen worden. Ook verzorgt deze minister de kennisgeving en terinzagelegging van de (ontwerp-)besluiten. Alle logistieke taken van de coördinerende minister worden door Bureau Energieprojecten uitgevoerd: coördinatie met de betrokken partijen, kennisgeving en terinzagelegging, ontvangen van inspraak, etcetera.

Als een uitvoeringsbesluit op problemen stuit, heeft de coördinerende minister de mogelijkheid om, in overleg met de minister tot wiens vakgebied het besluit gehoort, dit besluit zelf te nemen. Hier wordt terughoudend mee omgegaan.

Fasering

De volgende fasen worden bij rijkscoördinatie doorlopen:

Fase  

1

De initiatiefnemer maakt zijn plannen voor een bepaald energieproject vroegtijdig bekend aan de minister van EL&I. In de wet ligt vast welke projecten automatisch onder rijkscoördinatie vallen. Voor deze melding dient de initiatiefnemer gebruik te maken van een standaard meldingsformulier.

2

Indien het project niet past in het geldende bestemmingsplan, bereiden de ministeries van EL&I en I&M een ruimtelijk besluit voor in overleg met de initiatiefnemer en de betrokken overheden. Daarvoor wordt vaak een milieueffectrapport opgesteld.

3

Bureau Energieprojecten onderzoekt samen met de initiatiefnemer en de betrokken overheden welke vergunningen en ontheffingen voor het project nodig zijn.

4

De initiatiefnemer vraagt alle vergunningen en ontheffingen aan bij de bevoegde overheden. De coördinerende minister spreekt met deze overheden een gezamenlijke planning af.

5

De betrokken overheden maken in onderling overleg hun ontwerp-besluiten. De ministers van EL&I en I&M stellen, indien nodig, ook een ontwerp-inpassingsplan op.

6

De ontwerp-besluiten liggen gebundeld ter inzage, samen met een eventueel milieueffectrapport. In deze periode kan iedereen schriftelijk inspreken. Vaak worden een of meer informatieavonden georganiseerd, waar ook inspraak gegeven kan worden.

7

De overheden verwerken de adviezen en inspraak en maken hun besluiten definitief.

8

De definitieve besluiten liggen weer gezamenlijk ter inzage. Belanghebbenden kunnen tegen deze besluiten beroep instellen bij de Raad van State.

9

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State doet uitspraak op de beroepen tegen een of meer van de besluiten. In geval van rijkscoördinatie mét een inpassingsplan van het Rijk gebeurt dit in één uitspraak, binnen 6 maanden na het einde van de beroepstermijn. Indien het vaststellen van een inpassingsplan geen onderdeel uitmaakt van de besluitvorming in een project, doet de Raad van State uitspraak binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift van de betrokken overheden.

Meer informatie

De wettelijke basis voor rijkscoördinatie is te vinden in de Wet ruimtelijke ordening, § 3.6.3.

De volgende projecten vallen automatisch onder rijkscoördinatie:
- Energiecentrales met een capaciteit van ten minste 500 MW
- Windparken met een capaciteit van ten minste 100 MW
- Overige duurzame energiecentrales met een capaciteit van ten minste 50 MW
- Uitbreidingen van het landelijk hoogspanningsnet op een spanningsniveau van 220 kV of hoger
- Mijnbouwwerken voor opslag van stoffen en daarbij behorende pijpleidingen
- Uitbreiding van het landelijk gastransportnet met een druk van ten minste 40 bar en een diameter van ten minste 45,7 centimeter
- Aanleg of uitbreiding van LNG-installaties met een capaciteit ten minste 4 miljard m3

Een initiatiefnemer dient een nieuw project vroegtijdig bekend te maken aan de minister van EL&I.
- meldingsformulier (word, 140 kB)
share
Geplaatst op: 17-02-2006|Gewijzigd op: 30-01-2012