Industriële koeling
Situatieschets
Emissies
Aanbevelingen
Wetgeving
Downloads
Situatieschets
Koeling met R22 wordt in 2010-2015 uitgefaseerd. Daarvoor in de plaats worden er met name meer natuurlijke koudemiddelen ingezet. Ongeveer 45% van alle industriële koelinstallaties gebruikt nog chloorhoudende HCFK koudemiddelen (R22-freon).
Emissies
Een natuuurlijke koudemiddel als NH3 is klimaatvriendelijk, omdat er bij lekkage geen bijdrage aan het broeikaseffect optreedt. Ook zijn er geen vergunningtechnische bezwaren om NH3 in koelsystemen te gebruiken. Redenen hievoor zijn de geringere hoeveelheid NH3 in moderne installaties (veelal 100-400 kg) en de verruiming van regels voor de externe veiligheid. Bij gebruik van >1500 kg NH3 gelden er wel specifieke eisen aan de afstand tot woningen. De volledige regelgeving informatie vindt u op de website van InfoMil.
Alle industriële sectoren samen kennen een elektriciteitsverbruik (2008) voor koeling van 3.873.000 MWh/j. De koelinstallaties bevatten in totaal 1461 ton NH3, 1755 ton R22 en 962 ton HFK's. De R22/HFK-bijdrage aan het broeikaseffect (bij 5% lekkage) is 0,3 Mton/j CO2 (12%) equivalent. De bijdrage van het elektraverbruik is 2,4 Mton/j CO2 (88%). Het totale broeikaseffect is 2,7 Mton/j CO2 (TEWI, 100%). Bron: KWA bedrijfsadviseurs, 2011.
Aanbevelingen
Verdampingstemperatuur en condensortemperatuur
Stel de verdampingstemperatuur zo hoog mogelijk af en de condensortemperatuur zo laag mogelijk. Iedere graad verhoging van de verdampingstemperatuur levert een energiebesparing van circa 3%, afhankelijk van het temperatuurtraject. De optimale condensatietemperatuur is afhankelijk van het type condensor. Elke graad lagere condensatietemperatuur geeft een energiebesparing van circa 2%.
Capaciteitsregeling
Om de energie-efficiency van de koelinstallatie te verbeteren is een optimale capaciteitsregeling van de koelcompressoren nodig. Compressoren hebben het hoogste rendement als ze in vollast draaien.
Restwarmte
Het gebruik van restwarmte uit de koelinstallatie kan leiden tot een aanzienlijke energiebesparing. Bij koelcompressoren wordt een groot deel van de toegevoerde energie omgezet in warmte. Via warmteterugwinning met een persgasboiler kan bijvoorbeeld warmte uit de hete persgassen worden gebruikt voor het (voor)verwarmen van water tot circa 40ºC. Ook de condensorwarmte kan nuttig worden gebruikt. De hoeveelheid condensorwarmte kan oplopen tot circa 5 maal het opgenomen elektrisch vermogen van de compressoren. Deze warmte is echter op een relatief laag temperatuurniveau.
Ontluchten
Besteed aandacht aan het ontluchten van de installatie. Voor een energiezuinige werking van de koelinstallatie is het van belang dat de installatie regelmatig wordt ontlucht. Niet condenseerbare gassen in de koelinstallatie (bijvoorbeeld lucht) zorgen voor een drukverhoging in de condensor, waardoor de compressoren meer vermogen gaan vragen. Door de installatie regelmatig te ontluchten kan dit voorkomen worden, waardoor een energiebesparing kan worden gerealiseerd van circa 5%.
Ontdooien
Regelmatig ontdooien van de koelinstallatie is van belang om de op de warmtewisselaar gevormde rijp weg te krijgen. Deze rijp ontstaat wanneer de verdampertemperatuur beneden de 0ºC komt en geeft een extra warmteweerstand. Daardoor is er voor dezelfde koelprestatie een hoger aandrijfvermogen nodig.
Oliehuishouding
Een ander aandachtspunt is de oliehuishouding. Zowel te veel als te weinig circulerende olie leidt tot storingen. Olie is noodzakelijk voor smering en koeling van de draaiende delen van de compressor. De in het koudemiddel aanwezige olie dient na de compressor te worden afgescheiden om terug geleid te worden naar de compressorcarter. Als te veel olie in het koudemiddel aanwezig blijft, zal dit de warmteoverdracht in de verdamper en condensor negatief beïnvloeden.
Ruimte-optimalisatie
Moet een ruimte worden gekoeld, dan kan het energieverbruik voor koude-opwekking ook verminderd worden door optimalisatie van de ruimte. Een reductie van de koudevraag is hiervan het gevolg.
Wetgeving
Vanaf 2010 verbiedt de overheid het bijvullen van koelsystemen met maagdelijke HCFK's (zoals R22). Met ingang van 2015 mag ook geen geregenereerde R22 meer toegepast worden voor onderhoud. De ondernemer kan dan kiezen tussen ombouw naar het broeikasversterkende HFK óf naar natuurlijke koudemiddelen. Indien alle resterende R22 installaties in deze sector vervangen worden door moderne installaties met natuurlijke koudemiddelen levert dit alle industriële sectoren samen 13% CO2-reductie (TEWI) voordeel bij de koeling op.
Downloads
- Best Practice Koudemiddelen voor Industriële Koeling
- Factsheet Koudetechniek verandert ingrijpend
- Brochure Koelen met ammoniak, milieuvriendelijker en veilig
- Rapport Vervangen R22: kans voor natuurlijke koudemiddelen
