Ecocombi's voor transportbedrijf Simon Loos uit Wognum
Efficiënter en milieuvriendelijker vervoerSimon Loos rijdt onder meer voor een grote supermarktketen het hele land door. Voorheen alleen met kleinere vrachtwagens, nu ook met grotere ecocombi’s. Vanuit logistiek en milieuoogpunt een logische keuze maar wel een enorme investering voor het bedrijf. Wagenparkbeheerder Wim Roks: ‘Ook in crisistijd blijven we ondernemers en durven we te investeren als dat nodig is.’
Citytrailers
De ecocombi’s heten ook wel Lange en Zware Vrachtwagens (LZV’s). Dat klinkt niet bepaald milieuvriendelijk. Roks: ‘Toch bespaart een LZV energie. Dat komt omdat je meer kunt vervoeren per liter brandstof. Eerst reden we met twee trekkers met oplegger van Drenthe – waar de vrieshuizen van de supermarktketen staan – naar Amsterdam. Die opleggers ofwel citytrailers zijn extra wendbaar en hebben een laadklep voor winkeldistributie. Nu rijden we met één LZV, bestaande uit één trekker en twee citytrailers erachter, naar Amsterdam. Daar aangekomen koppelen we de achterste oplegger los en zetten er een tweede trekker voor. Dan kunnen we de stad in. Op deze manier besparen we over het complete traject ongeveer twintig procent brandstof.’
Financiële steun in crisistijd
Om over te schakelen op LZV’s moest Simon Loos nieuwe opleggers kopen en een aantal bestaande trekkers en opleggers aanpassen. Deze investeringen kostten het bedrijf 340.000 euro en daar kwamen nog opleidingskosten voor de chauffeurs bij. Een kapitale investering in crisistijd. ‘We blijven ondernemers’, zegt Roks hierover. ‘We denken zoals de klant denkt. Onze grootste afnemer, de supermarktketen, kijkt ook om zich heen. Als deze klant ontwikkelingen in de markt wil volgen, willen wij dat ook.’ Via de ondernemersorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN) hoorden Roks en collega’s over de Energie-investeringsaftrek (EIA). Roks: ‘Ook zonder de EIA hadden we deze stap gezet. Maar het belastingvoordeel van 38.000 euro is wel een financiële steun in de rug.’
Vooroplopen
Ondanks dat het fenomeen LZV in het lange afstandtransport al jaren bestaat, rijden er nog niet veel bedrijven in de winkeldistributie mee, vertelt Roks. ‘Dat komt omdat er eerst geen geschikte opleggers met laadklep waren. Door de terugval van opdrachten in de opleggerindustrie zijn deze nu wel ontwikkeld. Wij hebben als eerste transportbedrijf een aantal distributie-LZV’s besteld. Maar wie vooroploopt, vangt ook de meeste tegenwind. Kinderziektes in het materiaal leveren extra operationele kosten op. Door de EIA komen die minder voor rekening van de vervoerder.’ Roks is ervan overtuigd dat andere bedrijven het voorbeeld van Simon Loos zullen volgen. ‘Ze zullen wel moeten, want de maatschappij verwacht dat onze sector het energievraagstuk serieus neemt.’
Moed voor de toekomst
De procedure van de EIA-aanvraag vond Roks redelijk helder. ‘Het was duidelijk wat er van ons verwacht werd en wat we moesten aanleveren. Alleen komt het er door de dagelijkse drukte vaak niet van om er goed in te duiken. Dan is een adviesbureau die de weg kent in het woud van regelingen heel handig.’ Andere bedrijven raadt hij de EIA zeker aan. ‘In deze crisistijd is bij iedereen het beleg op de boterham wat minder. Dan is het fijn dat je er niet alleen voor staat, dat de overheid met je meedenkt. Dit geeft moed voor de toekomst om nog meer stappen te zetten op energiegebied.’
Lange en Zware Vrachtwagens (LZV’s)
Sinds november 2007 is het in Nederland toegestaan met LZV’s ofwel ecocombi’s te rijden. Deze vrachtwagens mogen 25,25 meter lang zijn en 60 ton wegen. Normale vrachtwagens zijn tot 18,25 meter lang en wegen maximaal 40 ton. Een LZV bestaat altijd uit een trekker of motorwagen en één of twee opleggers of aanhangwagens. Een LZV bespaart brandstof: gemiddeld 23%.
Geplaatst op: 17-06-2011|Gewijzigd op: 16-08-2011
