Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Duurzaamheid van biobrandstoffen

Inleiding
Het gebruik van biomassa als energiebron maakt deel uit van de transitie naar een duurzame energievoorziening. Het grootschalige gebruik van biomassa kan echter negatieve effecten hebben op biodiversiteit, de positie van de armen en voedselvoorziening, terwijl ook de klimaateffecten negatief kunnen zijn. De duurzaamheid van biomassa en biobrandstoffen is daarom een randvoorwaarde van de Nederlandse ambitie om de inzet van bioenergie te bevorderen.

Hieronder wordt de ontwikkeling van het duurzaamheidsbeleid voor biomassa en biobrandstoffen in Nederland uiteengezet, evenals de wereldwijde ontwikkeling van duurzaamheidssystemen ('voluntary schemes') voor biobrandstoffen. Er wordt ook in het kort aandacht besteed aan de (duurzaamheids)eisen die worden gesteld aan biobrandstoffen binnen de Nederlandse regelgeving en de rol van duurzaamheidssystemen hierbij. Meer informatie over dit onderwerp vindt u op de website van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

Ontwikkeling van duurzaamheidsbeleid voor biomassa in Nederland

Commissie Cramer en Commissie Corbey
Ter voorbereiding van beleidsontwikkeling op dit gebied heeft de Nederlandse overheid advies gevraagd over duurzaamheidscriteria voor biomassa aan de onafhankelijke projectgroep Duurzame productie van biomassa, onder voorzitterschap van Jacqueline Cramer. Met de publicatie van het rapport van deze commissie (juli 2006) zijn in Nederland breed gedragen duurzaamheidscriteria beschikbaar gekomen voor de productie en bewerking van biomassa in energie, brandstoffen en chemie. Deze criteria hebben betrekking op de volgende zes thema's: broeikasgasemissies, concurrentie met voedsel, biodiversiteit, milieu, welvaart en welzijn. Een belangrijk deel van deze duurzaamheidscriteria voor biomassa is door de Europese Commissie overgenomen in de Europese richtlijn hernieuwbare energie (28/2009/EG). In februari 2007 bracht de Commissie Cramer haar eindrapport Toetsingskader voor duurzame biomassa uit.

Voortbouwend op het eerdere werk van de Commissie Cramer, op 29 juni 2009 de Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa (CDB) ingesteld, onder voorzitterschap van Dorette Corbey. De commissie heeft als belangrijkste taken de regering gevraagd en ongevraagd te adviseren over duurzaamheid bij de productie en gebruik van biomassa en het bieden van een forum voor maatschappelijke discussie. Achtergrond is de Europese richtlijn hernieuwbare energie (Renewable Energy Directive) die de lidstaten verplicht tot 20 procent hernieuwbare energie (gemiddeld over de lidstaten) en 10 procent hernieuwbare transportbrandstoffen in 2020. De Commissie Corbey heeft in november 2009 haar eerste drie adviezen uitgebracht, waarin zij zich sterk maakt voor de transparantie over de duurzaamheidskarakterstieken voor biobrandstoffen, een 'level playing field' met betrekking tot duurzaamheidscriteria voor diverse (energie)toepassingen van biomassa en innovatie in de teelt van biomassa en gebruik van reststromen. In haar vierde advies in februari 2010, adviseert de Commissie Corbey om vanwege de risico's die de inzet van biobrandstoffen met zich meebrengt niet nu de doelstelling voor 2020 hoger in te zetten dan de minimale 10 procent maar om prioriteit te geven aan het investeren in de kwaliteit en de duurzaamheid van de in te zetten biomassa. Verder adviseert de Commissie Corbey om het beleid in 2014 te actualiseren en eventueel dan de doelstelling voor 2020 te verhogen, afhankelijk van de ontwikkeling van duurzaamheidskaders en geavanceerde technologieën. In haar vijfde advies pleit de Commissie Corbey ervoor dat Nederland op nationaal niveau  duurzaamheidscriteria vast te stellen moet vaststellen voor biomassa voor elektriciteits- en warmteproductie, met als basis de Europese duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen en met als uiteindelijk doel Europees beleid op dit gebied. Op 4 mei 2010 hebben de Ministers van VROM en LNV in de vorm van een brief aan de Tweede Kamer ILUC gereageerd op het advies dat de Commissie Corbey in november 2009 heeft uitgebracht aan de regering over indirecte veranderingen van landgebruik (Indirect Land Use Change - ILUC) als gevolg van onder andere de productie van biobrandstoffen.

Hoofdpunten duurzaamheidsbeleid biomassa 2008-2011
In 2008 hebben de ministers Cramer en Koenders, van respectievelijk VROM en Ontwikkelingssamenwerking, aangegeven in een brief aan de Tweede Kamer hoe ze in de periode 2008 - 2011 invulling denken te geven aan het duurzaamheidsbeleid. Biobrandstoffen maken deel uit van dat beleid. Daarbij is het voornemen om duurzaam geproduceerde biobrandstoffen bij te laten dragen aan een duurzame energiehuishouding. Inzet is verduurzaming van de productie van biobrandstoffen en versterkte internationale samenwerking op dit terrein, opdat alle biobrandstoffen op de internationale markten duurzaam worden geproduceerd. Het beleid moet de komende jaren de volgende resultaten hebben:

  • Proefprojecten verduurzaming biomassa in samenwerking met productielanden komen in uitvoering. 
  • Een politiek akkoord over de Europese richtlijn hernieuwbare energie moet totstandgebracht worden en de eerste gecertificeerde biomassa moet op de markt in Nederland komen. 
  • Het Europees Energie- en klimaatpakket inclusief duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen en certificering wordt aangenomen en geïmplementeerd. 
  • Innovatie wordt gericht op tweede en derde generatie biobrandstoffen en nieuwe gewassen en technieken, die minder concurreren met landbouw en kwetsbare natuur (bijvoorbeeld teelten in zoute gebieden of op arme gronden).
  • Een internationaal systeem voor macro-monitoring om de (directe en indirecte) effecten van productie en consumptie van biomassa in beeld te houden en de toepassing van de duurzaamheidscriteria te volgen wordt in werking gebracht.
  • De EU-regelgeving wordt in Nederland geïmplementeerd.
  • Verduurzaamde biomassaproductie in ontwikkelingslanden wordt gestimuleerd en er wordt getracht om de productie in minstens twee ontwikkelingslanden daadwerkelijk op gang te brengen.       

Bovenstaande beleidspunten hebben onder andere geresulteerd in het opzetten van de Agentschap NL-programma's Duurzame Biomassa Mondiaal en Duurzame Biomassa Import. Bovendien zijn in 2011 de Europese duurzaamheidscriteria uit de Richtlijn hernieuwbare energie (2009/28/EG) van het EU biobrandstoffenbeleid geimplementeerd in Nederlands beleid biobrandstoffen in 2011.

Duurzaamheidssystemen voor biobrandstoffen

Wereldwijde ontwikkeling van duurzaamheidssystemen voor biomassa
Wereldwijd zijn de afgelopen jaren vele initiatieven gestart om duurzaamheidssystemen, ook wel aangeduid als 'voluntary schemes', te ontwikkelen voor biomassa en biobrandstoffen. Over het algemeen gaat het om certificeringssystemen, maar er zijn ook systemen die gebruik maken van ex-post verificatie of die alleen betrekking hebben op de traceerbaarheid ('chain of custody'). Duurzaamheidssystemen hoeven niet noodzakelijk te zijn ontwikkeld met het oog op duurzaamheid van biobrandstoffen. Ze kunnen ook ontwikkeld zijn voor een bepaald gewas zonder een specifieke toepassing voor ogen, zoals voedsel of energie. Veel van deze systemen  zijn ontwikkeld door roundtables of consortia, zoals Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO), Roundtable on Responsible Soy (RTRS), Bonsucro (het voormalige Better Sugarcane Initiative), Roundtable on Sustainable Biofuels (RSB) en het Duitse International Sustainability and Carbon Certification (ISCC) systeem. Ook zijn er diverse bedrijven die een eigen systeem hebben ontwikkeld, waaronder de biobrandstofproducenten Abengoa en Nesté Oil.

NTA 8080/8081
In Nederland is de Nederlands Technische Afspraak (NTA) 8080 Duurzaamheidscriteria voor duurzame biomassa ten behoeve van energiedoeleinden ontwikkeld om certificering van duurzaam geproduceerde biomassa voor energietoepassingen mogelijk te maken. De NTA 8080 omvat een uitwerking van de duurzaamheidscriteria zoals vastgesteld door de Commissie Cramer en heeft betrekking op zowel vaste en vloeibare als gasvormige biomassa. In de NTA 8081 Certificatieschema voor duurzaam geproduceerde biomassa ten behoeve van energiedoeleinden zijn de regels om te kunnen worden gecertificeerd tegen de eisen uit de NTA 8080 vastgelegd. De NTA 8080/8081 is bedoeld om te worden toegepast bij organisaties die biomassa voor energietoepassingen willen produceren, verwerken, verhandelen of inzetten en daarbij willen aantonen dat de biomassa duurzaam geproduceerd is.

Rapportage over duurzaamheid van biobrandstoffen
In Nederland zijn bedrijven in 2010 begonnen met het rapporteren over duurzaamheidskarakteristieken van biobrandstoffen. De aanleiding hiervoor was de Intentieverklaring rapportage biobrandstoffen, die de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI), de Nederlandse Organisatie voor de Energiebranche (NOVE), het Productschap Margarine, Vetten en Oliën (MVO) en de Minister van VROM hebben ondertekend op 25 mei 2010. Het doel hiervan was om vooruitlopend op de wettelijke implementatie van de Richtlijn hernieuwbare energie (2009/28/EG) middels vrijwillige inspanning al in 2010 te rapporteren over de aard, herkomst en duurzaamheid van de in Nederland op de markt gebrachte biobrandstoffen. Op 29 maart 2011 is de rapportage over geheel 2010, die is opgesteld door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), door de staatsecretaris naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze rapportage is te lezen dat bedrijven hebben gerapporteerd over de duurzaamheidskenmerken van ongeveer tweederde van het volume biobrandstoffen dat nodig is om de doelstelling van 2010 te realiseren. Verder laat het rapport zien welke duurzaamheidssystemen bedrijven hebben gebruikt om de duurzaamheid van biobrandstoffen aan te tonen.

Duurzaamheidssystemen binnen de Nederlandse regelgeving voor biobrandstoffen
Volgens de Nederlandse biobrandstoffenregelgeving, die op 1 januari 2011 in werking is getreden, mogen alleen duurzaamheidssystemen die zijn erkend door de Europese Commissie of zijn geaccepteerd door de Nederlandse overheid door bedrijven worden gebruikt om de duurzaamheid van biobrandstoffen aan te tonen. De Europese Commissie beoordeelt momenteel duurzaamheidssystemen die zijn voorgelegd voor erkenning. Daarnaast heeft de Nederlandse overheid een procedure vastgesteld voor nationale acceptatie van duurzaamheidssystemen. Deze is vastgelegd in het Nederlands toetsingsprotocol voor duurzaamheidssystemen voor biobrandstoffen.  Actuele informatie over de door de Europese Commissie erkende en door de Nederlandse overheid geaccepteerde duurzaamheidssystemen vindt u op de NEa website.

share
Geplaatst op: 11-05-2011|Gewijzigd op: 21-11-2011