Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Criteria voor opname op milieulijst

Bedrijven (leveranciers en ondernemers) kunnen voorstellen doen om een bedrijfsmiddel op te nemen op de volgende Milieulijst.

Of het door u voorgestelde bedrijfsmiddel in aanmerking komt voor plaatsing op de nieuwe Milieulijst voor de Vamil en/of MIA, wordt getoetst aan de hieronder genoemde criteria:

  • de toepassing van het bedrijfsmiddel moet een belangrijke milieuverdienste hebben; 
  • er moet sprake zijn van meerkosten ten opzichte van het minder milieuvriendelijke, gangbare alternatief (zie bij Milieusteunkader); 
  • voor de Vamil mag het bedrijfsmiddel niet gangbaar zijn; 
  • de (verdere) marktintroductie moet op korte termijn gewenst zijn; 
  • het moet verder gaan dan wat op dit moment wettelijk verplicht is.
     

Milieuverdienste

Bij het beoordelen van de milieuverdienste wordt vooral gelet op zaken als:
  • de aard van de emissie die wordt gereduceerd; 
  • de mate waarin de emissie wordt gereduceerd; 
  • de aard van de technologie; 
  • het beschikbare budget; 
  • de meerkosten ten opzichte van het minder milieuvriendelijke, gangbare alternatief.

Europese regelgeving en steunplafonds

De MIA en Vamil moeten voldoen aan Europese regels voor het geven van staatssteun. Dit betekent dat er een maximum is gesteld aan het financieel (belasting)voordeel dat een ondernemer op grond van MIA\Vamil kan krijgen. Investeringen die niet duurder zijn dan het gangbare alternatief en investeringen die zichzelf snel terugverdienen mogen op grond van deze regels niet gestimuleerd worden met MIA\Vamil en komen daarom niet op de Milieulijst.

Financiële steun aan agrarische ondernemers is geregeld in de Plattelandsverordening en het Landbouwsteunkader. Het komt erop neer dat 40% - en soms meer - van alle investeringskosten vergoed mag worden.

Financiële steun aan niet-agrarische ondernemers is geregeld in het Milieusteunkader

Hierin staat dat grote ondernemingen steun mogen krijgen tot 50% van de milieumeerkosten over 5 jaar gerekend, middelgrote ondernemingen 60% en kleine ondernemingen 70%. De milieumeerkosten zijn de extra kosten die een ondernemer maakt voor het milieuvriendelijke bedrijfsmiddel/bedrijfsproces vergeleken met het gangbare alternatief. Extra baten en lasten van de investering gedurende de eerste vijf jaar worden meegerekend.

Verder mag voor een aantal speciale situaties, zoals eco-innovatie, afvalbeheer en sanering van verontreinigde terreinen, extra steun gegeven worden. Voor investeringen in bedrijfsmiddelen die binnen drie of meer jaar wettelijk verplicht worden, is juist minder staatssteun mogelijk (maximaal 25%, maar meestal minder). De Milieusteunkaderregeling verbiedt steun voor o.a. investeringen om aan wettelijke verplichtingen te voldoen en initiatieven die leiden tot onevenredige marktverstoring.


Externe links

Meer informatie over het Milieusteunkader op de website van Europa Decentraal.


Downloads

Engelstalige brochure over de definitie van KMO (SME)
share
Geplaatst op: 30-11-2010|Gewijzigd op: 12-10-2011