Biobrandstof uit Chinese maiskolven
Afval omtoveren tot een waardevol product. Dat klinkt goed. In het project ‘Concore’ werkt DSM Bio-based Products & Services samen met twee Chinese partners aan het omzetten van maiskolven in bio-ethanol. De uitdaging: het proces zo afstemmen op de grondstof dat de bio-ethanol kan concurreren met benzine.
Techniek optimaliseren voor nieuwe grondstof
“Het gebruik van gisten en enzymen voor de productie van bio-ethanol is een bekende methode”, zegt programmamanager R&D Piet van Egmond, “maar je moet je techniek steeds optimaliseren bij een nieuwe combinatie van grondstof en proces. Het gaat om een complex chemisch proces en je moet concurreren met aardolie. Aardolie heeft een hogere energie-inhoud doordat het uit koolwaterstoffen bestaat. Biomassa bestaat uit koolhydraten en de energie-inhoud per kilo is veel lager. Je hebt er dus meer van nodig om dezelfde energiewaarde te krijgen.”
Ondersteuning verlaagt drempel voor innovatie
Bovendien zijn allemaal trucs nodig om biomassa om te zetten in een vloeistof die je als autobrandstof toe kunt voegen. Dat maakt bio-ethanolproductie uit biomassa als maiskolven ten opzichte van olie een dure grap. Van Egmond: “Om het proces goedkoper te maken, is veel research nodig. Ik ben daarom blij met de regeling Internationaal Innoveren (tender: Eureka en geïndustrialiseerde landen) van Agentschap NL die eraan bijdraagt dat we dit onderzoek in Nederland uit kunnen voeren. Innovatie is altijd duur en deze regeling verlaagt de drempel.”
Samenwerking met Shangdong University en Longlive
Concore is een samenwerkingsproject van Shangdong University en het Chinese Longlive, een grote producent van de uit mais vervaardigde zoetstof xylitol. De door DSM gebruikte maiskolven zijn voor Longlive een restproduct. Het project startte in oktober 2010 en moet aan het eind van dit jaar afgerond zijn. Het gaat om een haalbaarheidsstudie. Op dit moment test DSM de grondstof uit China, waarna een test op proeffabriekschaal wordt opgestart. Langere termijndoel is een werkende fabriek, maar dat wordt niet ondersteund.
Voorkomen dat kennis weglekt
DSM ziet mogelijkheden in China, maar enige voorzichtigheid is geboden, onder andere op het gebied van patenten. Van Egmond: “Om te voorkomen dat we kennis kwijtraken, kiezen we voor licenties. De afspraken die we maken, geven de grenzen aan.” Verder is DSM voorzichtig met de kennisoverdracht. “Pas in fase 2 van ons project voeren we aan de Shangdong University testen uit en pas in fase 3 testen we in het bedrijf zelf.”
Chinese contactpersoon onontbeerlijk
Vanwege de eigenaardigheden van de Chinese markt maakt DSM bij dit project gebruik van een contactpersoon die de taal en de gebruiken van het land kent. “We hebben in China een Chinese medewerker met Westerse ervaring. Hij heeft in Nederland zijn promotieonderzoek gedaan en bij ons gewerkt. In het algemeen spreken de Chinezen nog niet voldoende Engels, ook niet aan de universiteit. Je hebt echt iemand nodig die goed kan vertalen.”
Beter begrip van cultuurverschillen
Bovendien begrijpt de Chinese contactpersoon de cultuurverschillen beter. “Chinezen zullen niet zo snel ‘nee’ zeggen, die willen je gezichtsverlies besparen. Het gaat allemaal indirect, dus moet je iemand hebben die daar gevoel voor heeft. Aan de andere kant zijn ze in zaken doen erg snel en verwachten ze dat je morgen een test doet en overmorgen klaar staat met de resultaten.”
Mogelijkheden Chinese markt
Onderzoek doen in China heeft dus een heel eigen dynamiek, maar DSM laat zich daar niet door weerhouden. “DSM wil graag aanwezig zijn op de Chinese markt”, vertelt Van Egmond die met een sprekend voorbeeld de mogelijkheden schetst: “In China wonen nu meer mensen met een Europees welvaartsniveau dan in Europa zelf; dat welvaartsniveau, en daarmee de markt, zal alleen maar blijven groeien.”
