CO2 is het meest bekende broeikasgas. Naast CO2 bestaan er ook andere broeikasgassen. Dit zijn: methaan, lachgas en de F-gassen HFKs, PFKs en SF6. Deze gassen dragen in Nederland voor circa 15% procent bij aan de uitstoot van broeikasgasemissies. De emissies zijn sinds 1990 al met circa 45% verminderd. Een verdere reductie van methaan, lachgas en F-gassen is mogelijk en kan bijdragen aan het verlagen van de Carbon Footprint van producten en de doelstellingen van het klimaatbeleid.
Informatie
Op deze webite is de opgedane kennis van Agentschap NL en het programma ROB over niet-CO2 (of overige) broeikasgassen gebundeld. Centraal staat informatie over de broeikasgassen afkomstig uit de landbouw, koeling, WKK-gasmotoren, stortplaatsen en industrie. U vindt informatie over welke maatregelen mogelijk zijn om de uitstoot van deze gassen te verminderen. Ook treft u voorbeelden aan over best practices van succesvolle initiatieven om de emissies te reduceren.
Broeikasgassen
Broeikasgassen in de atmosfeer werken als een deken rond de aarde, waardoor de warmte van de zon niet weg kan. Kooldioxide (CO2) is het bekendste broeikasgas. De uitstoot van de andere broeikasgassen is weliswaar veel kleiner dan van CO2, maar de isolerende werking per kilogram is veel hoger. Methaan en lachgas hebben een 21 en 310 maal sterkere werking dan CO2. De meeste fluorverbindingen zijn nog vele malen sterker. Het gas SF6 is zelfs 23.900 maal sterker dan CO2.
Emissiebronnen
Methaan (CH4) is een gas dat wordt gevormd bij biologische afbraakprocessen. De belangrijkste bronnen zijn spijsvertering van rundvee, mestopslagen, afvalstortplaatsen en WKK-gasmotoren. Lachgas (N2O) komt vooral vrij uit de bodem en ontstaat door gebruik van meststoffen. Daarnaast komt lachgas ook vrij uit de chemische industrie. De fluorverbindingen HFK's komen in de atmosfeer door het ontsnappen van koelmiddel uit koel- en vriesinstallaties. De fluorverbindingen PFK's en SF6 komen vooral vrij bij de productie van halfgeleiders en hoogspanningsinstallaties.
Sectoren
De volgende sectoren staan centraal als het gaat om de terugdringing van niet-CO2 broeikasgassen:
Situatieschets
Emissies
Wetgeving HCFK's en HFK's
Situatieschets
Koelmachines maken gebruik van koudemiddelen. Deze koudemiddelen kunnen lekken tijdens de gebruiksduur en na het afdanken in de afvalfase van de koel- en vriesapparatuur. Veel koudemiddelen bevatten fluorverbindingen die bij lekkage sterk bijdragen aan het broeikaseffect. Voor verschillende toepassingssectoren zijn passende alternatieven beschikbaar die bovendien energiezuinig zijn: de natuurlijke koudemiddelen. Dit geldt bijvoorbeeld voor industriële koeling, koel- en vrieshuizen en supermarkten. We onderscheiden twee hoofdtypen koudemiddelen:
Duurzame koeltechnieken
Klimaatvriendelijke, duurzame koeltechnieken die geen gebruik maken van compressiekoeltechniek met (chemische) koudemiddelen en maar weinig hulpenergie vragen zijn sterk in opkomst door de energie- en klimaatdoelstelling van de overheid. Voorbeelden van duurzame koeltechnieken zijn: warmtekoudeopslag in de bodem (WKO), dauwpuntkoeling (waterverdamping), koude uit diepe plassen en freecooling (koude uit de buitenlucht).
100 jaar geleden
De ontwikkeling van de huidige compressiekoeltechniek is ruim 100 jaar geleden begonnen met natuurlijke koudemiddelen zoals ammoniak (NH3) en koolzuur (CO2). In de jaren dertig zijn daar de synthetische koudemiddelen bijgekomen vanwege de gebruiksvriendelijkheid. Deze koudemiddelen zijn verbindingen van chloor, fluor en koolstof (CFK's) of hydrochlorofluorkoolwaterstoffen (HCFK's) en fluorkoelwaterstoffen (HFK's).
Elk koudemiddel (of mengsel van) kent een eigen R-nummer (R van refrigerant). Een CFK die in het verleden veel werd toegepast is R12, een nog wel toegepaste HCFK is R22. In de airco komt HFK/R134 veel voor. Elk chemisch koudemiddel kent een GWP-waarde (Global Warming Potential) waarmee de bijdrage aan het broeikaseffect wordt aangegeven. Zo bedraagt de GWP-factor van 1 kilogram R134 1300 kilogram CO2-equivalent.
Preventie
Het is duidelijk, dat het lekken van koudemiddelen voorkomen moet worden. Dit kan door de HFK-inhoud te minimaliseren en door maatregelen te nemen ter voorkoming van lekkage. Op termijn worden HFK-koudemiddelen met hoge broeikasfactor mogelijk verboden. Nog meer reden om nu terug te grijpen op de natuurlijke koudemiddelen zoals ammoniak (R717), koolzuur (R744), butaan, propaan en water.
Natuurlijke koudemiddelen
In de absorptiekoelmachines is men de natuurlijke koudemiddelen ammoniak en water overigens altijd trouw gebleven. Water en koolzuur zijn als koudemiddel erg aantrekkelijk vanwege de lage prijs en het ontbreken van brandgevaar, maar hebben wel enkele technisch lastige eigenschappen. Met water als koudemiddel moet de koelmachine onder vacuüm werken. Met CO2 (voorbeeld: supermarkten) moet de installatie ontworpen zijn voor veel hogere drukken dan bij HFK's. Ook ammoniak is een goedkoop koudemiddel in vergelijking met HFK's.
Brandbare en/of giftige koudemiddelen
Voor brandbare en/of giftige koudemiddelen streeft men naar minimalisering van de inhoud van het systeem. Overigens is ammoniak in de industriële koeltechniek wegens zijn efficiënte eigenschappen als koudemiddel steeds gebleven, maar krijgt het nu ook meer mogelijkheden in de toepassing als warmtepomp (utiliteit, industrie, glastuinbouw).
Emissies
Koudemiddelen kunnen lekken tijdens de gebruiksduur en na het afdanken in de afvalfase van de koel- en vriesapparatuur. Vanwege de sterke aantasting van de ozonlaag zijn met het Montreal Protocol in 1987 wereldwijde afspraken gemaakt om CFK's en HCFK's te vervangen door chloorvrije koudemiddelen. Vanwege de bijdrage aan het broeikaseffect heeft de EU de F-gassenverordening [24] uitgevaardigd, ter vermindering van de HFK-lekkage.
Het broeikaseffect van deze HFK-koudemiddelen is per kilogram ongeveer 1300-3800 malen sterker dan het belangrijke broeikasgas CO2, dat vrijkomt bij verbranding van fossiele brandstoffen. Lekkage van 1 kilogram van het veel toegepaste HFK-koudemiddel R407c bijvoorbeeld komt qua broeikaseffect overeen met de emissie van CO2 bij de verbranding van circa 900 m3 aardgas, dat is het gasverbruik van een modern woonhuis.
Wetgeving HCFK's en HFK's
Vanaf 2010 verbiedt de wet de verkoop van nieuwe HCFK-koudemiddelen. Voortaan moet er gekozen worden tussen het broeikasversterkende HFK óf natuurlijke koudemiddelen, dan wel een volledig klimaatvriendelijk koelsysteem. Met een keuze voor een klimaatvriendelijk koelsysteem bespaart u niet alleen op uw energierekening. Het is ook in juridisch opzicht duurzaam. Het is namelijk niet zeker of de wet de huidige HFK's in de toekomst zal blijven toestaan. Die zekerheid hebt u wél met de natuurlijke koudemiddelen.
Situatieschets
Emissies
Aanbevelingen
Wetgeving
Downloads
Situatieschets
Koeling met R22 wordt in 2010-2015 uitgefaseerd. Daarvoor in de plaats worden er met name meer natuurlijke koudemiddelen ingezet. Ongeveer 45% van alle industriële koelinstallaties gebruikt nog chloorhoudende HCFK koudemiddelen (R22-freon).
Emissies
Een natuuurlijke koudemiddel als NH3 is klimaatvriendelijk, omdat er bij lekkage geen bijdrage aan het broeikaseffect optreedt. Ook zijn er geen vergunningtechnische bezwaren om NH3 in koelsystemen te gebruiken. Redenen hievoor zijn de geringere hoeveelheid NH3 in moderne installaties (veelal 100-400 kg) en de verruiming van regels voor de externe veiligheid. Bij gebruik van >1500 kg NH3 gelden er wel specifieke eisen aan de afstand tot woningen. De volledige regelgeving informatie vindt u op de website van InfoMil [25].
Alle industriële sectoren samen kennen een elektriciteitsverbruik (2008) voor koeling van 3.873.000 MWh/j. De koelinstallaties bevatten in totaal 1461 ton NH3, 1755 ton R22 en 962 ton HFK's. De R22/HFK-bijdrage aan het broeikaseffect (bij 5% lekkage) is 0,3 Mton/j CO2 (12%) equivalent. De bijdrage van het elektraverbruik is 2,4 Mton/j CO2 (88%). Het totale broeikaseffect is 2,7 Mton/j CO2 (TEWI, 100%). Bron: KWA bedrijfsadviseurs, 2011.
Aanbevelingen
Verdampingstemperatuur en condensortemperatuur
Stel de verdampingstemperatuur zo hoog mogelijk af en de condensortemperatuur zo laag mogelijk. Iedere graad verhoging van de verdampingstemperatuur levert een energiebesparing van circa 3%, afhankelijk van het temperatuurtraject. De optimale condensatietemperatuur is afhankelijk van het type condensor. Elke graad lagere condensatietemperatuur geeft een energiebesparing van circa 2%.
Capaciteitsregeling
Om de energie-efficiency van de koelinstallatie te verbeteren is een optimale capaciteitsregeling van de koelcompressoren nodig. Compressoren hebben het hoogste rendement als ze in vollast draaien.
Restwarmte
Het gebruik van restwarmte uit de koelinstallatie kan leiden tot een aanzienlijke energiebesparing. Bij koelcompressoren wordt een groot deel van de toegevoerde energie omgezet in warmte. Via warmteterugwinning met een persgasboiler kan bijvoorbeeld warmte uit de hete persgassen worden gebruikt voor het (voor)verwarmen van water tot circa 40ºC. Ook de condensorwarmte kan nuttig worden gebruikt. De hoeveelheid condensorwarmte kan oplopen tot circa 5 maal het opgenomen elektrisch vermogen van de compressoren. Deze warmte is echter op een relatief laag temperatuurniveau.
Ontluchten
Besteed aandacht aan het ontluchten van de installatie. Voor een energiezuinige werking van de koelinstallatie is het van belang dat de installatie regelmatig wordt ontlucht. Niet condenseerbare gassen in de koelinstallatie (bijvoorbeeld lucht) zorgen voor een drukverhoging in de condensor, waardoor de compressoren meer vermogen gaan vragen. Door de installatie regelmatig te ontluchten kan dit voorkomen worden, waardoor een energiebesparing kan worden gerealiseerd van circa 5%.
Ontdooien
Regelmatig ontdooien van de koelinstallatie is van belang om de op de warmtewisselaar gevormde rijp weg te krijgen. Deze rijp ontstaat wanneer de verdampertemperatuur beneden de 0ºC komt en geeft een extra warmteweerstand. Daardoor is er voor dezelfde koelprestatie een hoger aandrijfvermogen nodig.
Oliehuishouding
Een ander aandachtspunt is de oliehuishouding. Zowel te veel als te weinig circulerende olie leidt tot storingen. Olie is noodzakelijk voor smering en koeling van de draaiende delen van de compressor. De in het koudemiddel aanwezige olie dient na de compressor te worden afgescheiden om terug geleid te worden naar de compressorcarter. Als te veel olie in het koudemiddel aanwezig blijft, zal dit de warmteoverdracht in de verdamper en condensor negatief beïnvloeden.
Ruimte-optimalisatie
Moet een ruimte worden gekoeld, dan kan het energieverbruik voor koude-opwekking ook verminderd worden door optimalisatie van de ruimte. Een reductie van de koudevraag is hiervan het gevolg.
Wetgeving
Vanaf 2010 verbiedt de overheid het bijvullen van koelsystemen met maagdelijke HCFK's (zoals R22). Met ingang van 2015 mag ook geen geregenereerde R22 meer toegepast worden voor onderhoud. De ondernemer kan dan kiezen tussen ombouw naar het broeikasversterkende HFK óf naar natuurlijke koudemiddelen. Indien alle resterende R22 installaties in deze sector vervangen worden door moderne installaties met natuurlijke koudemiddelen levert dit alle industriële sectoren samen 13% CO2-reductie (TEWI) voordeel bij de koeling op.
Downloads
Situatieschets
Emissies
Aanbevelingen
Wetgeving
Downloads
Situatieschets
Ongeveer vijftig procent van alle koel- en vrieshuizen gebruikt nog chloorhoudende HCFK-koudemiddelen (R22-freon). Deze tasten de ozonlaag aan. De vervangende HFK's (koudemiddelen die fluor bevatten) zijn ook schadelijk. Zij verergeren het broeikaseffect. Maar er is een goed alternatief. Een keuze voor koeltechniek met de natuurlijke koudemiddelen ammoniak en CO2 is milieubewust en zakelijk verantwoord. Deze middelen zijn energiezuinig, milieuvriendelijk en veilig. De aanschafprijs is weliswaar duurder, maar u kunt uw investering binnen redelijke termijn terugverdienen.
Voordeel
Indien alle resterende R22 installaties in deze sector vervangen worden door moderne installaties met natuurlijke koudemiddelen levert dit de sector 20% CO2-reductie (TEWI) voordeel bij de koeling op.
Vervanging van R22 door ammoniak (NH3) of NH3/CO2 systemen is 10-25% energie-efficiënter dan ombouw naar HFK's. Omdat het veelal om vernieuwing gaat, kunnen NH3/CO2-koelsystemen ook moderner en energie-efficiënter zijn dan de oude R22-systemen. Dit energiekostenvoordeel plus het 10% netto EIA fiscaal en 2% MIA/VAMIL investeringsvoordeel compenseren de hogere investeringskosten ten opzichte van ombouw naar HFK's.
Volwassen techiek
De koeltechniek op basis van NH3/CO2 is volwassen. Honderden gerealiseerde projecten in binnen- en buitenland tonen dat aan. U hoeft dus niet bang te zijn voor kinderziekten. Bovendien leveren alle bekende installateurs deze systemen. Daardoor bent u verzekerd van een gedegen installatie.
Moderne koel- en vrieshuizen hebben een systeem met een inhoud van veelal 100-300 kilo. Voor koelinstallaties met een NH3 inhoud van minder dan 400 is het niet nodig om een vergunning aan te vragen.
Emissies
Ammoniak en CO2 zijn klimaatvriendelijk omdat er bij lekkage geen bijdrage aan het broeikaseffect optreedt. Ook zijn er geen vergunningtechnische bezwaren om NH3 in koelsystemen te gebruiken. De reden hiervoor is de geringere hoeveelheid NH3 in moderne installaties (veelal 100-400 kg) en de verruiming van regels voor de externe veiligheid. Bij gebruik van >1500 kg NH3 gelden er wel specifieke eisen aan de afstand tot woningen. De volledige regelgeving informatie vindt u op de website van InfoMil [30].
Bij de sector Koel- en Vrieshuizen is het elektriciteitsverbruik (2008) voor koeling 220.000 MWh/j. De koelinstallaties bevatten in totaal 116 ton NH3, 206 ton R22 en 33 ton HFK's. De R22/HFK-bijdrage aan het broeikaseffect (bij 5% lekkage) is 0,02 Mton/j CO2 (15%) equivalent, de bijdrage van het elektraverbruik is 0,13 Mton/j CO2 (85%), het totale broeikaseffect is 0,16 Mton/j CO2 (TEWI, 100%). Bron: Onderzoek KWA bedrijfsadviseurs, 2011.
Aanbevelingen
Industriële koelcompressoren kunnen lekverliezen vertonen. RM-support ontwikkelde met steun van ROB een lekvrije en energiezuinige compressor die geschikt is voor alle soorten koudemiddelen. Ook bestaande compressoren kunnen worden omgebouwd met dit systeem. Zie Praktijkvoorbeeld: compressoren van RM-support [31] voor meer informatie.
Wetgeving
Vanaf 2010 verbiedt de overheid het bijvullen van koelsystemen met maagdelijke HCFK's (zoals R22). Met ingang van 2015 mag ook geen geregenereerde R22 meer toegepast worden voor onderhoud. De ondernemer kan dan kiezen tussen ombouw naar het broeikasversterkende HFK óf naar natuurlijke koudemiddelen.
Downloads
Situatieschets
Emissies
Aanbevelingen
Wetgeving
Downloads
Situatieschets
Ongeveer 5% van alle supermarktken (2010) bevatten nog chloorhoudende HCFK koudemiddelen (R22-freon). De koudemiddel lekkage in supermarkten is met 15,5% R22 en 10,5% HFK per jaar relatief ongunstig in vergelijking met andere sectoren (ca 5%), zo bleek uit praktijkonderzoek in 2010. Sinds de marktintroductie van de CO2-koeling doet zich de kans voor om een grote sprong te maken in de CO2-reductie (broeikaseffect).
Vervanging
Vervanging van R22- en HFK-systemen door CO2-systemen is 10% energie-efficiënter. Dit energiekostenvoordeel plus het 10% netto EIA fiscaal en 2% MIA/VAMIL investeringsvoordeel compenseren de hogere investeringskosten ten opzichte van de keuze voor HFK-systemen.
Volwassen
De koeltechniek op basis van CO2 is volwassen. Honderden gerealiseerde projecten in binnen- en buitenland tonen dat aan. U hoeft dus niet bang te zijn voor kinderziekten. Bovendien leveren alle bekende installateurs deze systemen. Daardoor bent u verzekerd van een gedegen installatie. Daarnaast komt er steeds meer praktijkkennis uit gemonitorde projecten beschikbaar.
Emissies
De huidige R22- en HFK-koelsystemen kennen een vrijwel even hoge CO2-bijdrage. CO2-koeling is klimaatvriendelijk, omdat er bij lekkage geen bijdrage aan het broeikaseffect optreedt.
Alle 4300 supermarkten samen kennen een elektriciteitsverbruik (2008) voor koeling van 746.000 MWh/j. De koelinstallaties bevatten in totaal 51 ton R22 en 972 ton HFK's. De R22/HFK-bijdrage aan het broeikaseffect (bij 15,5/10,5% lekkage) is 0,4 Mton/j CO2 (48%) equivalent, de bijdrage van het elektraverbruik is 0,5 Mton/j CO2 (52%), het totale broeikaseffect is 0,9 Mton/j CO2 (TEWI, 100%). Bronnen: Onderzoek KWA bedrijfsadviseurs, 2011. Onderzoek Coolsultancy, 2010.
Aanbevelingen
Start met het verlagen van de koelvraag. Dat kunt u doen door energiezuinige koel/vriesmeubelen te kiezen. Daardoor valt het koelsysteem zelf kleiner en goedkoper uit en realiseert u een jaarlijkse kostenbesparing door een lager energiegebruik. Energiezuinige meubelen zijn goed geïsoleerd. Een systeem om de meubelen af te sluiten verlaagt het stroomgebruik nog meer. Let daarbij op het energielabel! De meeste koel- en vriesmeubelen hebben er één.
Gesprek/leverancier/installateur
Voer een gesprek voeren met uw leverancier of installateur over wat er beter kan als het gaat om energiebesparende maatregelen.
Praktijkvoorbeeld
Ammoniak en kooldioxide als koudemiddelen zijn veelbelovend. In vergelijking met synthetische koudemiddelen brengt CO2 de koelvitrines sneller op temperatuur. Dat leverde bij C1000 en DEEN supermarkten al een flinke energiebesparing op. Systemen met ammoniak en CO2 zijn volop in ontwikkeling.
Supermarkt DEEN vriest zijn levensmiddelen met natuurlijke koudemiddelen. "De kosten voor aanschaf van het koelsysteem zijn fors, maar we verwachten het bedrag binnen vijf jaar terug te verdienen. De gemiddelde levensduur van een koelsysteem is tien jaar. Een besparing van twintig procent voor de koelinstallatie levert dan ook financieel aardig wat op", aldus de directeur.
Wetgeving
Vanaf 2010 verbiedt de overheid het bijvullen van koelsystemen met maagdelijke HCFK's (zoals R22). Koeling met R22 wordt in 2010-2015 uitgefaseerd. Met ingang van 2015 mag ook geen geregenereerde R22 meer toegepast worden voor onderhoud. De ondernemer kan dan kiezen tussen ombouw naar het broeikasversterkende HFK óf naar natuurlijke koudemiddelen.
Downloads
Situatieschets
Bij datacenters wordt meer dan 40% van de energievraag besteed aan de koeling. De energievraag, en dus ook de koelvraag, neemt jaarlijks sterk toe. Door de grootschaligheid van de nieuwe datacenters hebben ook de HFK-koelinstallaties een zeer grote koudemiddelinhoud en lekkagerisico.
Emissies
Ongeveer 15% van alle datacenters kent nog oude koelinstallaties met chloorhoudende HCFK-koudemiddelen (R22-freon). De overige hebben HFK-koelinstallaties.
Aanbevelingen
Sinds de marktintroductie van de duurzame koeltechieken is het mogelijk om een grote sprong te maken als het gaat om energie-efficiëntie en CO2-reductie. Verduurzaming bij de koeling is een van de grootste kansen voor verduurzaming van de datacenters. Er bestaan al voorbeelden van datacenters met koeling uit warmtekoudeopslag (WKO) in de bodem, met koeling uit diepe plassen, koeling via de buitenlucht (koudewiel) en koeling via waterverdamping (dauwpuntkoeling).
Een groot voordeel van de uitbanning van de HFK-compressiekoeling (dx-koeling) is het vrijkomen van een groot beslag op het beschikbare elektrische vermogen (vaak > 40%). Daarmee is een verdere groei van het datacenter mogelijk.
Wetgeving
Vanaf 2010 verbiedt de overheid het bijvullen van koelsystemen met maagdelijke HCFK's (zoals R22). Met ingang van 2015 mag ook geen geregenereerde R22 meer toegepast worden voor onderhoud. De ondernemer kan dan kiezen tussen ombouw naar (het broeikasversterkende) HFK óf naar natuurlijke koudemiddelen óf naar de duurzame koeltechnieken.
Situatieschets
Transportkoeling betreft koelinstallaties die zich bevinden in of aan een spoorvoertuig of motorrijtuig. Denk aan gekoeld wegtransport, gekoelde treinwagons/scheepscontainers, koeltrailers etc. en zijn bedoeld voor het koelen van goederen en comfortkoeling personen. Deze installaties zijn mobiel tijdens het functioneren.
In de wegtransportsector wordt gebruik gemaakt van koeling vanwege producten die gekoeld vervoerd dienen te worden. In Nederland bestaan er circa 18.000 koelunits op vrachtwagens. Gemiddeld is er 5 kg koelmiddel per koeleenheid aanwezig. Dit maakt dat de totale hoeveelheid koelmiddel dat aanwezig is in de wegtransportsector: 18.000 * 5 = 90.000 kilo. Dit zijn voornamelijk HFK's.
Emissies
De HFK-emissies die vrijkomen uit de comfortkoeling automotive in Nederland bedraagt minder dan 0,1% van de totale Nederlandse broeikasemissies (CO2-equivalenten).
De emissie per auto is de laatste jaren door een verbetering van de lekdichtheid sterk verlaagd. Daar tegenover staat een enorme toename van het aantal auto's met airco's. Daarmee neemt ook de totale emissie toe vanaf 1995.
Downloads
Hier vindt u relevante publicaties en links over de reductie van overige broeikasgassen in transportkoelingsinstallaties.
Situatieschets
Emissies
Aanbevelingen
Wetgeving
Downloads
Situatieschets
Bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu vindt beleidsonderzoek plaats naar het optreden en helpen voorkomen van hoge lekverliezen van koudemiddelen aan boord van schepen. Vervanging van HFK of HCFK (R22) door ammoniak (NH3) of NH3/CO2 systemen is 10-25% energie-efficiënter. Omdat het veelal om vernieuwing gaat, kunnen NH3/CO2-koelsystemen ook moderner en energie-efficiënter zijn dan de oude R22-systemen. Dit energiekostenvoordeel plus het 10% netto EIA fiscaal en 2% MIA/VAMIL investeringsvoordeel compenseren de hogere investeringskosten ten opzichte van ombouw naar HFK's.
Onderhoud
Circa 30.000 koel- en vriescontainers zijn in de havens aanwezig voor onderhoud en wachten op een nieuwe bestemming. Met een vulling van circa 4,5 kg per container aan koudemiddel is er circa 135 ton aan koudemiddel aanwezig. Dit zijn voornamelijk HFK koudemiddelen. Bron: Onderzoek KWA bedrijfsadviseurs, 2011.
Trawlers
Op dit moment is circa de helft van de trawlervloot omgebouwd naar indirecte systemen. De hoeveelheid HFK's in de huidige hoeveelheid trawlers wordt geschat op 150 ton.
Emissies
Bij koopvaardijschepen en trawlers varend onder de Nederlandse vlag worden ondermeer controles uitgevoerd bij koel- of vriesinstallaties door de VROM-Inspectie. Tijdens deze controles is geconstateerd dat de lekverliezen bij een aantal schepen hoger zijn dan 40%. Gezien deze hoge waarden is er een reductieschema opgesteld door de VROM-Inspectie.
Aanbevelingen
Om de lekverliezen bij de scheepvaart te beperken, zouden nieuwe koelinstallaties anders ontworpen kunnen worden. Koelinstallaties op bestaande schepen zouden over kunnen gaan op natuurlijke koudemiddelen. In de preventiesfeer kan gedacht worden aan een beter trainingstraject voor technisch personeel op schepen om lekverliezen in kader van onderhoud en beheer te voorkomen. Om verbetertrajecten beter te kunnen monitoren en managen kunnen reders in hun jaarverslagen melding maken van de hoeveelheid lekverlies van de koudemiddelen.
Wetgeving
Op internationaal niveau zijn er afspraken gemaakt over de reductie van stoffen die nadelige effecten hebben op de ozonlaag, onder andere in het protocol van Montreal uit 1987 en de Europese Verordening 2037/2000. In de Europese Verordening 2037/2000 staat dat vanaf 2010 alleen gerecyclede HCFK 22 (ook wel R22) gebruikt mag worden. HCFK 22 is vanaf 2015 verboden. Ook zal het gebruik van HFK's in de toekomst mogelijk worden uitgefaseerd via de F-gassen verordening.
Informatie met betrekking tot wet- en regelgeving voor scheepvaartkoeling vindt u op de website van InfoMil [30] en op de website van de F-gassenverordening [39].
Downloads
Hier vindt u relevante publicaties en links over de reductie van overige broeikasgassen in koelinstallaties van schepen.
Situatieschets
Emissies
Maatregelen
Wetgeving
Publicaties
Downloads
Situatieschets
Op afvalstortplaatsen komt methaan vrij. Zodra afval gestort en gecompacteerd is, beginnen in de stort afbraakprocessen op gang te komen. Bacteriën breken bepaalde componenten af op stortplaatsen met organisch afval. Daarbij ontstaat brandbaar stortgas. Dat bestaat voornamelijk uit de broeikasgassen kooldioxide en methaan. Het aandeel van stortplaatsen in de totale broeikasgasemissies is de afgelopen jaren fors gedaald. Dit is het gevolg van de verminderde hoeveelheid organisch afval in het gestorte afval, van het affakkelen van stortgas en van het gebruik van stortgas voor het opwekken van energie.
Emissies
Methaanemissies uit stortplaatsen dragen in belangrijke mate bij aan het broeikaseffect. In de afgelopen jaren is de methaanemissie uit stortplaatsen flink gedaald. Methaan van stortplaatsen droeg in 1990 nog voor bijna 6% bij aan de totale broeikasgasemissies van Nederland en was toen de grootste bron van methaanemissies in Nederland. In 2009 is de emissie voor alle stortplaatsen gedaald tot minder dan 5 Mton CO2-equivalenten (2,5%). Dejaarlijkse emissie van methaan uit stortplaatsen in Nederland wordt berekend met het afval dat vanaf 1945 is geproduceerd. De emissie is afkomstig uit veel oude stortplaatsen en uit enkele stortplaatsen die net gesloten of nog in exploitatie zijn.
Maatregelen
Meer weten over mogelijke maatregelen voor emissie-reductie? Lees de Handreiking Methaanreductie Stortplaatsen [42].
Financiële steun
Er zijn diverse subsidiemogelijkheden als het gaat om milieu-investeringen. Ga voor meer informatie naar de website van de MIA\Vamil-regeling [21] of het programma Milieu & Technologie [19].
Wetgeving
Het Stortbesluit bodembescherming verplicht exploitanten van stortplaatsen voorzieningen te treffen om stortgas op te vangen en het binnen of buiten de stortplaats te benutten of te fakkelen. Ook stelt het besluit eisen aan het verwerken van stortgas. Het Stortbesluit is toe aan een fundamentele herziening. Deze wordt op dit moment voorbereid.
Publicaties
Downloads
Situatieschets
Emissies
Maatregelen
Publicaties
Downloads
Situatieschets
Er komen steeds meer WKK-installaties in de tuinbouw. WKK staat voor warmtekrachtkoppeling: de gecombineerde opwekking in één proces, op basis van een brandstof, van warmte en elektriciteit (of mechanische energie), waarbij de warmte nuttig wordt gebruikt. Voor veel tuinders is de energiezuinige techniek om warmte en elektriciteit op te wekken aantrekkelijk. Maar er is ook een andere kant. Bij de productie komt het het broeikasgas methaan vrij, dat bijdraagt aan het klimaatprobleem.
Gasmotoren in WKK-installaties zorgen in de glastuinbouw voor een volledige benutting van de opgewekte elektriciteit, van vrijwel alle opgewekte warmte en vaak ook van de CO2 in de rookgassen. Dit maakt dat WKK-installaties 15 tot 40 procent primaire energie kunnen besparen.
Maar op nationaal niveau is de reductie van broeikasgassen door deze installaties lager dan men zou verwachten. Dit komt doordat onverbrand aardgas met de rookgassen in de atmosfeer komt, zo blijkt uit door Kema uitgevoerde praktijkmetingen aan moderne WKK-installaties. Het effect van deze uitstoot van het WKK-park is relatief groot op de totale uitstoot van overige broeikasgassen in de glastuinbouw.
Emissies
Hier volgt een overzicht van diverse overige emissiebronnen. Kijk in de linkernavigatie voor een toelichting per bron.
Emissiebronnen:
Situatieschets
Bij de productie van primair aluminium worden PFK's uitgestoten, voornamelijk (80-90%) tetrafluoromethaan (CF4) en in mindere mate (10-20%) hexafluoroethaan (C2F6). De PFK's ontstaan in de elektrolyseovens tijdens het zogenaamde anode-effect effect, wanneer de concentratie van aluminiumoxide in het elektrolytbad met de smelt te laag is. Tijdens het anode-effect worden vonken getrokken waarbij de temperatuur zo hoog oploopt dat PFK's gevormd worden.
Emissies
Sinds de ovens van aluminiumsmelters Pechiney Nederland N.V. en Aluminium Delfzijl B.V. op een verbeterde manier gevoed worden, is de uitstoot verminderd met dertig procent. De totale PFK-emissie als gevolg van aluminiumproductie in Nederland ligt op ongeveer 8.800 kg.
Situatieschets
In ziekenhuizen kunnen patiënten onder andere onder narcose worden gebracht door middel van lachgas (distikstofoxide, N2O). Een ander narcosegas in opmars is halothaan (2-broom, 2-chloor 1,1,1- trifluorethaan). Het gasmengsel ontwijkt daarbij naar de buitenlucht.
Emissies
De marktleider onder de leveranciers van lachgas aan ziekenhuizen en zorgcentra maakt jaarlijks een raming van het landelijke gebruik van lachgas in ziekenhuizen op basis van de eigen afzet. Er wordt aangenomen dat de hoeveelheid die naar de lucht wordt geëmitteerd gelijk is aan de afzet van lachgas, omdat lachgas erg stabiel is.
De afgelopen jaren is er een daling opgetreden in de afzet van lachgas door enerzijds de toename van plaatselijke verdoving (onder andere ruggenmergprik) en anderzijds door lagere dosering per keer. Er wordt door de marktleider op dit gebied een zeer snelle daling in hoeveelheden verwacht in de komende 10 jaar, met name door een toename van andere behandelmethoden.
Praktijkvoorbeeld
TU Delft ontwikkelde met Energieonderzoek Centrum Nederland een apparaat dat de uitstoot van de verdovingsgassen lachgas (N2O) en isofluraan uit de operatiezaal tegengaat. Uitvinder Guido Mul (TU Delft): "Als alles meezit, verwacht ik dat het apparaat over een paar jaar op de markt te koop zal zijn. De ziekenhuizen zullen de investering binnen vijf jaar na aanschaf hebben terugverdiend."
Situatieschets
Bedrijven op het gebied van professionele compostering en vergisting in Nederland verwerken met name GFT-afval en groenafval. GFT-afval (Groente-, Fruit- en Tuinafval van huishoudens) wordt in Nederland gescheiden ingezameld en vervolgens bewerkt in composterings- of vergistingsinstallaties. Deze processen vinden over het algemeen in gesloten eenheden plaats, waarbij luchtemissies gecontroleerd afgezogen kunnen worden en via een biofilter gereinigd.
In Nederland zijn momenteel 23 composteringsinstallaties en 1 vergistingsinstallatie voor gescheiden ingezameld GFT-afval in bedrijf. Groenafval is onder te verdelen in plantsoenafval, bermmaaisel, slootmaaisel, dunningshout en heideplagsels. Groenafval komt onder andere vrij bij gemeenten, hoveniers en gemeente afvalinzamelingsstations.
Emissies
Groenafval wordt in de buitenlucht gecomposteerd. De optredende luchtemissies kunnen daardoor over het algemeen niet worden opgevangen en in biofilters gereinigd. Steeds meer groencomposteringsinstallaties zijn voorzien van een geforceerde beluchting. Het merendeel van de verwerkers van groenafval (op capaciteitsbasis) zijn aangesloten bij de Branche Vereniging van Organische reststoffen (BVOR). De BVOR heeft momenteel 45 leden. Daarnaast zijn er nog 22 gemeentelijke groenafval composteringen, die geen lid zijn van de BVOR. Verder is er nog een onbekend aantal kleinere particuliere composteringen.
GFT-compostering
In de jaren 90 is het aanbod van gescheiden ingezameld GFT-afval redelijk snel gestegen naar een maximum van ca. 1,5 miljoen ton in 2000. Sinds die tijd is er sprake van een licht dalende trend, resulterend in totaal verwerkte hoeveelheid GFT-afval van 1,3 miljoen ton in 2006. Naast GFT-afval verwerken deze installaties ook vergelijkbare andere organische stromen, zoals veilingafval, swill, landbouwafval en organisch afval uit de HDO-sector (Handel, Diensten en Overheid). Deze hoeveelheid is de afgelopen jaren gestegen tot ca. 350.000 ton in 2006.
De gezamenlijke hoeveelheid is al jaren redelijk stabiel en bedraagt 1,65 miljoen ton per jaar. Ca. 50.000 ton hiervan wordt vergist. Dit resulteert bij een totale gecomposteerde en vergiste hoeveelheid van resp. 1.600.000 en 50.000 ton per jaar in een methaanemissie van 3.900 ton methaan (81.800 ton CO2-equivalenten), respectievelijk in een lachgasemissie van 156 ton N2O (48.300 ton CO2-equivalenten).
Groenafval
In Nederland wordt naar schatting in totaal 3,2 miljoen ton groenafval geproduceerd. Hiervan wordt ca. 2 miljoen ton ter compostering aangeboden. Groenafval heeft een andere samenstelling dan GFT-afval en het is niet bekend hoe dit de emissie van methaan beïnvloed. De emissie uit deze bronnen is 4.800 ton methaan (100.800 ton CO2-equivalenten) respectievelijk lachgasemissie van 192 ton N2O (59.500 ton CO2-equivalenten).
Situatieschets
Bij de productie van halfgeleiders komen de gassen komen SF6 en PKK's vrij.
Emissies
Fabrikanten van halfgeleiders spraken af in 2010 tien procent minder PFC's uit te stoten vergeleken met het niveau van 1995.
Praktijkvoorbeeld
Philips Nijmegen onderzocht hoe het de emissie van SF6 en PKK's kon terugdringen. Het belangrijkste gas – C2F6 – verminderde de fabrikant door 'aan een aantal knoppen te draaien'. Voor andere gassen werden vervangers gezocht. Harry Thewissen (Philips): "Philips is lid van de associatie van Europese halfgeleiderproducenten. We zijn medeondertekenaar van een convenant waarin fabrikanten van halfgeleiders afspreken in 2010 tien procent minder PFC's uit te stoten vergeleken met het niveau van 1995. Als we de productiegroei in aanmerking nemen, komt dit overeen met een reductie van circa tachtig à negentig procent."
Situatieschets
Bij de winning van energiedragers komt CH4 vooral vrij tijdens het afblazen van onverbrand aardgas naar de lucht (venten) en het affakkelen van aardgas. Restgasstromen of processtromen die optreden bij gasbehandeling of als geassocieerd gas bij oliewinning, worden op zee bij voorkeur afgeblazen naar de atmosfeer in plaats van afgefakkeld. Op land wordt vrijwel alles afgefakkeld.
Emissies
In de olie-gaswinning en –productie zijn de CH4-emissies de laatste jaren gedaald door het steeds meer overbodig worden van het gebruik van (nood)fakkels door de verhoogde betrouwbaarheid van (nieuw geïnstalleerde) afgascompressoren, het minder "venten" bij afblazen van druk en/of bij het uitvoeren van puttestprocedures en door het zogenaamde "afgas" (druk lager dan 10 bar) op de installaties meer en meer als stookgas te gebruiken.
Situatieschets
Vanaf begin jaren negentig is het gebruik van CFK's verboden in verband met de aantasting van de ozonlaag en vanaf 2004 is ook het gebruik van HCFK's om dezelfde reden niet meer toegestaan. Als alternatief is door de industrie voor een deel overgeschakeld op HFK's. Toepassing hiervan in PUR-schuimen vindt dan ook pas vanaf 2003 plaats. De HFK-emissies worden jaarlijks door PBL (Taakgroep ENINA), op basis van gegevens uit het Handelsstromenonderzoek vastgesteld en aan de Emissie Registratie geleverd.
Publicaties
Situatieschets
Methaan ontstaat alleen in anaerobe omstandigheden, dus bij afwezigheid van zuurstof (O2). Lachgas ontstaat door biologische stikstofverwijdering via nitrificatie en denitrificatie.
Methaangas ontstaat al in de riolering en komt pas in de ontvangstkelder vrij. In de ontvangstkelder zelf ontstaat vrijwel geen CH4 door de korte verblijftijd van het rioolwater.
In de eerste tanks (voorbezinktanks) wordt onder dezelfde omstandigheden methaan gevormd. Hier wordt lucht afgezogen doordat deze tanks afgedekt zijn en emissie vindt dus plaats na de luchtbehandeling.
In de beluchtingstank kan CH4 gevormd worden door de aanwezigheid van methanogenen in actief slib, maar de hoeveelheid is beperkt. Methaanemissie komt eerder door het strippen van methaan uit het invluent of een overblijfsel vanuit de vorming in een anaerobe tank. Vanuit de beluchtingstank wordt het slib afgevoerd naar de slibverwerking. Hier wordt het vergist waarbij CO2 en CH4 gevormd worden. Afhankelijk van de hoeveelheid gevormde CH4 wordt deze afgefakkeld of in de gasmotoren in elektriciteit omgezet.
Emissies
De emissie van broeikasgassen door een rioolwaterzuiveringsinstallatie is zowel nationaal als internationaal op zeer beperkte schaal gemeten.
Downloads
Situatieschets
Het gas SF6 wordt al meer dan tien jaar gebruikt als isolatiemedium in schakelinstallaties omdat het gas vele malen effectiever is dan lucht of het creëren van een vacuüm. Dit maakt de constructie van sterkstroomschakelaars veiliger en compacter. Voor MV (middenspanning) bestaan er al veel SF6-vrije alternatieven. Voor HV (hoogspanning) nog niet of voorlopig nauwelijks. HV en MV-schakelaars zijn te vinden bij netbeheerders en grote industriële bedrijven met een hoog stroomverbruik, waaronder elektrolysebedrijven. Lekkages treden op langs de bewegende delen van schakelaars of bij calamiteiten, inclusief kortsluitproeven bij KEMA voor het testen van schakelaars uit de gehele wereld.
Praktijkvoorbeeld
Energiebedrijf DELTA N.V. verving een oud elektriciteitsstation dat gevuld was met het broeikasgas SF6. Bram de Lange (DELTA): "De 28 jaar oude 150 kV-schakelinstallatie vergde veel onderhoud en vertoonde lekkage. Het SF6-gas, dat onder andere nodig is voor de isolatie van de schakelinstallatie, kwam direct in het milieu terecht. De nieuwe installatie is veel kleiner, waardoor die minder onderhoud vergt, bedrijfszeker is en veel minder SF6 lekt. De fabrikant van de nieuwe installatie garandeert een lekverlies van maximaal 0,5% per jaar van de 800 kilo SF6 die het station bevat."
Publicaties
Land- en tuinbouw
Voor de land- en tuinbouw zijn daarnaast de volgende financiële regelingen interessant:
Links:
[1] http://www.antwoordvoorbedrijven.nl
[2] mailto:rob@agentschapnl.nl
[3] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/publicaties-broeikasgassen
[4] http://www.agentschapnl.nl/content/richtlijnen-eindrapport-rob
[5] http://www.agentschapnl.nl/content/vaststellingsformulier-subsidieregeling-milieugerichte-technologie-rob
[6] http://www.agentschapnl.nl/content/richtlijnen-monitoring-mestvergisting-2011
[7] http://www.agentschapnl.nl/content/inhoudelijke-en-financi%C3%ABle-voortgangsrapportage-subsidieregeling-milieugerichte-technologie-
[8] http://www.agentschapnl.nl/content/smt-controleverklaring-en-toelichting-controleverklaring
[9] http://www.agentschapnl.nl/content/brochure-de-melkveehouder-en-het-klimaat
[10] http://www.agentschapnl.nl/content/maatregelen-reductie-emissie-methaan-lachgas-en-co2-de-landbouw
[11] http://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw-tuinbouw/overige/item-91886/
[12] http://www.agentschapnl.nl/content/rapport-praktische-adviezen-voor-dierduurzaamheid-en-methaan
[13] http://www.broeikasgassen.nl/docs/NIR2010_NL_v2.pdf
[14] http://www.emissieregistratie.nl/
[15] http://www.agentschapnl.nl/agroconvenant
[16] http://www.agriholland.nl/
[17] http://www.asg.wur.nl/NL/
[18] http://klimaatvoorruimte.klimaatonderzoeknederland.nl/nl/25222977-Mitigatie.html
[19] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/milieu-technologie
[20] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/energie-investeringsaftrek-eia
[21] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/mia-milieu-investeringsaftrek-en-vamil-willekeurige-afschrijving-milieu-invest
[22] http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/landbouw-en-tuinbouw
[23] http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ienm
[24] http://www.agentschapnl.nl/f-gassenverordening
[25] http://www.infomil.nl/
[26] http://www.agentschapnl.nl/content/best-practice-koudemiddelen-voor-industri%C3%ABle-koeling
[27] http://www.agentschapnl.nl/content/factsheet-koudetechniek-verandert-ingrijpend
[28] http://www.agentschapnl.nl/content/brochure-koelen-met-ammoniak-milieuvriendelijker-en-veilig
[29] http://www.agentschapnl.nl/content/rapport-vervangen-r22-kans-voor-natuurlijke-koudemiddelen
[30] http://www.infomil.nl
[31] http://www.agentschapnl.nl/content/praktijkvoorbeeld-compressoren-van-rm-support
[32] http://www.agentschapnl.nl/content/factsheet-koelen-met-ammoniak
[33] http://www.agentschapnl.nl/content/presentatie-marktonderzoek-naar-knelpunten-van-ammoniak-en-co2-systemen
[34] http://www.agentschapnl.nl/content/rapport-inhoudelijke-verkenning-gesubsidieerde-nh3co2-koelvrieshuis-projecten-met-onvoorzien
[35] http://www.agentschapnl.nl/content/tewi-maakt-prestatie-koelinstallatie-zichtbaar
[36] http://www.agentschapnl.nl/content/tno-rapport-aanvulling-bouwwijzer-koel-en-vrieshuizen
[37] http://www.agentschapnl.nl/content/factsheet-nieuw-koelsysteem-moet-energie-besparen
[38] http://www.agentschapnl.nl/content/ecofys-rapport-ontwikkelen-en-testen-van-een-eutectisch-transportkoelingssysteem
[39] http://www.agentschapnl.nl/f-gassenverordening/
[40] http://www.agentschapnl.nl/content/rapport-het-uitgekristalliseerde-nh3-co2-concept-voor-de-visserij
[41] http://www.agentschapnl.nl/content/informatieblad-regelgeving-voor-koelinstallaties-van-infomil
[42] http://www.agentschapnl.nl/content/handreiking-methaanreductie-stortplaatsen
[43] http://www.agentschapnl.nl/content/afvalzorg-deponie-methaanreductie-door-actieve-beluchting-en-ontrekking-op-exploitatiezijnde
[44] http://www.agentschapnl.nl/content/afvalzorg-deponie-ontwikkeling-meethmethode-ter-kwantificering-van-stortgasemissies
[45] http://www.agentschapnl.nl/afvalzorg%20Deponie%20toepassen%20van%20de%20CEB%20op%20de%20stortplaats%20voor%20verbranding%20van%20laagcalorisch%20stortgas
[46] http://www.agentschapnl.nl/content/afvalzorg-noord-holland-definitiestudie-kwantificering-stortgasemissies
[47] http://www.agentschapnl.nl/content/demonstratieprojectvervroegdestortgasonttrekkingbijafvalverwerkingstainkoelnbv
[48] http://www.agentschapnl.nl/content/het-minimaliseren-van-methaanemissies-op-stortplaatsen
[49] http://www.agentschapnl.nl/Rapport%20Potentiele%20maatregelen%20voor%20reductie%20van%20methaanemissies%20uit%20stortplaatsen
[50] http://www.agentschapnl.nl/content/verbeterde-methaanoxidatie-toplagen-van-stortplaatsen
[51] http://www.agentschapnl.nl/onderwerp/stortplaatsen-nederland
[52] http://www.agentschapnl.nl/content/convenant-schone-en-zuinige-agrosectoren
[53] http://www.agentschapnl.nl/content/rapport-vervolgonderzoek-gasvormige-emissies-bij-gasmotoren-op-continu-vollast
[54] http://www.agentschapnl.nl/content/best-practice-effici%C3%ABnt-toepassen-van-warmtepomp-en-koeltechniek
[55] http://www.agentschapnl.nl/content/best-practice-warmtepompen
[56] http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/luchtemissie/factsheets/overzicht-factsheets
[57] http://themas.stowa.nl/Uploads/emissie%20van%20broeikasgassen%20van%20rwzi's.pdf
[58] http://themas.stowa.nl/Uploads/water%20en%20energie/rapport%202008%2017.pdf
[59] http://www.broeikasgassen.nl/documents/6B_CH4_N2O_afvalwater_NIR2010.pdf
[60] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/energie-onderzoek-subsidie-eos
[61] http://www.agentschapnl.nl/milieutechnologie/
[62] http://www.agentschapnl.nl/vamil_mia/
[63] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/stimulering-duurzame-energieproductie-sde
[64] http://www.hetlnvloket.nl/portal/page?_pageid=122,1780509&_dad=portal&_schema=PORTAL&p_file_id=23582
[65] http://www.agentschapnl.nl/content/praktijkvoorbeeld-superzuinige-airco-werkt-op-waterdamp
[66] http://www.agentschapnl.nl/content/praktijkvoorbeeld-mestvergisting-maatschap-pronk-te-warmenhuizen
[67] http://www.agentschapnl.nl/content/praktijkvoorbeeld-methaanreductie-door-duurzamer-melkvee
[68] http://www.agentschapnl.nl/content/praktijkvoorbeeld-minder-uitstoot-door-duurzaam-krachtvoer
[69] http://www.agentschapnl.nl/content/erm-survey-agricultural-climate-policies-september-2011
[70] http://www.agentschapnl.nl/content/kansen-voor-een-toolbox-voor-het-veenweidegebied
[71] http://www.agentschapnl.nl/content/eindrapport-emissies-van-methaan-en-lachgas-uit-mest-na-scheiding-een-dunne-en-dikke-fractie
[72] http://www.agentschapnl.nl/content/gecontroleerde-pensfermentatie
[73] http://www.agentschapnl.nl/content/perspectieven-om-broeikasgas-en-ammoniakemissies-te-reduceren-door-het-aanzuren-van-mest
[74] http://www.agentschapnl.nl/content/praktische-adviezen-voor-dierduurzaamheid-en-methaan
[75] http://www.agentschapnl.nl/content/reductie-van-methaan-bij-melkvee-door-gebruik-van-voederadditief-product-x
[76] http://www.agentschapnl.nl/content/129-watergerelateerde-maatregelen-melkveehouderij
[77] http://www.agentschapnl.nl/content/biologisch-filter-voor-verwijdering-van-methaan-uit-lucht-van-stallen-en-mestopslagen
[78] http://www.agentschapnl.nl/content/calculation-methane-production-enteric-fermentation-cattle-excluding-dairy-cows
[79] http://www.agentschapnl.nl/content/de-melkveehouderij-en-het-klimaat
[80] http://www.agentschapnl.nl/content/eindrapportage-clm-zien-geloven
[81] http://www.agentschapnl.nl/content/eindverslag-rob-project-de-fryske-w%C3%A3%C2%A2lden
[82] http://www.agentschapnl.nl/content/emissiereductieopties-voor-methaan-uit-mestopslagen
[83] http://www.agentschapnl.nl/content/feeding-strategies-tot-reduce-methane-loss-cattle
[84] http://www.agentschapnl.nl/content/greengrass
[85] http://www.agentschapnl.nl/content/lachgasemissie-bij-graslandvernieuwing-voor-najaar
[86] http://www.agentschapnl.nl/content/kennisbundeling-covergisting-2005
[87] http://www.agentschapnl.nl/content/methaanemissie-uit-natuurlijk-geventileerde-melkveestallen
[88] http://www.agentschapnl.nl/Methaanreductie%20melkvee%20%28rekenmodel%20en%20reductiemogelijkheden%2C%20FIS%29
[89] http://www.agentschapnl.nl/content/ontwikkelingen-binnen-de-biogasbranche-1980-2003
[90] http://www.agentschapnl.nl/content/precisiebemesting-van-een-niet-verstoorde-bodem
[91] http://www.agentschapnl.nl/content/project-klimaat-en-koeien-overijssel
[92] http://www.agentschapnl.nl/content/rapport-alterra-nitrificatieremmers-de-nederlandse-landbouw
[93] http://www.agentschapnl.nl/content/rob-maatregelen-de-landbouw-en-vermindering-van-emissies-van-broeikasgassen
[94] http://www.agentschapnl.nl/content/rapport-broeikasgasmodule-bbpr
[95] http://www.agentschapnl.nl/content/onderwerp-vergisting-landbouw
[96] http://www.agentschapnl.nl/content/rapporten-over-beperking-van-lachgasemissie
[97] http://www.agentschapnl.nl/content/keuzewijzer-voor-koelinstallaties-de-utiliteitsbouw-bij-nieuwbouw-renovaties-en-bestaande-bo
[98] http://www.agentschapnl.nl/content/rapport-co2-airconditioning-personenautos
[99] http://www.agentschapnl.nl/content/tno-rapport-richtlijn-reductie-broeikasgassen-airco-installaties-utiliteitsbouw
[100] http://www.agentschapnl.nl/content/tno-rapport-gpg-airco-utiliteit
[101] http://www.agentschapnl.nl/en/node/121420
[102] http://www.agentschapnl.nl/content/rapport-potenti%C3%ABle-maatregelen-voor-de-reductie-van-methaanemissies-uit-stortplaatsen