KP7 is een groot en ambitieus onderzoeksprogramma met veel verschillende onderdelen en mogelijkheden. Het Expertisecentrum voor internationaal Onderzoek en Innovatie EiOI (voorheen EG-Liaison, EGL), helpt u graag op weg. Wij streven ernaar Nederlandse organisaties zo goed mogelijk te laten participeren in KP7 en aanverwante Europese programma's. Dat gebeurt door het geven van voorlichting, advies, trainingen en analyses van de deelname van Nederlandse organisaties.
Voorlichting over deelname aan KP7
Het Expertisecentrum EiOI organiseert regelmatig voorlichtingsbijeenkomsten over KP7. Deze bijeenkomsten staan meestal in het teken van een call. U vindt de data in het calloverzicht [1]. Een andere informatiebron is onze digitale nieuwsbrief over internationale R&D, die maandelijks verschijnt. Ook verzorgen wij voorlichting op maat, bijvoorbeeld een lunchlezing bij uw organisatie of een presentatie tijdens uw evenement.
Meer over de opbouw en structuur van KP7 kunt u lezen in het boekje KP7 in 7 stappen [2].
Persoonlijk advies over deelname aan KP7
Als u nadenkt over meedoen aan KP7, kunt u het beste in een vroeg stadium contact opnemen. Uw adviseur kan u precies vertellen hoe KP7 is opgebouwd. Ook kan hij of zij meedenken over de vormgeving van uw project, adviseren over de haalbaarheid en aangeven binnen welk programma(onderdeel) het project het beste past.
Als u een projectvoorstel heeft geschreven, leest de adviseur graag met u mee. Hij heeft vaak nog waardevolle tips en adviezen die uw kans van slagen vergroten. Is uw projectvoorstel goedgekeurd, dan krijgt u te maken met contractonderhandelingen en moeten er zaken worden geregeld op juridisch-financieel terrein. Ook hierbij kunnen onze adviseurs een nuttige rol spelen.
In ons overzicht van adviseurs [3] kunt u direct contact opnemen met de juiste persoon.
Trainingen voor deelname aan KP7
Tijdens onze trainingen maken wij u wegwijs in KP7. U leert hoe u zich kunt oriënteren op KP7, hoe u projectvoorstellen schrijft en indient en hoe u projecten kunt opzetten en beheren. Ook raakt u vertrouwd met de verschillende financiële en juridische aspecten die van belang zijn. U kunt een keuze maken uit verschillende trainingen [4].
Analyses
Als nationaal contactpunt krijgen wij toegang tot twee databases waarin de Europese Commissie (EC) de informatie over ingediende projectvoorstellen en afgesloten contracten registreert. Op deze manier kunnen we de Nederlandse deelname in KP7 analyseren. De laatste stand van zaken leest u in de publicatie Nederland in KP7 - 2011 [5].
U kunt ook onze online zoekmachine voor KP7-deelname [6] raadplegen. Na een eenvoudige registratie kunt u het antwoord op uw vragen direct opzoeken.
Wilt u op de hoogte gehouden worden over KP7 en verwante programma's?
Vul dan het registratieformulier [7] in.
KP7 bestaat uit 4 blokken:
Cooperation
Dit onderdeel omvat de volgende thema's:
Juridisch/financieel
De juridische en financiële voorwaarden die gelden bij deelname aan KP7 projecten.
Meer informatie [27]
Doelstellingen Europese Commissie
Met KP7 wil de Europese Commissie de wetenschappelijke en technologische basis van de EU verbeteren en de Europese concurrentiekracht verbeteren. Daarnaast wil de Europese Commissie de wetenschap en het bedrijfsleven uitdagen om oplossingen te bedenken voor belangrijke maatschappelijke vraagstukken. Bijvoorbeeld op het terrein van milieu, vergrijzing en zorg, en duurzame energie.
Versterken Nederlandse economie
Deelname aan KP7, een groot en ambitieus onderzoeksprogramma, is belangrijk voor Nederland. Het zorgt voor stimulatie van innovatie, brengt Nederlandse organisaties in contact met kennis en buitenlandse partners en draagt zo bij aan de versterking van de Nederlandse economie.
Subsidies
Het geld binnen KP7 wordt besteed in de vorm van subsidies. Bijna altijd zijn deze gericht op het stimuleren van de internationale samenwerking tussen bedrijven en wetenschappelijke instellingen, in Europa en erbuiten. Er zijn subsidies voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratieprojecten.
Spelregels KP7
KP7 is een groot ambitieus programma met veel verschillenden onderdelen en mogelijkheden. Om dit in goede banen te leiden zijn er regels opgesteld. Deze regels komt u in elke fase van uw project tegen: bij het schrijven van uw voorstel, de contractonderhandelingen, de uitvoering van uw project en de afronding. Om verrassingen tijdens uw project te voorkomen is het belangrijk om u al bij uw voorbereiding te verdiepen in de spelregels van KP7. De volgende vragen staan daarbij centraal:
Wie kan er meedoen?
Iedereen kan meedoen aan KP7. Voor de meeste onderdelen is vereist dat meerdere organisaties samen een project uitvoeren en in beginsel krijgt iedereen subsidie.
Hoeveel subsidie kunt u krijgen?
De subsidie bestaat uit de vergoeding van een percentage van de kosten die u maakt. Dit percentage is variabel en hangt af van het type organisatie dat u bent en de soort activiteit. In nagenoeg alle gevallen moet u een deel van de kosten zelf dragen. Lees meer op deze pagina [28]
Wat moet je daarvoor doen?
De subsidie krijgt u natuurlijk niet voor niets. Om te zorgen dat het geld van de Europese unie goed besteed wordt zijn er regels opgesteld voor de administratie die u moet bijhouden, de berekening van de kosten en de manier waarop u de kennis in uw project moet beschermen.
FAQ
De veel voorkomende vragen hebben we voor u op een rijtje gezet en beantwoord. U kunt daarbij denken aan vragen over personeelskosten, deelname mkb, het uitbesteden van werkzaamheden, indirecte kosten en audits.
Bekijk de pagina met veelgestelde vragen [29]
Overige informatie
Daarnaast geven we informatie over onderstaande onderwerpen:
- Deelname mkb in KP7
- Deelname niet-Europese partners in KP7
- Wat is een Third Party en hoe kunnen zij deelnemen aan KP7?
Als u in aanvulling op het bovenstaande vragen heeft over de regels van KP7, dan informeren en adviseren wij u graag. Wij proberen u zo goed mogelijk te informeren via onze website. Mocht u toch iets missen, laat het ons weten, dan proberen wij de informatie aan te passen aan uw behoefte.
U kunt hiervoor contact opnemen met:
Michael Schijns - juridisch en financieel adviseur
(088) 602 52 26
Kim Kruisinga - juridisch en financieel adviseur
(088) 602 52 74
Zweitze Hofma - financieel adviseur
(088) 602 53 79
E-mailadres: kp7.legal@agentschapnl.nl [30]
De subsidie bestaat uit de vergoeding van een percentage van de kosten die u maakt. Dit percentage is variabel en hangt af van het type organisatie dat u bent en het soort activiteit.
In nagenoeg alle gevallen moet u een deel van de kosten zelf dragen.
In de regel wordt 50 tot 75% van de kosten voor onderzoeksactiviteiten vergoed. Bepaalde soorten organisaties zoals mkb-bedrijven en kennisinstellingen krijgen 75%, anderen 50%. De kosten voor sommige andere activiteiten worden volledig vergoed. Denk aan coördinatie, training en kennisverspreiding.
In onderstaande tabel ziet u per projectvorm en activiteit wat de maximale subsidiepercentages zijn:
| Maximum subsidiepercentages | Standaard | MKB’s, onderzoeksinstituten, universiteiten, publieke organisaties |
| Onderzoek en techologische ontwikkeling | 50% | 75% |
| Demonstratie | 50% | 50% |
| Coördinatie | 100% | 100% |
| Anders (training, kennisverspreiding etc.) | 100% | 100% |
Welke kosten krijgt u vergoed?
Niet alle kosten komen voor vergoeding in aanmerking. De Europese Commissie maakt een onderscheid tussen kosten die voor vergoeding in aanmerking komen: eligible costs en kosten die niet voor vergoeding in aanmerking komen: non-eligible costs.
De eligible costs worden onderverdeeld in directe kosten en indirecte kosten (direct en indirect eligible costs). Directe kosten zijn alle kosten die direct met het project te maken hebben. Indirecte kosten zijn de kosten voor overhead (denk hierbij aan uw secretariaat, computers, kantoorartikelen etc.)
eligible costs zijn kosten die aan de volgende voorwaarden voldoen:
De hoogte van de indirecte kosten is afhankelijk van de manier waarop deze berekend worden. Hiervoor moet u de eerste keer dat u in KP7 meedoet een indirecte kostenmodel kiezen. Zie het overzicht hieronder:
| Real indirect costs |
- alle werkelijke indirecte kosten worden gedeclareerd - analytisch boekhoudsysteem (de indirecte kosten kunnen worden geïdentificeerd op afdelingsniveau) |
| Standard flat rate | - voor de indirecte kosten wordt 20% genomen van de totale directe eligible costs minus subcontracting |
| Specific flat rate |
- geen analytisch accountingsysteem aanwezig - moeilijk of onmogelijk om indirecte kosten vast te stellen - voor de indirecte kosten wordt 60% genomen van de totale directe eligible costs minus subcontracting - alleen mkb-bedrijven, onderzoeksinstituten, universiteiten en HBO-instellingen en publieke organisaties kunnen hiervoor kiezen |
Non-eligible costs zijn de volgende kosten:
- Indirecte belastingen, waaronder BTW
- Schulden en verschuldigde rente
- Voorzieningen voor eventuele verliezen of lasten in de toekomst
- Wisselkoersverliezen en overige verliezen
- Kosten die zijn gemaakt voor andere EU-projecten
- Kosten die betrekking hebben op het rendement op geïnvesteerd kapitaal
- Kosten van schulden
- Kosten die economisch niet te verdedigen zijn (reckless expenditure)
Hoe vindt de declaratie van kosten plaats?
De projectpartners (Beneficiairies) kunnen de totale directe kosten opvoeren plus de volgens het gekozen indirecte kostenmodel berekende indirecte kosten. De totale eligible costs worden vergoed op basis van het subsidiepercentage. De kosten die u maakt declareert u bij de Europese Commissie via een speciaal formulier (C-form).
Voorbeeld
U heeft € 100.000 aan kosten gemaakt voor management en voor de indirecte kosten heeft u gekozen voor de specific flat rate van 60%.
€ 100.000 + (60% van € 100.000) = € 160.000.
Het subsidiepercentage voor management is voor ieder soort organisatie 100%.
De te ontvangen subsidie = 100% van € 160.000 = € 160.000.
Belangrijke links ter onderbouwing
Registratie
Wat is een LEAR?
Budget
Mag ik in KP7 schuiven met het budget?
Mag ik in KP6 schuiven met het budget?
Aan welke eisen moet een kostendeclaratie voldoen?
Deelname MKB
Wanneer kan ik gebruik maken van een flat rate voor mijn loonkosten?
Hoe bereken ik mijn uurloon als ik een eenmanszaak of ZZP’er ben, en geen salaris ontvang?
Hoe bereken ik het aantal jaren ervaring indien ik gebruik maak van de flat rate voor loonkosten?
Personeelskosten
Wat zijn de productieve uren die ik moet gebruiken bij de berekening van het uurloon?
Wat mag er wel en niet in de personeelskosten worden meegenomen?
Indirecte kosten
Wat zijn indirecte kosten?
Hoe bereken ik mijn indirecte kosten?
Kan ik overstappen van de ene naar de andere indirecte kosten methode?
Hoe verander ik van indirecte kosten methode?
|
Wij proberen u zo goed mogelijk te informeren via onze website. Mocht u toch iets missen, laat het ons weten, dan proberen wij de informatie aan te passen aan uw behoefte. U kunt hiervoor contact opnemen met onze juridisch en financieel adviseurs op (088) 602 52 50 of via kp7.legal@agentschapnl.nl [30] |
Wat is een LEAR?
LEAR staat voor Legal Entity Appointed Representative en is een persoon die is aangewezen door zijn organisatie in die functie. De LEAR is de contactpersoon van de organisatie als het gaat om de registratie van haar gegevens bij de Europese Commissie en heeft hiertoe een mandaat van zijn organisatie. Het is zijn taak om te zorgen dat de geregistreerde gegevens van de organisatie up-to-date zijn (denk hierbij aan indirecte kosten methode, BTW-nummer, verandering juridische status e.d.)
Mag ik in KP7 schuiven met het budget?
In KP7 is het mogelijk om met het budget te schuiven. Afhankelijk van de verschuiving dient de coördinator de project officer per e-mail over de verschuiving te informeren of dient er een contract amendment plaats te vinden (en zal de EC dus haar toestemming voor de verschuiving moeten verlenen). Een contract amendment moet plaatsvinden in het volgende geval:
"An amendment to the GA will be necessary in all cases if the budget transfer arises from a significant change in Annex I. Significant change refers to a change that affects the technical work as foreseen in Annex I to ECGA, including the subcontracting of a task that was initially meant to be carried out by a beneficiary. In case of doubt, it is recommended to consult the responsible project officer within the Commission."
Let op: de funding percentages kunnen per activiteit verschillen. Het fundingpercentage van RTD is bijvoorbeeld 50 of 75% terwijl het fundingpercentage voor management 100% is. Zie voor een gedetailleerdere uitleg alsmede voorbeelden de Guide to Financial Issues [31], pagina 8-9.
In KP7 is er geen verplichting om het budget op te maken. Sterker nog, enkel de daadwerkelijk gemaakte kosten voor de in de DoW (Description of Work, Annex I) omschreven uitgevoerde taken komen voor vergoeding in aanmerking.
Mag ik in KP6 schuiven met het budget?
In KP6 zijn er geen formele regels omtrent verschuivingen binnen het budget. De regels van KP7 geven echter een leidraad hoe hiermee om te gaan, aangezien de praktijk van KP6 in KP7 zwart op wit is gezet. De praktijk in KP6 is dat de coördinator contact opneemt met de project officer ten aanzien van de voorgenomen budgetverschuiving. Na onderling overleg vindt de verschuiving al dan niet plaats.
Let op: de funding percentages kunnen per activiteit verschillen.
Aan welke eisen moet een kostendeclaratie voldoen?
Er worden in KP7 hoge eisen gesteld aan het berekenen en/of vaststellen van te declareren projectkosten. Deze eisen bestaan uit een aantal basisprincipes aan de hand waarvan u kunt vaststellen of bepaalde projectkosten wel of niet declarabel zijn. Deze principes hebben veel invloed, worden strikt door de EC gehanteerd, en ook uw accountant zal er rekening mee houden. Veel specifieke situaties zijn nader uitgewerkt in de Financial Guide en in onze FAQ’s. Echter, het is onmogelijk om alle verschillende situaties te vangen in 1 document. Indien uw situatie hierin niet voorkomt kunt u deze toetsen aan de basisprincipes. Deze basisprincipes zijn:
Voorbeeld bij a): de boekingsdatum van projectkosten wordt bepaald door de boekingsmethode die gebruikelijk is in de organisatie (bijvoorbeeld het kasstelsel). Hiervan kan in KP7 niet worden afgeweken om bijvoorbeeld de boekingsdatum alsnog binnen de projectperiode te laten vallen.
Voorbeeld bij b): voor het bepalen van een ‘actueel’ uurloon voor personeel wordt in KP7 een zeer specifieke berekening voorgeschreven (zie Financial Guide en onze FAQ’s). Het komt zelden voor dat deze berekening exact overeenkomt met de al in de organisatie aanwezige, gebruikelijke berekeningsmethode.
Wanneer kan ik gebruik maken van een flat rate voor mijn loonkosten?
Indien u een eenmanszaak heeft of een ZZP’er bent, en geen salaris uit de onderneming ontvangt. In die gevallen is er namelijk juridisch gezien geen sprake van loon, maar van winst uit onderneming. Dit zou betekenen dat in die gevallen geen loonkosten gedeclareerd kunnen worden. De EC heeft hier een oplossing voor geboden. In dergelijke gevallen kunnen fictieve loonkosten worden gedeclareerd middels een flat rate gebaseerd op de vergoedingen die worden gehanteerd bij Marie Curie-projecten. Dit geldt vanaf 21 januari 2011 voor alle lopende en nieuwe projecten in KP7.
Hoe bereken ik mijn uurloon als ik een eenmanszaak of ZZP’er ben, en geen salaris ontvang?
Aangezien u geen salaris ontvangt, kunt u geen werkelijke loonkosten declareren. In dergelijke gevallen staat de EC toe dat u gebruik maakt van een fictief uurloon. Dit uurloon berekent u aan de hand van uw werkervaring en de vergoedingspercentages die daarbij worden gehanteerd in Marie Curie-projecten. Deze regel geldt vanaf 21 januari 2011 voor alle lopende en nieuwe projecten in KP7.
De EC heeft een tool beschikbaar gesteld om het uurloon te berekenen. Link naar de tool [.ZIP file] [33]
Vóór 21 januari 2011 kon u alleen fictieve loonkosten berekenen via het aanvragen van een Certificate on Average personnel costs. Bent u in het bezit van een dergelijk certificaat, dan heeft u de keus: u blijft het certificaat gebruiken of kiest voor de flat rate. Zie voor meer informatie en rekenvoorbeelden de Guide to Financial Issues [31] vanaf pagina 38.
Hoe bereken ik het aantal jaren ervaring indien ik gebruik maak van de flat rate voor loonkosten?
Wat betreft het aantal jaren ervaring gelden in dit geval niet de standaard eisen die in Marie Curie projecten gelden, zoals een doctoral degree etc. De opgebouwde jaren ervaring hoeven ook niet specifiek in het onderwerp van het onderzoek van het project te liggen. De EC zal dit case by case benaderen. Uitgangspunt van de EC is dat ze SME owners die geen typische Marie Curie CV hebben, niet willen uitsluiten, maar als iemand voor het hoogste tarief kiest dan zal deze persoon wel moeten aantonen dat dit ook bij diens ervaringsniveau past.
Wat zijn de productieve uren die ik moet gebruiken bij de berekening van het uurloon?
Het aantal productieve uren berekent u op de volgende manier: u neemt het totaal aantal uren dat een werknemer op basis van diens arbeidscontract per jaar moet werken, minus de uren voor verlof, ziekte, trainingen, bezoek aan congressen en intern vaktechnisch overleg (geen algemeen werkoverleg). U kunt dit per individueel persoon berekenen, maar het is ook toegestaan om de gemiddelde productieve uren voor de organisatie te berekenen, die ieder jaar worden herzien. U dient aan de gekozen methode (individueel of gemiddeld) vast te houden.
Wat mag er wel en niet in de personeelskosten worden meegenomen?
De totale bruto salariskosten mogen opgevoerd worden. Dus loonkosten, reiskosten, vaste kostenvergoeding, vakantiegeld, vaste 13e maand/eindejaarsuitkering en werkgeverslasten (pensioenskosten, ZVW, overige premies). Bonussen mogen niet worden meegenomen, tenzij deze kunnen worden gezien als onderdeel van het ‘normale salaris’ van een werknemer. Er moet dan wel aan 5 limitatieve criteria worden voldaan, die worden beschreven in de Guide to Financial Issues [31] vanaf pagina 58.
Wat zijn indirecte kosten?
Indirecte kosten zijn de kosten voor overhead. Denk hierbij aan secretariaat, ICT afdeling, kantoorruimte, labfaciliteiten, computers, kantoorartikelen, elektriciteit etc.
Hoe bereken ik mijn indirecte kosten?
De eerste keer dat u in KP7 meedoet moet u een methode kiezen waarmee u uw indirecte kosten in uw KP7-projecten gaat declareren, een indirect cost method. Bekijk het overzicht voor meer uitleg:
| Real indirect costs |
- alle werkelijke indirecte kosten worden gedeclareerd - analytisch boekhoudsysteem (de indirecte kosten kunnen worden geïdentificeerd op afdelingsniveau) |
| Standard flat rate | - voor de indirecte kosten wordt 20% genomen van de totale directe eligible costs minus subcontracting |
| Specific flat rate |
- geen analytisch accountingsysteem aanwezig - moeilijk of onmogelijk om indirecte kosten vast te stellen - voor de indirecte kosten wordt 60% genomen van de totale directe eligible costs minus subcontracting - alleen mkb-bedrijven, onderzoeksinstituten, universiteiten en HBO-instellingen en publieke organisaties kunnen hiervoor kiezen |
Kan ik overstappen van de ene naar de andere indirecte kosten methode?
In een aantal gevallen is het toegestaan om van indirecte kosten methode te veranderen. Simpel gezegd kunt u van de flat rate methode (minder geavanceerd) wel overstappen naar real indirect cost (meer geavanceerd), maar niet andersom.
Van real indirect cost naar flat rate:
Deelnemers met een analytisch accounting systeem die hun indirecte kosten kunnen identificeren en toewijzen op afdelingsniveau kunnen kiezen voor de real indirect cost method. Als hiervoor in KP7 gekozen is, dan kunt u dit in KP7 niet meer veranderen in de standard flat rate of specific flat rate.
Van full cost in KP6 naar flat rate:
Indien in KP6 het full costmodel gebruikt werd (FC) dan staat in KP7 in beginsel alleen de mogelijkheid open om voor de standard flat rate van 20% te kiezen. Er kunnen echter situaties zijn die een overstap naar de specific flat rate van 60% rechtvaardigen.
Van de standard flat rate naar de specific flat rate
Indien in KP7 voor de flat rate van 20% is gekozen kan men dit niet meer aanpassen naar de flat rate van 60%, tenzij
a. de status van de organisatie dusdanig wijzigt dat zij eerst niet voor de flat rate van
60% in aanmerking kwam en nu wel
b. of dat de organisatie er in haar eerste KP7 project achterkomt dat zij per abuis heeft
aangegeven gebruik te maken van de flat rate van 20% in plaats van die van 60%
Aanpassing gaat in beide gevallen gepaard met veel administratie en kost veel tijd, en vooral in geval van b. stelt de EC strenge eisen. (Zie artikel II.15 ECGA in de Guide to Financial Issues [31] )
Van de specific flat rate naar de standard flat rate
Dit is mogelijk.
Hoe verander ik van indirecte kosten methode?
De Legal Entity Appointed Representative (LEAR) kan de indirecte kosten methode aanpassen door middel van een verzoek daartoe aan het Validation Team, bekijk onderstaande uitleg:
“The choice of Indirect Cost Method is considered as special information negotiated between the FP participants and the European Commission. Therefore, when designing the URF system, it was decided to block this cell for direct modification by the LEAR. It is only the Central Validation Team who can introduce any modifications to the I.C.M.
To change your I.C.M., you should send your request to REA URF validation@ec.europa.eu [34] (The request should be sent only from the LEAR email address).
Please introduce in the subject line of your email: Request for ICM change " your legal name" and "your PIC number".
Omdat er door CORDIS een nieuwe faciliteit voor het zoeken van partners in Europese projecten is opengesteld, heeft Agentschap NL besloten om de partnersearch-faciliteit van voormalig EG-Liaison te beëindigen.
Dit betekent dat wij niet langer de 2-wekelijkse attendering met partnerverzoeken versturen en de online partnersearch-database beheren.
Wij verwijzen u door naar onderstaande partnersearch faciliteiten, waar ook de mogelijkheid bestaat om u aan te melden voor attendering op nieuwe verzoeken.
CORDIS
CORDIS heeft onlangs een nieuwe faciliteit open gesteld voor het zoeken van partners voor Europese onderzoeksprojecten. U kunt uw profiel op de website zetten, aangeven wat voor partners u zoekt en aparte groepen creëren om samen te werken. Het biedt een goede algemene faciliteit, echter zonder validatie van de gegevens.
Verschillende partnersearch-sites per thema
Naast de algemene faciliteit van CORDIS zijn er verschillende sites voor specifiek op een themagerichte partnersearch, zoals Idealist [35] voor ICT, het SME-netwerk [36] voor het mkb-programma en Fit for Health [37] voor Health. De verzoeken worden hier gevalideerd door de betrokken National Contact Points.
Tot slot neemt ook Enterprise Europe Network [38] KP7-partnersearch verzoeken op in haar database. Ook deze verzoeken worden gevalideerd.
Enterprise Europe Network is het internationale platform voor innoveren&ondernemen en mkb-samenwerking.
Het Zevende Kaderprogramma bestaat uit vier onderdelen: Cooperation, Capacities, Ideas en People. Ieder onderdeel bestaat uit meerdere thema’s. Jaarlijks stelt de Europese Commissie in samenspraak met de lidstaten voor ieder onderdeel een werkprogramma op. In deze werkprogramma’s geeft de Europese Commissie een toelichting op het onderzoek dat in aanmerking komt voor financiering.
Er zijn twee verschillende soorten werkprogramma’s: werkprogramma’s waar het onderwerp van onderzoek is voorgeschreven (top-down) en werkprogramma’s waar de onderzoeker zelf het onderwerp kan kiezen (bottom-up). In de onderdelen Ideas, People en de SME programma’s van Capacities kunnen deelnemers zelf hun onderzoeksonderwerpen kiezen. De thema’s van het onderdeel Cooperation en enkele andere onderdelen van Capacities kennen een top-down procedure. Dit betekent dat de Europese Commissie gedetailleerd omschrijft voor welke onderzoeksthema’s financiering beschikbaar is.
Om aan deze top-down programma’s deel te kunnen nemen is het noodzakelijk dat uw onderwerp in een werkprogramma is omschreven als onderzoeksprioriteit. Deze omschrijvingen zijn dus heel belangrijk. Daarnaast kunnen in de werkprogramma’s eisen gesteld worden aan aard en vormgeving van de projecten. Dit laatste is ook relevant voor de bottom-up programma’s.
De calls en bijbehorende werkprogramma’s worden voor de meeste thema’s jaarlijks in juli gepubliceerd. Al ongeveer een jaar tevoren beginnen de voorbereidingen. De Europese Commissie maakt een analyse over de vraag welke onderzoeksonderwerpen belangrijk zijn voor het komende jaar. De Europese Commissie raadpleegt hiervoor verschillende bronnen, zoals:
- de tekst van het Kader- en Specifieke Programma dat de hoofdlijnen weergeeft
- workshops en conferenties die de Europese Commissie organiseert of bijwoont
- andere directoraten van de Europese Commissie [39] (DG Landbouw, DG Milieu, …)
- European Technology Platforms
- belangrijke beleidsdocumenten van de Europese Commissie [40]
- resultaten van eerdere KP-projecten [41]
- thematische Europese adviesgroepen (Advisory Groups [42])
- aanbevelingen van het Europees Parlement
- digitale consultaties van de doelgroep
Vervolgens raadpleegt de Europese Commissie vertegenwoordigers van de lidstaten in het Programma Comité. Iedere lidstaat wordt hierin vertegenwoordigd door een of meerdere afgevaardigden. In zo’n Programma Comité zitten ook vanuit Nederland één of meer vertegenwoordigers, veelal zijn dit beleidsmedewerkers van de verschillende ministeries. De PC-leden worden ondersteund door een of meerdere Experts. De KP7 adviseurs functioneren in de meeste Programma Comités als Expert. Wilt u weten wie vertegenwoordigd is in het Programma Comité van een bepaald onderdeel? Bekijk dan deze documenten [43].
De Europese Commissie schrijft ongeveer een half jaar voor de publicatie van de call een eerste versie van het werkprogramma. Daarna worden vaak nog één of meerdere conceptversies van het werkprogramma geschreven. Inhoudelijk verandert er dan vaak weinig meer aan de onderzoeksonderwerpen. Het Programma Comité dient de definitieve versie van het werkprogramma formeel goed te keuren. Ook de andere onderdelen van de Europese Commissie worden geraadpleegd.
De conceptversies van de werkprogramma’s zijn vertrouwelijk. Agentschap NL wil de Nederlandse doelgroep wel zo goed mogelijk informeren. Neem daarom contact op met de KP7 adviseur(s) voor dit thema om te informeren of er al informatie beschikbaar is over de inhoud van komende werkprogramma’s.
Tips om invloed uit te oefenen op de Europese onderzoeksagenda:
Agentschap NL heeft ruime ervaring met het adviseren van onderzoekers hoe zij op succesvolle wijze hun onderwerp in Europa kunnen agenderen. Onze belangrijkste adviezen zijn:
1. Neem contact op met de KP7 adviseur(s) van Agentschap NL. Hij of zij kan u afhankelijk van het onderwerp adviseren over de beste strategie en kan uw ideeën voorleggen aan de Nederlandse leden van het Programma Comité.
2. Zorg voor een goede en beknopte beschrijving van het onderzoeksonderwerp en leg uit waarom het onderwerp belangrijk is voor Europa en door de Europese Commissie ondersteund zou moeten worden. Het is daarbij handig goed op de hoogte zijn van de meest recente ontwikkelingen in Europa. De website van Neth-er [44] kan daarbij handig zijn.
3. Creëer draagvlak voor dit onderwerp door steun te zoeken bij:
• Een European Technology Platform dat zich met dit onderwerp bezighoudt
• De nationale vertegenwoordiging in het Programma Comité via de bijeenkomsten van de KP7-klankbordgroepen. Belangrijk is dat het voorstel moet passen binnen het Nederlandse beleid op dit gebied.
• Onderzoekers in andere landen en laat hen contact zoeken met hun vertegenwoordigers in het Programma Comité en de National Contact Points.
Belangrijk is dat uw onderwerp ondersteund wordt door verschillende partijen. Zo hoort de Europese Commissie van verschillende kanten dat dit onderwerp een belangrijke onderzoeksprioriteit vormt.
4. Sluit aan bij de resultaten van eerdere Europese projecten. Benut eventuele contacten die u heeft binnen de Europese Commissie. Nodig relevante vertegenwoordigers van de Europese Commissie uit voor een workshop over het onderwerp.
5. Wees realistisch. Er kunnen slechts een beperkt aantal onderzoeksonderwerpen in de thematische werkprogramma’s worden opgenomen. Alleen onderwerpen met een duidelijke meerwaarde voor Europa maken een kans.
6. Begin vroeg. De meeste impact kan in een vroeg stadium bereikt worden, circa één jaar voor de publicatie van het werkprogramma.
De Nederlandse overheid geeft Nederlandse organisaties die actief zijn in de Europese onderzoekswereld de mogelijkheid om mee te praten over de verschillende KP7-onderdelen in thematische klankbordgroepen. Deze klankbordgroepen komen regelmatig bijeen. De KP7 gebruikers krijgen hier de mogelijkheid om te spreken met beleidsmakers die Nederland vertegenwoordigen in het Programma Comité. Hieronder vindt u meer informatie over de klankbordgroepen. Wilt u weten wie vertegenwoordigd is in de klankbordgroep van een bepaald onderdeel? Kijk dan in de overzichten op deze pagina [43].
1. Aard en functie van klankbordgroepen
- Voor ieder onderdeel binnen het Kaderprogramma bestaat een Programma Comité van lidstaten en geassocieerde landen. In zo’n Programma Comité zitten ook vanuit Nederland één of meer vertegenwoordigers, veelal zijn dit beleidsmedewerkers van de verschillende ministeries;
- De NL leden stellen prijs op contact met de Nederlandse deelnemers aan ‘hun’ programma, daartoe is er voor ieder onderdeel een klankbordgroep;
- Aan een klankbordgroep nemen belangrijke Nederlandse KP7 gebruikers deel;
- De klankbordgroep wordt voorgezeten door de Nederlandse vertegenwoordigers in het Programma Comité, de KP7 adviseurs van Agentschap NL voeren het secretariaat;
- De klankbordgroep bespreekt onder andere de inhoud van komende calls, de resultaten van calls en de wensen voor KP8. Doel is steeds om de deelnemers te informeren en te consulteren;
- Een KP7 klankbordgroep komt 1-3 keer per jaar bij elkaar;
- Tijdstip van de vergaderingen wordt afgestemd op de vergaderingen van het Programma Comité in Brussel;
- Agentschap NL publiceert de namen van de leden van de klankbordgroepen op haar website.
2. Samenstelling van de klankbordgroepen
De Nederlandse leden van elk Programma Comité stellen met advies van Agentschap NL hun klankbordgroep samen. Ze letten op:
- een evenwichtige verdeling tussen industrie, mkb, universiteiten en onderzoeksinstellingen;
- de aanwezigheid van kennis en expertise over het betreffende onderzoeksgebied;
- een vertegenwoordiging van de grote Nederlandse spelers binnen dit onderdeel.
Wilt u meer weten over de KP7 klankbordgroepen? Neem dan contact op met de KP7 Adviseurs van NL Innovatie.
In een European Technology Platform (ETP) stellen bedrijven en onderzoeksinstellingen samen een strategische onderzoeksagenda vast voor een specifiek technologiegebied. De industrie neemt doorgaans het initiatief.
Deelnemers aan een ETP kunnen zo invloed uitoefenen op de Europese R&D-agenda en meer in het bijzonder op KP7 [45] zelf. Verder biedt deelname vaak uitgelezen mogelijkheden om internationale relaties aan te gaan. Lidmaatschap van een ETP is mogelijk voor iedere organisatie die (in meer of mindere mate) actief wil zijn. Meer informatie over aanmelding vindt u op de website van een ETP.
Inmiddels zijn bijna veertig platforms actief. In dit overzicht [46] vindt u de verschillende ETP’s met de betreffende websites, Nederlandse deelnemers en betrokken Agentschap NL-adviseurs.
Meer informatie
Voor algemene informatie over ETP’s kunt u contact opnemen met Ramon Rentmeester ramon.rentmeester@agentschapnl.nl [47] en Erik van de Burgwal erik.vandeburgwal@agentschapnl.nl [48] , telefoon 088 602 52 50. Ook vindt u meer informatie op de Cordis website [49].
CIP ICT-PSP
Het CIP ICT PSP programma heeft als doel het gebruik van ICT technologie te vergroten en versnellen. Overheden en bedrijven kunnen meer en beter gebruik maken van ICT voor vernieuwing van hun producten en diensten. Om dit te stimuleren financiert het programma pilotprojecten en thematische netwerken waarin Europees wordt samengewerkt.
Meer informatie [50]
Intelligent Energy Europe
Het doel van het programma Intelligent Energy Europe (IEE) is het vergroten van het aandeel van duurzame energie door niet-technische barrières op te heffen, de toegang tot de markt te verbeteren en de kennisuitwisseling te bevorderen, ook op gebied van energiebesparing. IEE-projecten helpen u bovendien uw internationale netwerken te versterken!
Meer informatie [51]
Eco-Innovation
De belangrijkste doelstelling van het Eco-innovation programma is het ondersteunen van projecten die gericht zijn op de toepassing en marktverbreding van nieuwe en innovatieve technieken, producten, diensten of ontwikkelingen op het gebied van eco-innovatie, die reeds succesvol technisch gedemonstreerd zijn.
Meer informatie [52]
LIFE+
LIFE+ is het financiële instrument voor de ontwikkeling, implementatie, monitoring, evaluatie en communicatie van het Europese natuur- en milieubeleid en van de wetgeving op dit gebied.
Meer informatie [53]
Marco Polo II
Marco Polo is een Europees programma dat een verschuiving beoogt van het goederenvervoer over de weg naar vormen van vervoer die het wegennet ontlasten en milieuvriendelijker zijn. Denk aan transport per trein, binnenvaartschip of Short Sea Shipping (kustvaart), of aan combinaties daarvan.
Meer informatie [54]
Eureka
Eureka is een Europees netwerk waarin 40 landen en de Europese Commissie participeren. Eureka ondersteunt bedrijven die internationaal willen samenwerken in marktgerichte R&D-projecten. Eureka verwelkomt technologisch innovatieve projecten uit alle branches. Naast de marktgerichte R&D-projecten zijn de clusters en de umbrella’s belangrijke initiatieven binnen Eureka. Clusters zijn strategische, langetermijn initiatieven, geleid door grote industriële consortia met duidelijke technologische doelen. In de umbrella’s participeren voornamelijk overheden. Doel is het genereren van internationale R&D-projecten binnen een bepaalde strategische agenda. Een schat aan contacten dus.
Meer informatie [55]
Eurostars
Eurostars is een Europa-breed subsidieprogramma en onderdeel van Eureka. Een groot aantal Eureka-landen en de Europese Commissie stellen geld beschikbaar om samenwerkingsprojecten te ondersteunen die het mkb heeft geïnitieerd. Het gaat om hightech mkb-bedrijven, die minimaal 10 procent van hun omzet of fte’s besteden aan R&D. Het doel is bijdragen aan de financiering van marktgerichte R&D-projecten, zodat die sneller de markt kunnen bereiken.
Meer informatie [56]
NL EVD Internationaal
NL EVD Internationaal (onderdeel van Agentschap NL) ondersteunt Nederlandse ondernemers bij het waarmaken van hun internationale ambities. De dienstverlening bestaat uit het aanbieden van informatie, financiering en het organiseren van evenementen. NL EVD Internationaal werkt hierbij nauw samen met een netwerk in binnen- en buitenland, zoals de kamers van koophandel en Nederlandse overheidsvertegenwoordigingen in het buitenland.
Meer informatie [57]
Netwerk van Technisch Wetenschappelijke Attachés
Het TWA-Netwerk werkt proactief aan het verbeteren van het innovatievermogen in Nederland. Het netwerk koppelt kennis over technisch-wetenschappelijke ontwikkelingen en daaraan gerelateerde trends op het terrein van innovatief ondernemerschap in Nederland en het buitenland. TWA heeft een thuisbasis in Den Haag en diverse kantoren wereldwijd.
Meer informatie [58]
Enterprise Europe Network
Via het Enterprise Europe Network kunt u contact leggen met potentiële samenwerkingspartners. Zoekt u distributeurs, agenten, toeleveranciers of afnemers? Heeft u een nieuwe technologie in de aanbieding? Of zoekt u een oplossing voor een technologisch vraagstuk? Het Enterprise Europe Network helpt u zakenpartners te vinden in uw doelmarkt.
Meer informatie [59]
[60]
[61]
[62]Onderstaande trainingen zijn geschikt voor uw projectidee in de oriëntatiefase:
Ook organiseren wij voorlichtingsbijeenkomsten. Deze bijeenkomsten vinden meestal plaats in aanloop naar de publicatie van nieuwe calls. Als u op de hoogte gehouden wilt worden van nieuwe bijeenkomsten vul dan ons registratieformulier [7] in.
U kunt een keuze maken uit een aantal trainingen:
Deze training is bedoeld voor medewerkers van bedrijven, die internationale R&D ambities en eigen R&D capaciteit hebben, maar nog niet bekend zijn met het Zevende Kaderprogramma (KP7) van de Europese Commissie.
KP7 is het grootste Europese programma voor onderzoek en ontwikkeling. Voor een periode van zeven jaar (2007-2013) is een budget van ruim 50 miljard euro beschikbaar, grotendeels bestemd voor Europese samenwerking.
| Deze training is ALLEEN bedoeld voor bedrijven met eigen R&D capaciteit. Deze training is NIET bedoeld voor de mensen die al ervaring met het Zevende Kaderprogramma (KP7) hebben. |
Deze training kan worden gezien als eerste oriëntatie op KP7. Aan de hand van uw eigen bedrijfsdoelstellingen vindt u middels oefeningen de weg in KP7 en leert u in vogelvlucht welke stappen u kunt ondernemen richting deelname aan KP7. Uw bedrijfsdoelstellingen worden niet plenair behandeld. De oefeningen worden gemaakt aan de hand van fictieve cases.
De training duurt een halve dag en bestaat uit de volgende onderdelen:
We beginnen de middag met een lunch en sluiten af met een borrel. Aan de training nemen maximaal 12 personen deel.
Beatrixgebouw, Jaarbeurs te Utrecht
De training begint om 12.30 met een lunch en wordt om 17.30 uur afgesloten met een borrel.
De kosten bedragen 75 euro. Over dit bedrag is geen BTW verschuldigd.
De data en het aanmeldingsformulier treft u aan in het trainingsoverzicht [72].
Deze training is bedoeld voor wetenschappers en R&D-medewerkers van universiteiten, kennisinstellingen en bedrijven die van plan zijn om deel te nemen aan een Cooperation project.
Deze training biedt een eerste stap in de voorbereiding van het schrijven van een Cooperation projectvoorstel.. U leert de tekst uit het werkprogramma samen met uw eigen ideeën combineren tot een goed projectvoorstel. U krijgt inzicht in de aandachtspunten rondom consortiumvorming. U leert projectvoorstellen te bekijken door de bril van de evaluatoren, zodat u een projectvoorstel zo kunt schrijven dat de slaagkans optimaal is.
De training duurt een hele dag. Er wordt kort aandacht besteed aan de algemene structuur van KP7. Daarna leert u wat u moet doen om een succesvol Cooperation projectvoorstel te schrijven. Op basis van een case wordt u aan de hand meegenomen door alle onderdelen van een projectvoorstel.
Aan de training nemen maximaal 15 personen deel.
De kosten bedragen 125 euro. Over dit bedrag is geen BTW verschuldigd.
De data en het aanmeldingsformulier treft u aan in het trainingsoverzicht [72].
Deze training is bedoeld voor wetenschappers en R&D-medewerkers van universiteiten, kennisinstellingen en bedrijven, die een project (gaan) coördineren of workpackage leader (gaan) worden binnen een Cooperation project.
Tijdens deze training krijgt u inzicht hoe u als coördinator ervoor kunt zorgen dat uw project succesvol verloopt. U leert hoe u uw partners betrokken kunt houden gedurende het project, hoe om te gaan met de diversiteit binnen uw consortium en hoe u uw positie als leider kunt gebruiken.
Tevens leert u tijdens deze training welke eisen Brussel aan u als coördinator stelt en hoe u uw relatie met Brussel soepel kunt laten verlopen.
In deze training wordt niet ingegaan op het voeren van een (financiële) projectadministratie, hiervoor is de aparte juridisch/financiële training. Ook de technische aspecten van projectmanagement komen niet aan bod in deze training.
Aan de training nemen maximaal 12 personen deel.
De data en het aanmeldingsformulier treft u aan in het trainingsoverzicht [72].
Beginners. Deze cursus is bedoeld als basis voor financiële en administratieve medewerkers die voor het eerst of pas sinds kort betrokken zijn bij KP7-projecten. De cursus richt zich met name op ‘Cooperation’ projecten (consortia), maar sommige elementen zijn ook toe te passen op andere onderdelen van KP7.
U doet kennis op over de financiële voorwaarden. Deze kennis is noodzakelijk om de administratie van een project te kunnen voeren en financiële rapportages in Brussel in te dienen. Verder raakt u vertrouwd met de inhoud van de ‘grant agreement’, en krijgt u inzicht in de juridische structuur van KP7.
De cursus duurt een hele dag en bestaat uit zowel theoretische als praktische componenten. Het natuurlijke verloop van een KP7 project vormt de rode draad van de cursus: van het maken van een projectbegroting en het voeren van een projectadministratie tot de uiteindelijke financiële rapportage aan Brussel.
U krijgt inzicht in het projectverloop, de kosten die wel en niet voor vergoeding in aanmerking komen en de juridische structuur van KP7, waaronder de ‘grant agreement’. Daarnaast leert u hoe u een budget op kunt stellen en hoe u het zogenoemde ‘form-C’ moet invullen.
Aan de cursus nemen maximaal 20 personen deel.
De kosten bedragen 125 euro. Over dit bedrag is geen BTW verschuldigd.
De data en het aanmeldingsformulier treft u aan in het trainingsoverzicht [72].
Deze training is bedoeld voor R&D-medewerkers van universiteiten, bedrijven en kennisinstellingen die een Marie Curie ITN-voorstel (Multi ITN, IDP of EID) willen gaan schrijven. Zowel mensen met ervaring met het indienen van een voorstel in het People programma als mensen die nog geen ervaring hebben met het schrijven van een voorstel zijn van harte welkom bij deze training.
U krijgt inzicht in de mogelijkheden van een Marie Curie ITN project.
U leert projectvoorstellen te bekijken door de bril van de evaluatoren, zodat u een projectvoorstel zo kunt schrijven dat de slaagkans optimaal is.
De training duurt een dag. Tijdens deze dag leert u uw onderzoeksidee om te vormen naar een aantrekkelijk projectvoorstel.
Er wordt ruim aandacht besteed aan de evaluatiecriteria waarop uw voorstel beoordeeld zal worden. U leert hoe uw onderzoeksproject te presenteren; hoe u het onderdeel “Training” vorm kunt geven en aan kunt laten sluiten bij het onderzoeksidee. Tijdens de training zal ook nader ingegaan worden op de projectimplementatie; hoe betrek je het bedrijfsleven, hoe zit het managementmodel van een ITN in elkaar en hoe zit het met de financiën? Ten slotte leert u hoe u de mogelijke impact van uw ITN project goed kunt verwoorden in uw voorstel.
De twee nieuwe ITN varianten European Industrial Doctorates (EID) en Innovative Doctoral Programmes (IDP) worden ook behandeld.
Aan de training nemen maximaal 20 personen deel.
De kosten bedragen 125 euro. Over dit bedrag is geen BTW verschuldigd.
De data en het aanmeldingsformulier treft u aan in het trainingsoverzicht [72].
This training is for researchers with 2 to 12 years' experience after obtaining their Ph.D. and who plan to write an application for the ERC Starting grant.
This training is explicitly not for grant consultants or support staff.
You will gain insight into how the European Research Council assesses the profile of the most promising young scientists” and “frontier” research.
You learn how to structure and describe your research idea in a clear way.
You will learn how the ERC Starting grant application procedure works.
The training takes one day. The training is based to a large extent on practical exercises. You will discuss and thereby gain insight in abstract concepts like “excellent researcher” and “frontier” research. You will learn the rules of the ERC and learn how to apply them to your own situation.
Benefitting from the group’s experience, you will gain insight in how to transform your research idea into a clearly structured research proposal. You will learn to look at your own project proposal through the eyes of an evaluator and learn from the experience of a researcher who went through the process and got the grant. The trainers are experienced with the ERC’s rules and procedures, but please be aware that they cannot guide you in the scientific content of your research. For the training to have maximum effect, we advise to have some idea of a research project that you would like to submit.
This training will be entirely in English.
A maximum of 20 persons can attend the training.
The costs for this training are €125, including material, lunch and coffee breaks. No VAT will need to be payed.
For dates and the registration forms please go to the agenda [72].
For more information please contact EiOI@agentschapnl.nl [73] or by phone +31-88-602 52 50.
In het onderstaande overzicht treft u de open en verwachte calls aan voor het Zevende Kaderprogramma (KP7). Meer informatie over de geopende calls vindt u in het Participants Portal van de Europese Commissie [74].
In de Wegwijzer Cooperation [75] leest u welke onderwerpen dit jaar aan bod komen in de thema's.
|
Naam programma |
(Verwachte) openingsdatum | (Verwachte) sluitingsdatum |
| People - Marie Curie CO-FUND | 19-10-2011 | 15-02-2012 |
|
ERC Advanced Grant Physical Sciences and Engineering |
16-02-2011 | 16-02-2012 |
| Science in Society (SiS) | 19-7-2011 | 22-02-2012 |
| FP7-ERANET-2012-RTD | 20-07-2011 | 28-02-2012 |
|
ERC Advanced Grant Life Sciences |
16-11-2011 | 14-03-2012 |
| People - Marie Curie Career Integration grants (CIG) | 20-10-2011 | 6-03-2012 |
| Transport (DG Move) 2012 | 20-07-2011 | 01-03-2012 |
| FP7-ENERGY-2012-2 | 20-07-2011 | 08-03-2012 |
| Transport (DG Move) 2012 | 20-07-2011 | 01-03-2012 |
|
ERC Advanced Grant Social Sciences and Humanities |
16-11-2011 | 11-04-2012 |
| People - Marie Curie IAPP | 19-10-2011 | 19-04-2012 |
| FP7-ICT-2011-9 | 18-01-2012 | 17-04-2012 |
| JTI Hydrogen and Fuel Cells - FCH-JU-2012-1 | 17-01-2012 | 24-05-2012 |
|
JTI Artemis |
april 2012 | augustus 2012 |
| Marco Polo 2012 | juni 2012 | september 2012 |
| People - Marie Curie Career Integration grants (CIG) | 20-10-2011 | 18-09-2012 |
|
ERC Starting grant Physical Sciences and Enigineering |
juli 2012 | oktober 2012 |
|
ERC Starting grant Life Sciences |
juli 2012 | oktober 2012 |
| FP7-ENVIRONMENT-2012-7 | juli 2012 | oktober 2012 |
|
FP7-2012-ICT-FI (Future Internet PPP) |
18-05-2012 | 28-10-2012 |
|
ERC Starting grant Social Sciences and Humanities |
juli 2012 | november 2012 |
| Security | juli 2012 | november 2012 |
| Transport 2013 | juli 2012 | december 2012 |
| SSH | 12-07-2012 | 31-01-2013 |
|
ERC Advanced grant Physical Sciences and Enigineering |
november 2012 | februari 2013 |
|
ERC Advanced grant Life Sciences |
november 2012 | maart 2013 |
|
ERC Advanced grant Social Sciences and Humanities |
november 2012 | april 2013 |
| FP7-ICT-2011-C (FET-Open) |
Geen deadline, contnu open. |

Hier treft u een aantal projectbeschrijvingen aan. Lees welke ervaringen Nederlandse ondernemingen en kennisinstellingen met het Kaderprogramma hebben opgedaan.
Bent u geïnteresseerd in korte films over succesvolle KP projecten? Bekijk dan onze korte projectfilms [78].
Blue Seed - Nieuwe mosselen
Europeanen eten graag mosselen. Zó graag, dat mosselkwekers steeds vaker ‘nee’ moeten verkopen. Er zijn gewoon niet genoeg jonge mosselen om op te vissen. Kwekers moeten dus iets anders bedenken. Maar wat? Met die vraag klopte schelpdierbedrijf De Roem van Yerseke aan bij TNO en Wageningen IMARES, het on-derzoeksinstituut voor marien ecologisch onderzoek van Wageningen UR.
Lees verder [79]
Creating - Meer schepen, minder trucks
Het goederenvervoer binnen Europa veroorzaakt veel files en CO2-uitstoot. Een flink deel van dit vrachtverkeer kan ook per schip, maar de concurrentiepositie van de binnenvaart is niet sterk. Henk Blaauw, directeur van Dutch Logistic Development (DLD): ‘Bij transport per schip heb je vaak voor- en natransport nodig. Dat kost tijd en geld.’
Lees verder [80]
Custom-Fit - Maatwerk tegen massaprijzen
Aan maatwerk hangt een prijskaartje. Dat geldt voor pakken, helmen, stoelen, protheses en legio andere producten: alles wat precies op maat voor één persoon gemaakt moet worden, is nu eenmaal duur.
Lees verder [81]
Dialok - Minder medicijn, meer effect
Een aspirientje tegen de hoofdpijn komt niet alleen in het hoofd terecht, maar ook in de rest van het lichaam. Het grootste deel van de werkzame stof functioneert dus juist niet op de plek waar het nodig is. In het geval van aspirine en hoofdpijn is dat meestal geen ramp. Maar bij andere medicijnen kunnen bijwerkingen een groot probleem zijn.
Lees verder [82]
Fieldfact - Galileo voor boeren
Een paar honderd boeren in Nederland hebben een GPS-systeem op de tractor. Daarmee kunnen ze bijvoorbeeld perfect parallelle banen rijden, dus zonder overlap en zonder stukken over te slaan. Over een paar jaar komt Galileo op de markt, de Europese tegenhanger van het Amerikaanse GPS.
Lees verder [83]
Hipermoulding - Software adviseert spuitgieters
Met spuitgieten worden ontelbare dingen gemaakt: auto-onderdelen, kratten, bakjes, computercomponenten. Spuitgieten werkt zo: kunststof wordt eerst verhit, dan in vloeibare vorm in een matrijs gespoten en vervolgens afgekoeld. Voor het afkoelen lopen er koelkanalen door de matrijs. Die koelkanalen worden aangebracht met een boor. Op kritische plaatsen kunnen ze ook met Rapid Manufacturing worden gemaakt. Rapid Manufacturing of rm is een proces waarbij het product, in dit geval een matrijs, niet uit een groter geheel wordt gesneden maar laagje voor laagje wordt opgebouwd. Voordeel van rm in matrijzen is dat de koelkanalen niet recht en hoekig zijn, maar de contouren van het product volgen in iedere denkbare lijn. Deze innovatie maakt het spuitgietproces efficiënter. Er zijn echter verschillende rm-technieken en het is niet altijd duidelijk welke techniek past bij welke situatie, en welke vorm het koelkanaal zou moeten hebben.
Lees verder [84]
Induce - Kraakbeen herstellen
Een gaatje in kraakbeen, bijvoorbeeld in een knie, groeit niet vanzelf dicht. Dat moet worden opgevuld. De bestaande behandeling is duur en wordt niet vergoed door Nederlandse zorgverzekeraars.
Lees verder [85]
Interactie tussen de mens en een zwerm robots
“Stel er ontsnapt een giftige gaswolk uit een chemische fabriek in Rotterdam. Dan moet er snel van alles gebeuren. Als het aan ons ligt laten we een zwerm robots los, om het gaslek op te sporen. Hulpverleners kunnen op aanwijzing van de robots het lek dichten. En samen zorgen ze er voor dat iedereen in en rond de fabriek in veiligheid wordt gebracht”, Thales researcher Masja Kempen ziet het al helemaal voor zich. Samen met drie Europese universiteiten en twee mkb’ers startte Thales Research & Technology uit Delft eind 2008 een Europees kennisoverdrachtproject over systemen voor Chemical Incident Management.
Leapfrog - Textiel komt terug
Confectie wordt altijd zo goedkoop mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld in naai-ateliers in China. De lonen zijn daar laag, maar de bijkomende kosten des te hoger. Denk aan renteverlies door een lange time-to-market, transportkosten en vernietiging van onverkoopbare voorraden.
Lees verder [86]
MarBEF - De verenigde zeeën van Europa
Biologisch onderzoek naar het leven in de zee houdt per definitie niet op bij de landsgrenzen. Wat ligt er dan meer voor de hand dan dit soort onderzoek internationaal te organiseren? Met dit idee werd in 2004 MarBEF opgericht. MarBEF is een Network of Excellence: een internationaal netwerk van toponderzoekers in een afgebakend ge-bied, bedoeld om internationale samenwerking en kennisuitwisseling te verbeteren. MarBEF ontvangt 8,7 miljoen euro uit het Zesde Kaderprogramma van de Europese Unie.
Lees verder [87]
Optix - Bommen vinden op afstand
De huidige terreurdreiging maakt het meer dan ooit noodzakelijk om explosieven zo vroeg mogelijk op te sporen. Het project Optix, dat binnenkort van start gaat, kan zorgen voor een grote stap vooruit op dit terrein.
Lees verder [88]
Safir - Software voor gewone mensen
van het project Een betere communicatie binnen de overheid, én tussen overheid en burgers, mogelijk gemaakt door spraakgestuurde programma’s. In SAFIR worden die programma’s ontwikkeld, evenals een software development kit (SDK). De Nederlandse deelnemer Geodan Mobile Solutions richt zich op één onderdeel: spraakgestuurde mobiele applicaties voor de politie, de brandweer en de zorg.
Lees verder [89]
Techneau - Schoner water
Het Integrated Project (IP) Techneau onderzoekt nieuwe methoden om de kwaliteit van drinkwater te waarborgen. Een van de meest vernieuwende partners in het consortium is Bio Detection Systems (BDS), een bedrijf dat meetsystemen maakt voor het opsporen van hormonen in water.
Lees verder [90]
Bekijk enkele korte projectfilms van Nederlandse ondernemingen en kennisinstellingen die ervaring met het Kaderprogramma hebben opgedaan.
Bekijk ook eens onze projectverhalen [91].
Identitex - Frankenhuis & Zn. B.V.
Ontwikkelen van automatisch systeem dat kleding op hoge snelheid sorteert op kleur en vezelsamenstelling zodat katoen en kleurstoffen hergebruikt kunnen worden (recycling)
PolyCond Promolding
Ontwikkelen van geleidend kunststof voor het afschermen van elektromagnetische straling en het voorkomen van statische elektriciteit.
Rubberpersen - Phoenix
Ontwikkelen van nieuwe productietechnologie rubberpersen, om kleine series te kunnen produceren.
Biocoup - BTG-BTL
Ontwikkelen van technologie die groene biomassa en organische afvalstromen op een duurzame manier omzet in pyrolyse-olie.
EPOCH - FTSS Europe B.V.
Ontwikkelen van crashdummies voor kinderen van ongeveer 10 jaar oud.
e-Sense - Ambient Systems
Ontwikkelen van netwerktechnologie zodat computers met elkaar kunnen communiceren.
Leapfrog - Ten Cate
Ontwikkelen van geautomatiseerd ‘clothing production system’ om te kunnen concurreren met lagelonenlanden.
Mapper - Mapper Lithography
Ontwikkelen van nanometer voor de chipindustrie.
Morpheus - ACE
Ontwikkelen van technologie voor volgende generatie embedded systemen.
Optix - Avantes
Ontwikkelen van explosieven-detectiesysteem, dat explosieven op afstand kan identificeren.
Techneau - BDS
Ontwikkelen van innovatieve/kosteneffectieve technologieën en systemen voor veilig drinkwaterproductie- en distributie.
Probleem
Europeanen eten graag mosselen. Zó graag, dat mosselkwekers steeds vaker ‘nee’ moeten verkopen. Er zijn gewoon niet genoeg jonge mosselen om op te vissen. Kwekers moeten dus iets anders bedenken. Maar wat? Met die vraag klopte schelpdierbedrijf De Roem van Yerseke aan bij TNO en Wageningen IMARES, het on-derzoeksinstituut voor marien ecologisch onderzoek van Wageningen UR.
Oplossing
In het project Blue Seed ontwikkelden TNO en IMARES samen met andere bedrijven een nieuwe methode om mosselen te kweken. Coördinator Pauline Kamermans van Wageningen IMARES: ‘We werken met hatcheries en nurseries. Deze bevinden zich niet in de zee, maar op het land. Een hatchery is een broedhuis, waar paai-rijpe mosselen kunstmatig worden aangezet tot voortplanting. De larven groeien uit tot mosselzaad (jonge mosselen) in de nursery. Zo kunnen we zorgen voor een gestage aanvoer van mosselzaad.’
Wat deed het Nationaal contactpunt KP7 van Agentschap NL?
‘Met mijn voorstel ging ik naar Den Haag. Ik kreeg veel goede tips, een handige spreadsheet om het budget te berekenen en verder alle informatie die ik nodig had. Zo hoorde ik dat universiteiten honderd procent van hun onderzoekskosten vergoed kunnen krijgen. Mijn partners geloofden dit niet en vroegen het na in Brussel. Maar EG-Liaison had natuurlijk wél gelijk!’
En verder
Voor Wageningen IMARES heeft Blue Seed al interessante vruchten afge-worpen. De banden met projectpartners in Wales, Frankrijk en Spanje zijn versterkt. En de onderzoekers hebben nu meer inzicht in de manier waarop bedrijven met nieuwe ontwikkelingen omgaan. Contacten met de pers zorgden voor meer naamsbekendheid.
Projectnaam: Blue Seed
Projectperiode: november 2005 – november 2007
Coördinator: dr Pauline Kamermans, Wageningen IMARES
Deelnemers: 10 organisaties uit 5 landen
Website: www.blueseedproject.com [92]
<<Terug naar Projecten [91]
Probleem
Het goederenvervoer binnen Europa veroorzaakt veel files en CO2-uitstoot. Een flink deel van dit vrachtverkeer kan ook per schip, maar de concurrentiepositie van de binnenvaart is niet sterk. Henk Blaauw, directeur van Dutch Logistic Development (DLD): ‘Bij transport per schip heb je vaak voor- en natransport nodig. Dat kost tijd en geld.’
Oplossing
Creating moet ervoor zorgen dat de binnenscheepvaart een interessant alternatief wordt voor de vrachtwagen, ondanks het voor- en natransport. De project-partners bekeken vier concrete transportroutes, spraken met de verladers en deden haalbaarheidsstudies. Een reeks aan innovaties zorgt ervoor dat het transport per schip goedkoper kan. Denk aan zuiniger machines, andere laad- en losmethodes, smallere dubbele wanden (voor tankers die chemische stoffen vervoeren) en een verbeterde weerstand. In alle vier de cases werd duidelijk dat een gedeeltelijke overstap van weg naar water economisch rendabel is. Voor alle vier de ladingstromen ontwierp het Creating-team dan ook een schip. Blaauw, technisch coördinator van Creating, verwacht dat de schepen ook echt gebouwd gaan worden.
En verder
In een volgend project wil Blaauw komen tot een aantal standaarden voor scheepsontwerpen. Met partners die hij al kent, dankzij Creating: ‘Ik verwacht dat we verder gaan met ongeveer de helft van de oorspronkelijke groep. Nu we dit project hebben afgerond, is het veel gemakkelijker om tot een nieuw consortium te komen.’
Projectnaam: Creating (Concepts to Reduce Environmental impact and Attain optimal Transport performance by Inland NaviGation)
Projectperiode: juli 2004 – juli 2007
Coördinator: Henk Blaauw, Dutch Logistic Development (DLD)
Deelnemers: 26 partners uit 9 Europese landen
Website: www.creating.nu [93]
<<Terug naar Projecten [91]
Probleem
Aan maatwerk hangt een prijskaartje. Dat geldt voor pakken, helmen, stoelen, protheses en legio andere producten: alles wat precies op maat voor één persoon gemaakt moet worden, is nu eenmaal duur.
Oplossing
Het kan ook anders. Dat toont het project Custom-Fit. Andrys Posthuma, intern projectleider bij de Nederlandse deelnemer BPO: ‘We willen geïndividualiseerde producten maken tegen prijzen die we gewend zijn van massaproducten. Daarvoor zijn andere productietechnieken nodig en moet het hele ontwikkelingstraject voor nieuwe producten op de schop.’ Met vier concrete cases (motorhelmen, motorzittin-gen, knieprotheses, implantaten voor de onderkaak) worden deze ideeën uitgewerkt in Custom-Fit. Het project leidt tot twee of drie machines, die elk een enorm scala aan producten kunnen maken.
En verder
‘In het begin werkte iedereen op zijn eigen eilandje, maar na een tijdje breidden die kennisgebieden zich uit en raakten ze elkaar. Voor BPO is het een gouden kans om onze kennis te vergroten door de samenwerking met partners in de andere landen. Kennis is de kurk waarop wij drijven. Daarnaast komen we via Custom-Fit in contact met mogelijke nieuwe klanten.’
Projectnaam: Custom-Fit
Projectperiode: 1 september 2004 – 28 februari 2009
Coördinator: Delcam (Groot-Brittannië)
Deelnemers: 32 deelnemers uit 12 landen
Website: www.custom-fit.org [94]
<<Terug naar Projecten [91]
Probleem
Een aspirientje tegen de hoofdpijn komt niet alleen in het hoofd terecht, maar ook in de rest van het lichaam. Het grootste deel van de werkzame stof functioneert dus juist niet op de plek waar het nodig is. In het geval van aspirine en hoofdpijn is dat meestal geen ramp. Maar bij andere medicijnen kunnen bijwerkingen een groot probleem zijn.
Oplossing
Afgifte van het medicijn op de relevante plaats in het lichaam. Met een goede drug delivery kan worden volstaan met een lagere doses, waardoor de patiënt minder last heeft van bijwerkingen. In het project Dialok wordt door mkb-bedrijven en kennisinstellingen gewerkt aan nieuwe medicijnen voor lever- en nieraandoeningen die alleen komen op de plaatsen waar ze nodig zijn en de rest van het lichaam met rust laten. Coördinator Jack Veuskens van deelnemer Kreatech Biotechnology: “Het gaat om de koppeling van een medicijn aan een weefselherkenner. Na de ontwikkeling van medicijnen volgt nog een lang traject van tests, vergunningen en klinische studies voordat het medicijn in gebruik wordt genomen. Maar dat het ooit zo ver komt, staat vast.”
En verder
De medicijnen zijn niet alleen interessant voor aandoeningen aan lever en nieren. De verwachting is dat het Dialok-project ook zal leiden tot onderzoek en nieuwe medicijnen voor aandoeningen in andere organen.
Projectnaam: Dialok
Projectperiode: oktober 2006 –september 2009
Coördinator: Jack Veuskens, Kreatech Biotechnology
Deelnemers: Kreatech biotechnology, Rijksuniversiteit Groningen, universiteit Utrecht, Vichem Chemie Research LTD (Hongarije), universiteit Tübingen (Duitsland), universiteit Madrid (Spanje), Instituut voor Biomedisch Onderzoek (Spanje)
<<Terug naar Projecten [91]
Aanleiding
Een paar honderd boeren in Nederland hebben een GPS-systeem op de tractor. Daarmee kunnen ze bijvoorbeeld perfect parallelle banen rijden, dus zonder overlap en zonder stukken over te slaan. Over een paar jaar komt Galileo op de markt, de Europese tegenhanger van het Amerikaanse GPS.
Mogelijkheden
Het team van FieldFact trekt eropuit om boeren en landbouwprofessionals te laten kennismaken met satellietnavigatie. Nu al staat vast dat Galileo meer mogelijkheden zal bieden dan GPS. Het signaal kan bijvoorbeeld worden gecertificeerd. Met Galileo kunnen boeren hun bedrijf letterlijk in kaart brengen en dankzij de certificatie kunnen controleurs in Brussel nagaan of de opgegeven oppervlakte klopt. Ook alle andere EU-regels die gebonden zijn aan tijd en plaats (zoals: niet maaien tijdens het broedseizoen) kunnen via Galileo worden geverifieerd. Voordeel voor de boer: véél minder administratie. Projectmanager Tamme van der Wal: ‘Vooral voor heel grote akkerbouwbedrijven, die je ziet in landen als Tsjechië en Polen, is het al snel rendabel. Je verhoogt de efficiency van het bedrijf én voldoet makkelijker aan wettelijke eisen.’
En verder
De participanten hebben zelf ook baat bij dit project. De een weet zijn netwerk uit te breiden, de ander blijft voorop lopen op zijn vakgebied, een derde vertaalt de projectresultaten naar nieuwe producten of diensten.
Projectnaam: FieldFact
Projectperiode: 2006 – 2008
Coördinator: Tamme van der Wal (Alterra, Wageningen UR)
Deelnemers: zes organisaties uit Nederland, Tsjechië en Polen
Website: www.FieldFact.com [95]
<<Terug naar Projecten [91]
Probleem
Met spuitgieten worden ontelbare dingen gemaakt: auto-onderdelen, kratten, bakjes, computercomponenten. Spuitgieten werkt zo: kunststof wordt eerst verhit, dan in vloeibare vorm in een matrijs gespoten en vervolgens afgekoeld. Voor het afkoelen lopen er koelkanalen door de matrijs. Die koelkanalen worden aangebracht met een boor. Op kritische plaatsen kunnen ze ook met Rapid Manufacturing worden gemaakt. Rapid Manufacturing of rm is een proces waarbij het product, in dit geval een matrijs, niet uit een groter geheel wordt gesneden maar laagje voor laagje wordt opgebouwd. Voordeel van rm in matrijzen is dat de koelkanalen niet recht en hoekig zijn, maar de contouren van het product volgen in iedere denkbare lijn. Deze innovatie maakt het spuitgietproces efficiënter. Er zijn echter verschillende rm-technieken en het is niet altijd duidelijk welke techniek past bij welke situatie, en welke vorm het koelkanaal zou moeten hebben.
Oplossing
Het project Hipermoulding leidde tot een softwaremodule die spuitgieters adviseert waar de koelkanalen het beste ‘gelegd’ kunnen worden. Jaitske Feenstra van de ProducentenVereniging Thermoplasten (PVT) was voorzitter van de stuurgroep. Zij legt uit: ‘Met deze softwaremodule kunnen koelkanalen onderbouwd worden aangebracht. Het geeft onder meer aan welke rm-techniek de voorkeur geniet, waar het koelkanaal moet komen, en in welke vorm.’
En verder
De eerste ervaringen leren dat de software leidt tot kortere productietijden. Feenstra is tevreden. ‘Wij doen dit voor onze achterban, de industrie. We willen graag dat nieuwe kennis wordt ontwikkeld en goed wordt toegepast. Een ander gunstig effect: de partijen hebben veel nieuwe contacten opgedaan, veel kennis en ervaringen uitgewisseld over de landsgrenzen heen. Dat is ook een stap vooruit.’
Projectnaam: Hipermoulding
Projectperiode: december 2004 – december 2007
Coördinator: Bart Kooijmans, TNO Industrie en Techniek
Deelnemers: 6 industriële organisaties, 12 mkb-bedrijven en 6 onderzoeksinstellingen, uit Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Portugal en Polen
Website: www.hipermoulding.com [96]
<<Terug naar Projecten [91]
Probleem
Een gaatje in kraakbeen, bijvoorbeeld in een knie, groeit niet vanzelf dicht. Dat moet worden opgevuld. De bestaande behandeling is duur en wordt niet vergoed door Nederlandse zorgverzekeraars.
Oplossing
CellCoTec, een bedrijf dat zich specialiseert in kraakbeenherstel, ontwikkelt samen met de universiteit van Basel een goedkopere methode. Deze methode wordt bovendien veel beter dan de huidige behandeling. Jens Riesle, Chief Scientific Officer van CellCoTec: ‘We combineren twee soorten cellen, die zodanig op elkaar reageren dat er nieuw kraakbeen ontstaat. De ene cel is een kraakbeencel. Wat voor type de andere cel moet zijn, onderzoeken we in dit project. Het kan bijvoorbeeld beenmerg zijn of vetweefsel.’
Samenwerking Voor dit project, genaamd INDUCE, werken de twee teams op een bijzondere manier samen. Een medewerker van CellCoTec sluit tijdelijk aan bij het team in Basel, terwijl een wetenschapper uit Basel een jaar meedraait bij CellCoTec. Vanwege deze uitwisseling wordt het project gefinancierd met een Marie Curie-beurs.
En verder
De uitwisseling is voor alle partijen interessant. ‘De Zwitsers zijn geïnteresseerd in onze technologie, en wij in die van hen. Het project levert ons alle benodigde informatie over de cellen die we nu onderzoeken. En we leren nog veel meer. De onderzoekers praten elke dag met elkaar, ze doen allerlei nieuwe ideeën op.’
Projectnaam: INDUCE
Projectperiode: 1 oktober 2007 – 1 oktober 2009
Coördinator: Jens Riesle, CellCoTec
Deelnemers: CellCoTec (Nederland) en University Hospital Basel, Institute for Surgical Research and Hospital Management (Zwitserland)
Website: www.cellcotec.com [97]
<<Terug naar Projecten [91]
Probleem
Confectie wordt altijd zo goedkoop mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld in naai-ateliers in China. De lonen zijn daar laag, maar de bijkomende kosten des te hoger. Denk aan renteverlies door een lange time-to-market, transportkosten en vernietiging van onverkoopbare voorraden.
Oplossing
Het project Leapfrog ontwikkelt een productierobot voor kleding. De robot doet al deze problemen verdwijnen. Projectmanager Gerrit Koele van deelnemer Ten-Cate: ‘Het wordt een compleet nieuw productie- en distributieproces. In de winkel stap je in de scanner die je exacte maten opneemt. Vervolgens stel je met een computerprogramma je nieuwe kledingstuk samen. Dan plaats je je bestelling en gaat de robot aan de slag.’
Toekomst
Het eindresultaat van Leapfrog wordt een werkend prototype van een robot die pakken en bepaalde soorten bedrijfskleding kan maken. Voor andere kledingstukken zijn andere robots nodig. Na Leapfrog kan daaraan worden gewerkt.
De potentiële markt is enorm. Koele: ‘Een simpele overall, in Europa gemaakt met een robot, hoeft niet meer dan twee euro te kosten. Zo kunnen we de concurrentie aan met confectie uit Azië. Leapfrog kan zorgen voor een omkering in de mondiale concurrentieverhoudingen.’
Projectnaam: Leapfrog (Leadership for European Apparel Production From Research along Original Guidelines)
Projectperiode: 2005 – 2009
Coördinator: Euratex, België
Deelnemers: 34 deelnemers uit 11 landen
Website: www.leapfrog-eu.org [98]
<<Terug naar Projecten [91]
Probleem
De huidige terreurdreiging maakt het meer dan ooit noodzakelijk om explosieven zo vroeg mogelijk op te sporen. Het project Optix, dat binnenkort van start gaat, kan zorgen voor een grote stap vooruit op dit terrein.
Oplossing
De projectpartners ontwikkelen een geheel nieuw explosieven-detectiesysteem, gebaseerd op een combinatie van drie soorten spectroscopie. Belangrijkste innovatie van het nieuwe apparaat is dat het explosieven op afstand kan identificeren. Tussen sensor en object kan zeker twintig meter zitten. Andere voordelen: het systeem wordt mobiel (kan per auto verplaatst worden), zeer snel (binnen zestig seconden uitslag) en zeer specifiek (het toont niet alleen aan dát er explosieve stoffen zijn, maar ook heel precies wélke).
Samenwerking
Hoofdaanvrager Indra, een onderzoeksinstituut in Spanje, vroeg het Nederlandse Avantes, producent van spectrometersystemen, om deel te nemen aan het project. Benno Oderkerk, directeur van Avantes: ‘Het is voor het eerst dat we meedoen aan zo’n groot project. Erg interessant. En het werk dat wij er van tevoren in moesten steken viel mee. Indra had het ontzettend goed voorbereid. Ik denk dat zo’n aanvraag vaak staat of valt met de kwaliteit van de hoofdaanvrager. In dit geval heeft Indra er een uitstekend document van gemaakt.’
En verder
Oderkerk: ‘Het wordt een heel innovatief systeem. Vooral voor veiligheidsdiensten, maar wellicht ook voor luchthavens, parkeergarages en evenementenlocaties. Wijzelf kunnen de nieuwe spectrometer waarschijnlijk ook in andere producten gebruiken. Verder verwacht ik voor Avantes een grotere naamsbekendheid, nieuwe zinvolle contacten en, als het apparaat aanslaat in de markt, misschien wel een enorme groei van het bedrijf.’
Projectnaam: Optix (Optical Technologies for the Identification of Explosives)
Projectperiode: januari 2008 – juni 2012
Coördinator: Indra, Spanje
Deelnemers: 9 projectpartners uit 6 landen
Website: www.avantes.com [99]
<<Terug naar Projecten [91]
Doel
van het project Een betere communicatie binnen de overheid, én tussen overheid en burgers, mogelijk gemaakt door spraakgestuurde programma’s. In SAFIR worden die programma’s ontwikkeld, evenals een software development kit (SDK). De Nederlandse deelnemer Geodan Mobile Solutions richt zich op één onderdeel: spraakgestuurde mobiele applicaties voor de politie, de brandweer en de zorg.
Inhoud
Intern coördinator Niels Bourgonjen van Geodan Mobile Solutions: ‘We maken proefapplicaties die we in de praktijk laten testen door de beoogde eindgebruikers. Bijvoorbeeld een toepassing voor ambulance- en ziekenhuismedewerkers. Met deze applicatie kan de ambulancemedewerker al tijdens de rit de patiëntinformatie invoeren op een pda. Met zijn stem, hij houdt zijn handen vrij. De informatie gaat direct naar het ziekenhuis, zodat de komst van de patiënt kan worden voorbereid.’
Innovatie
Spraaksturing is niet nieuw. Het bijzondere aan de SDK van SAFIR is vooral het gebruiksgemak: de applicaties die met deze kit gemaakt worden, zijn te gebruiken op verschillende soorten apparaten (pc, pda, tv, gsm), en de software zal zonder oefening te bedienen zijn. Bourgonjen: ‘Je kunt je gewone stem gebruiken, en gewone woorden. Zo willen we de kloof dichten tussen de mensen die gewend zijn aan het gebruik van internet en pc en de mensen die dat niet zijn. Denk bijvoorbeeld aan ouderen die nauwelijks ICT-ervaring hebben of aan mensen met motorische beperkingen.’
En verder
Los van het eindresultaat is de SAFIR-ervaring commercieel zeer interessant voor Geodan. Bourgonjen: ‘Het heeft onze zichtbaarheid vergroot en onze marktpositie versterkt. Bij een grote rampenoefening in 2008 wordt nu ook SAFIR-technologie ingezet.
Projectnaam: SAFIR (Speech Automatic Friendly Interface Research)
Projectperiode: 2004-2008
Coördinator: Voice Insight, België
Deelnemers: 18 deelnemers uit 8 verschillende landen. Grootste partner: IBM. Nederlandse partner: Geodan Mobile Solutions
Website: www.safir-fp6.org [100]
<<Terug naar Projecten [91]
Doel
Het Integrated Project (IP) Techneau onderzoekt nieuwe methoden om de kwaliteit van drinkwater te waarborgen. Een van de meest vernieuwende partners in het consortium is Bio Detection Systems (BDS), een bedrijf dat meetsystemen maakt voor het opsporen van hormonen in water.
Innovatie
De meetsystemen van BDS zijn niet, zoals gebruikelijk, chemisch van aard, maar biologisch. Wetenschappelijk directeur Bart van der Burg legt uit: ‘Che-misch meten is niet waterdicht. Van de honderdduizend industriële chemicaliën die voorkomen in Europa is maar één procent volledig getest op hun toxische eigenschap-pen. Van de rest weten we vrijwel niets. Biologische systemen meten niet de stof zelf, zoals een hormoon, maar het biologisch effect van alle stofjes die een hormoon-achtige activiteit laten zien.’ Voor Techneau verricht BDS metingen naar verschillende hormonen in drinkwater, met nieuw ontwikkelde biologische meetsystemen.
En verder
Van der Burg heeft veel ervaring met KP-projecten. ‘EU-subsidies maken vernieuwend onderzoek mogelijk. En wat ook belangrijk is: dankzij dit soort projecten kunnen we laten zien dat onze technieken werken. Je verkoopt een biologisch meetsysteem niet zoals je een auto verkoopt. We moeten ons verhaal kunnen doen en mensen enthousiast kunnen maken voor onze producten. Dat kan in dit soort projecten.’
Projectnaam: Techneau
Projectperiode: 2006 – 2011
Coördinator: Kiwa Water Research
Deelnemers: 30 organisaties uit Europa, Israël, Zuid-Afrika en India
Website: www.techneau.org [101]
<<Terug naar Projecten [91]
MarBEF, het Europese topnetwerk over biodiversiteit en ecologie in de zee, blijkt veel succesvoller te zijn dan executive director Herman Hummel had verwacht. ‘Onderzoek waarvan we al jaren weten dat het moet gebeuren, wordt nu eindelijk uitgevoerd.’
Biologisch onderzoek naar het leven in de zee houdt per definitie niet op bij de landsgrenzen. Wat ligt er dan meer voor de hand dan dit soort onderzoek internationaal te organiseren? Met dit idee werd in 2004 MarBEF opgericht. MarBEF is een Network of Excellence: een internationaal netwerk van toponderzoekers in een afgebakend ge-bied, bedoeld om internationale samenwerking en kennisuitwisseling te verbeteren. MarBEF ontvangt 8,7 miljoen euro uit het Zesde Kaderprogramma van de Europese Unie.
Nationaal Contactpunt KP7: ‘MarBEF is enorm belangrijk voor de instand-houding van de mariene biodiversiteit in Europa, maar ook voor de continuïteit van bedrijfstakken die afhankelijk zijn van zeeën en oceanen, zoals het toerisme, de visse-rij en de aquacultuur. Bovendien draagt het project direct bij aan een European Research Area op het gebied van zee-onderzoek met een initiërende en coördinerende rol voor Nederland.’
Europese dimensie
Het fysieke onderzoeksterrein van MarBEF is groot: ecologie en biodiversiteit in de zeeën van Europa, van Spitsbergen tot de Azoren en van de Atlantische Oceaan tot de Zwarte Zee. Het omvat ook een groot aantal disciplines: van genetica, taxonomie en fysiologie tot systeem-ecologie, aquacultuur en socio-economie. Het netwerk bestaat dan ook uit maar liefst 91 onderzoeksinstituten uit heel Europa. Uit Nederland zijn dat Rijkswaterstaat en het Nederlandse NIOO-KNAW (Nederlands Instituut voor Ecologie). Bij die laatste werkt Herman Hummel, de executive director van MarBEF. Het netwerk heeft al veel opgeleverd, vertelt hij. ‘Er is onderzoek waarvan we al jaren wisten dat het nodig moest gebeuren, en dat nu eindelijk wordt uitgevoerd. Dat komt doordat MarBEF een Europese dimensie biedt.’
Die Europese dimensie is vaak essentieel. Neem het onderzoek naar zogeheten regio’s van zeedieren. Hierin draait het om de vraag in hoeverre zeedieren uit verschillende wateren met elkaar in verbinding staan. Waar liggen de grenzen van deze regio’s? Een wetenschappelijke exercitie, maar wel eentje met maatschappelijke en economische relevantie. Als er bijvoorbeeld te veel mosselen worden geoogst in de Oosterschelde en ze lijken uit te sterven, hangt het af van de grootte van de mosselenregio wat de gevolgen zijn. Is de regio groot, dan valt het mee, want dan voert het water mogelijk vanzelf nieuwe mosselen aan uit aangrenzende gebieden. Of misschien zelfs wel vanuit de Ierse Zee. Hummel: ‘Dit soort onderzoek heeft weinig zin als je het uitvoert op Oosterscheldeniveau. Nationaal niveau is ook niet genoeg. We zijn nu op Europees niveau bezig met het gezamenlijk in kaart brengen van regiogrenzen. We onderzoeken in hoeverre de gebieden binnen een regio met elkaar verbonden zijn en of ze diersoorten delen.’
Olievlek
Eens per jaar komen alle deelnemende instituten van MarBEF bij elkaar om de onderzoeksresultaten uit te wisselen. Daarnaast vinden er ieder jaar zo’n 20 workshops plaats. Alle bijeenkomsten, onderzoeken en workshops brengen mensen bij elkaar. Daar gaat het om, benadrukt Hummel. ‘Ik heb meer dan eens mensen letterlijk tegen elkaar horen zeggen: “Ik wist niet dat jij óók bezig was met dit onderzoek.” Die mensen raken aan de praat en gaan samen verder met ontwikkelen. Het enthousiasme verspreidt zich als een olievlek.’
De onderzoekers slaan al hun gegevens en resultaten op in een Europese database voor mariene biodiversiteit. Ook die is (verder) ontwikkeld op initiatief van MarBEF. Voorheen werkte bijna elk land met een eigen database, volgens een eigen systeem, zonder koppelingen naar de gegevensbanken van andere landen. Zelfs binnen één land bestonden vaak verschillende systemen naast elkaar. Uiteraard keek iedereen al jaren uit naar een Europees systeem dat voor iedereen toegankelijk zou zijn, maar pas nu MarBEF bestaat, is dat goed van de grond gekomen.
Alles bij elkaar is MarBEF succesvoller dan Hummel aanvankelijk had verwacht. ‘'We hebben ongeveer 10 keer meer onderzoeksresultaten dan ik had ingeschat. In plaats van elk jaar alleen de gebruikelijke voortgangsrapporten te schrijven voor de Europese Commissie, leveren de onderzoeksresultaten ons nu al een veelvoud aan verslagen en publicaties op. Helaas weten we niet zeker hoe de toekomst eruit ziet voor MarBEF. We hebben EU-subsidie voor 5 jaar. Wat mij betreft komen daar nog zéker vijf jaar bij.’
---------------------------------------------------------------------------------
Projectnaam: MarBEF (Marine Biodiversity and Ecosystem Functioning)
Projectperiode: 2004 - 2009
Coördinator: Carlo Heip
Aantal partners: 91
EU-bijdrage: € 8.707.000
Contactpersoon: Herman Hummel (h.hummel@nioo.knaw.nl [102])
Website: www.MarBEF.org [103]
---------------------------------------------------------------------------------
Analyses
Naast onderstaande publicaties kunt u ook onze online zoekmachine voor KP7-deelname [6] raadplegen. Na een eenvoudige registratie kunt u het antwoord op uw vragen direct opzoeken.
Bent u geïnteresseerd in technologisch onderzoek en ontwikkeling? In wetenschappelijk - of marktgericht onderzoek? Demonstratieprojecten misschien? En wilt u daarbij graag samenwerken met partners in het buitenland? Dan is de ‘nieuwsbrief KP7 en Eureka: R&D over de grens’ van Agentschap NL onmisbaar voor u.
Elke maand geven wij u een update van het nieuws en wordt uw interesse geprikkeld met een interview, vers van de pers.
Wilt u de maandelijkse nieuwsbrief ontvangen, meld u dan aan via het registratieformulier [7]. Dan bent u altijd op de hoogte van het laatste nieuws rond KP7, Eureka en Eurostars.
Bekijk de laatst verstuurde nieuwsbrieven [109].
Met dit invulformulier kunt u zich door ons op de hoogte laten houden van informatie over het Europese Kaderprogramma, Eureka, Eurostars en verwante onderwerpen.
Aan geen van onderstaande diensten zijn kosten verbonden.
Links:
[1] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/calls-kp7
[2] http://www.agentschapnl.nl/content/kp7-7-stappen
[3] http://www.agentschapnl.nl/content/medewerkers-nationaal-contactpunt-kp7
[4] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/kp7-trainingen
[5] http://www.agentschapnl.nl/content/nederland-kp7-2011
[6] http://kp7.eglwiki.nl/
[7] http://www.agentschapnl.nl/formulieren/registratieformulier-expertisecentrum-internationaal-onderzoek-en-innovatie
[8] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/health-het-zevende-kaderprogramma
[9] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/food-agriculture-and-fisheries-and-biotechnology-fafb-het-zevende-kaderprogram
[10] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/ict-het-zevende-kaderprogramma
[11] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/nmp-het-zevende-kaderprogramma
[12] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/energy-het-zevende-kaderprogramma
[13] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/environment-het-zevende-kaderprogramma
[14] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/transport-het-zevende-kaderprogramma
[15] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/socio-economic-sciences-and-humanities-ssh-het-zevende-kaderprogramma
[16] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/space-het-zevende-kaderprogramma
[17] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/security-het-zevende-kaderprogramma
[18] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/ideas-het-zevende-kaderprogramma
[19] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/people-het-zevende-kaderprogramma
[20] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/research-infrastructures-het-zevende-kaderprogramma
[21] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/research-benefit-smes-het-zevende-kaderprogramma
[22] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/regions-knowledge-het-zevende-kaderprogramma
[23] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/research-potential-convergence-regions
[24] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/support-coherent-development-research-policies-het-zevende-kaderprogramma
[25] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/science-society-het-zevende-kaderprogramma
[26] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/activities-international-cooperation-het-zevende-kaderprogramma
[27] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/juridischfinancieel-het-zevende-kaderprogramma
[28] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/hoeveel-subsidie-kunt-u-krijgen-voor-uw-kp7-project
[29] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/veelgestelde-vragen-kp7-juridisch-financieel
[30] mailto:kp7.legal@agentschapnl.nl
[31] ftp://ftp.cordis.europa.eu/pub/fp7/docs/financialguide_en.pdf
[32] ftp://ftp.cordis.europa.eu/pub/fp7/docs/fp7-ga-annex2-v6_en.pdf
[33] ftp://ftp.cordis.europa.eu/pub/fp7/docs/cordis-sme-owners-rates_en.zip
[34] mailto:validation@ec.europa.eu
[35] http://www.ideal-ist.net
[36] http://www.ncp-sme.net/
[37] http://www.fitforhealth.eu/
[38] http://www.enterpriseeuropenetwork.nl
[39] http://ec.europa.eu/about/ds_en.htm
[40] http://europa.eu/documentation/official-docs/index_en.htm
[41] http://cordis.europa.eu/fp7/projects_en.html
[42] http://ec.europa.eu/research/fp7/index_en.cfm?pg=eag
[43] http://www.agentschapnl.nl/content/klankbordgroepen-en-pc-experts-kp7
[44] http://www.neth-er.eu/Dutch/Pages/default.aspx
[45] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/zevende-kaderprogramma-kp7
[46] http://www.agentschapnl.nl/content/etps-overzicht
[47] mailto:ramon.rentmeester@agentschapnl.nl
[48] mailto:erik.vandeburgwal@agentschapnl.nl
[49] http://cordis.europa.eu/technology-platforms/home_en.html
[50] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/cip-ict-psp-programma
[51] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/intelligent-energy-europe-iee
[52] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/eco-innovation
[53] http://agentschapnl.nl/programmas-regelingen/life
[54] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/marco-polo-ii
[55] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/eureka-het-programma-voor-internationale-marktgerichte-rend
[56] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/eurostars-%E2%80%93-subsidie-internationale-marktgerichte-rd
[57] http://www.agentschapnl.nl/evdinternationaal
[58] http://www.twanetwerk.nl
[59] http://www.agentschapnl.nl/een
[60] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/kp7-training-geschikt-voor-projectidee-ori%C3%ABntatiefase
[61] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/kp7-training-geschikt-voor-projectidee-aanvraagfase
[62] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/kp7-training-geschikt-voor-projectidee-lopende-fase
[63] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/businessclass-training-voor-bedrijven
[64] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/inhouse-kp7-trainingen
[65] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/cooperation-how-write-training
[66] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/basistraining-juridisch-financieel
[67] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/marie-curie-individual-fellowships-training
[68] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/marie-curie-iapp-training
[69] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/marie-curie-itn-training
[70] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/erc-starting-grant-training
[71] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/coordinatoren-training
[72] http://www.agentschapnl.nl/actueel/agenda/kp7-trainingen-2012
[73] mailto:EiOI@agentschapnl.nl
[74] http://ec.europa.eu/research/participants/portal/page/fp7_calls/
[75] http://www.agentschapnl.nl/sites/default/files/bijlagen/AgNL_KP7-Cooperation_Wegwijzer_2011-2012.pdf
[76] http://cordis.europa.eu/fp7/people/cofund_en.html
[77] http://euraxess.eu/
[78] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/projectfilms-zevende-kaderprogramma
[79] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/blue-seed-nieuwe-mosselen
[80] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/creating-meer-schepen-minder-trucks
[81] http://www.agentschapnl.nl/Custom-Fit%20-%20Maatwerk%20tegen%20massaprijzen
[82] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/dialok-minder-medicijn-meer-effect
[83] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/fieldfact-galileo-voor-boeren
[84] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/hipermoulding-software-adviseert-spuitgieters
[85] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/induce-kraakbeen-herstellen
[86] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/leapfrog-textiel-komt-terug
[87] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/marbef-de-verenigde-zee%C3%ABn-van-europa
[88] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/optix-bommen-vinden-op-afstand
[89] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/safir-software-voor-gewone-mensen
[90] http://www.agentschapnl.nl/node/114341/Techneau%20-%20Schoner%20water
[91] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/kp7-projecten
[92] http://www.blueseedproject.com
[93] http://www.creating.nu
[94] http://www.custom-fit.org
[95] http://www.FieldFact.com
[96] http://www.hipermoulding.com
[97] http://www.cellcotec.com
[98] http://www.leapfrog-eu.org
[99] http://www.avantes.com
[100] http://www.safir-fp6.org
[101] http://www.techneau.org
[102] mailto:h.hummel@nioo.knaw.nl
[103] http://www.MarBEF.org
[104] http://www.agentschapnl.nl/content/nederlandse-topsectoren-kp7-2011
[105] http://www.agentschapnl.nl/content/erc-spotlight
[106] http://www.agentschapnl.nl/content/publicatie-nederland-kp7-2010
[107] http://www.agentschapnl.nl/content/nederland-en-het-zesde-kaderprogramma-de-eindbalans
[108] http://www.agentschapnl.nl/content/nederland-en-het-vijfde-kaderprogramma
[109] http://www.agentschapnl.nl/content/nieuwsbrief-kp7-eureka-rd-over-de-grens
[110] http://www.agentschapnl.nl/content/overzicht-kp7-adviseurs
[111] http://www.agentschapnl.nl/sites/default/files/Trappen naar de hemel na psd.jpg
[112] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/onderwerpen-en-opbouw-kp7
[113] http://www.agentschapnl.nl/sites/default/files/Vlaggen na psd.jpg
[114] http://www.agentschapnl.nl/sites/default/files/Combinatiefoto projecten voor carrousel na psd.jpg
[115] http://www.agentschapnl.nl/sites/default/files/Bergbeklimmers klein.jpg
[116] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/kp7-publicaties
[117] http://www.agentschapnl.nl/sites/default/files/Training na psd_0.jpg
[118] http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/kp7-trainingen-fases