Werkgroep 'Handleiding voor nazorg in de bovengrond'
Onduidelijk is nog hoe omgegaan wordt met nazorg in de bovengrond. De reden is dat er bij nazorg verschillende elementen komen kijken die vaak pas achteraf van de sanering een rol gaan spelen. Hierover zou juist voorafgaand aan de sanering duidelijk afspraken gemaakt moeten worden zodat men vooraf stil staat bij de consequenties die een bepaalde sanering aan bijvoorbeeld nazorg met zich meebrengt.
Opdracht
De handleiding moet leiden tot werkbare afspraken voor functiegericht saneren in de bovengrond waarin nazorg, gebruiksbeperkingen en ander elementen die komen na afronding van een sanering worden geïntegreerd in het afwegingsproces van een sanering of ontgraving. De vraagstelling moet integraal benaderd worden.
In de handleiding zouden de volgende zaken behandeld moeten worden:
- de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen inzichtelijk
- handhaving
- bemonsteringsstrategie
- functiewijzigingen
- registratie
- gebruikersfunctie en nazorg
- gebruiksbeperking
- duidige nabestemmingsregels
- nazorgverplichtingen
- communicatie en informatie overdracht
De werkgroep geeft aan hoe de handleiding eruit zou moeten zien en welke zaken erin behandeld wordt.
Duidelijk moet zijn voor wie de handleiding is bedoeld. De uitkomst van de sessie wordt door de secretaris beschreven in een korte notitie waarna dit mogelijk kan leiden tot een projectvoorstel.
Deelnemers
| Rob van Otterloo | gemeente Dordrecht |
| Koen van Rooijen | provincie Utrecht |
| Jenco de Groot | provincie Zuid-Holland |
| Kees de Vette | gemeentewerken Rotterdam |
| Wouter van Hoorn | provincie Gelderland |
| Astrid Wormsbercher-Smit | provincie Noord-Holland |
| Aernoud Pasop (secretaris) | Bodem+ |
Downloads
Zie ook
- Nieuwe atlas benadrukt de waarde van Europa's bodem biodiversiteit
- Instrumenten bodembeheer
- Overzicht meldingen schone grond (03-10-2011)
- Waarom een apart nazorgplan?
- Volgens art. 39e Wbb is de saneerder belast met de nazorg, “dan wel degene die daartoe is aangewezen in het nazorgplan”. Stel dat de saneerder in een nazorgplan iemand met naam en toenaam aanwijst, hoe moet het bevoegd gezag hiermee omgaan?
- Hoe kan worden geregeld dat de nazorg wordt voortgezet na verkoop van de locatie?
- Wat kan het bevoegd gezag doen als de locatie wordt verkocht aan een koper die niet bereid is met de nazorgplichtige een overeenkomst over de nazorg te sluiten?
