MVO Brazilië: kinderarbeid
Ondernemers moeten zich realiseren dat zij soms door hun activiteiten indirect kinderarbeid in stand houden. Dit kan gebeuren door het uitbesteden van activiteiten aan of het inkopen bij lokale leveranciers die zich niet aan de wet houden. Volgens de Braziliaanse wet mogen kinderen jonger dan 16 jaar niet werken. Wel mogen kinderen van 14 tot 16 jaar werken als praktijkleerling. Het is voor kinderen tussen de 16 en 18 jaar verboden nachtwerk te doen of gevaarlijk en ongezond werk.
Op het platteland werken de meeste kinderen. Zij helpen thuis met de landbouw of op de grote plantages tijdens de oogst. Daarnaast werken veel kinderen in de stedelijke informele sector: vuilnisophaal, straathandel, schoenen poetsen, drugshandel, kinderprostitutie of als huishoudelijk personeel. Handel in vrouwen en kinderen komt ook veel voor in Brazilië. Er zijn naar schatting zo’n 500.000 kinderen actief in de kinderprostitutie, na Thailand het hoogste aantal ter wereld. Dit komt vooral voor in de toeristengebieden langs de noordkust, de grote steden en het Amazonegebied.
Overheidsacties tegen kinderarbeid
De overheid en het Braziliaanse ILO-kantoor hebben de afgelopen vijftien jaar flinke vooruitgang geboekt met de bestrijding van kinderarbeid. Het aantal kinderen tussen de 5 en 17 dat werkt, is tussen 1992 en 2008 gedaald met 47,5 procent. Toch zijn er nog steeds miljoenen kinderen werkzaam op voor hen schadelijke wijze.
Het ministerie van Sociale Zaken heeft een programma (beurs voor de familie - Bolsa Família) opgezet om armoede te reduceren en daarmee ongezonde en gevaarlijke kinderarbeid uit te bannen. In Bolsa Família ontvangen de armsten een inkomen; 11 miljoen families en hun kinderen profiteren van dit programma. Families krijgen een vergoeding per kind in de leeftijd van 6 tot 17 jaar. Voorwaarde is dat de kinderen niet meer werken en daadwerkelijk naar school gaan.
