Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Inhoud convenant

Samenwerken

Hoofddoel

Transitie naar een bodemontwikkelingsbeleid. Dit betekent dat het bodembeleid in 2015 dusdanig is verbreed dat het beleid met betrekking tot de ondergrond, het gebiedsgerichte grondwaterbeheer en bodemsanering is geïntegreerd.

Belangrijke wijzigingen in het bodembeleid:

  • Verdere decentralisatie van verantwoordelijkheden en uitvoering van het Rijk naar het bevoegd gezag. De verantwoordelijkheid voor de aanpak van spoedlocaties, grootschalige grondwaterverontreiniging en de ruimtelijke ontwikkeling van de ondergrond komt bij de gemeente- of provinciebestuurders te liggen.
  • Sturing door beleidsafspraken neergelegd in bestuurlijke overeenkomsten. Het is van groot belang dat bestuurders van provincies, gemeenten en waterschappen zich voor de komende periode verenigen op de doelstellingen van het convenant.
  • Toenemende samenhang van het bodembeleid met het energie- en waterbeleid en het beleid voor de ondergrond. Samenhang en samenwerking tussen de verschillende beleidsdoelen zijn noodzakelijk voor een efficiënte en effectieve uitvoering van het nieuwe bodemontwikkelingsbeleid.
  • Verdere integratie van het bodemsaneringsbeleid in een gebiedsgerichte benadering mede in het kader van het ruimtelijke ordeningsbeleid.
  • Het onder milieuhygiënische randvoorwaarden accommoderen van het toenemend gebruik van de bodem als gevolg van ruimtedruk. De ondergrond moet duurzaam kunnen worden gebruikt, maar wel met oog voor de kwetsbaarheid van het bodemsysteem.

Doelstellingen
Er vindt een verschuiving plaats in het bodembeleid. De nadruk komt te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem. Er is behoefte aan verbreding en verdieping. Centraal in dit verbrede bodembeleid staan de volgende doelstellingen:

  1. Het verwerven van kennis over de risico’s van het gebruik van de ondergrond;
  2. Het benutten van de kansen van de ondergrond (voor bijvoorbeeld ondergronds bouwen, bodemenergie, CO2- en gasopslag) en het verschaffen van instrumenten hiervoor, met behoud van kwaliteit;
  3. Het optimaliseren van samenhang en afstemming tussen de verschillende beleidsdoelen (energie, water, biodiversiteit, bodem, en ruimtelijke ontwikkeling) teneinde de meest efficiënte benadering te bereiken;
  4. Het maken van afspraken over de aanpak van spoedlocaties;
  5. Het waar nodig aanpassen van de bestuurlijke taakverdeling toegesneden op een optimale uitvoering van taken en bevoegdheden.

De partijen die in 2009 het convenant ondertekend hebben zijn:

  • De Minister van Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer
  • De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
  • De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat
  • Het Interprovinciaal Overleg (IPO)
  • De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
  • De Unie van Waterschappen (UVW)

Omdat de ministeries van VROM, LNV en V&W niet meer bestaan zijn de huidige betrokken departementen de ministeries van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (Rijksoverheid).

Manifest
Het bodembeleid komt in een andere fase, het gaat zich richten op de waarde van de bodem voor brede maatschappelijke opgaven en gebiedsontwikkeling. De veranderingen om ons heen gaan snel. Er is daarom sprake van urgentie. Een groep veranderingsgezinde omgevingsprofessionals uit publieke en private hoek heeft eind 2011 de koppen bij elkaar gestoken om hun visie op de veranderingen te verwoorden. Deze zogenoemde Keizerskroongroep heeft dat vastgelegd in een Manifest. Dit Manifest kan deels gezien worden als een aanvulling op het bestaande bodemconvenant en laat de afspraken daaruit onverlet. Deels kan het gezien worden als voorzet voor de periode nadat het huidige convenant afloopt (2015). Er wordt gewerkt aan een actieprogramma dat ervoor moet zorgen dat de visie zoals vastgelegd in het Manifest in de praktijk vorm krijgt. In februari 2012 is de eerste versie van dit programma gereed en zal dan op deze site gepubliceerd worden.

Downloads

share
Geplaatst op: 01-08-2011|Gewijzigd op: 13-03-2012