Goed inkuilmanagement goed voor economie en broeikasgassen
Als melkveehouders op de juiste wijze gras verzamelen, transporteren, verpakken en opslaan (inkuilmanagement), hoeven ze minder extra krachtvoer en ruwvoer te kopen voor de koeien in de stal. Ook komen er minder broeikasgassen vrij. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen UR Livestock Research naar het effect van inkuilmanagement van broeikasgassen op bedrijfsniveau.
Het ideale gras voor koeien heeft bij inkuilen een drogestofgehalte van 40%. 'Als het gras droger is, kan er sneller broei optreden als de boer de verpakking opent om wat voedsel voor de koeien te halen. Dan komt er lucht bij en kunnen micro-organismen zich in het materiaal vermenigvuldigen waardoor de kwaliteit afneemt', legt onderzoeker Herman van Schooten uit. 'Te nat gras is ook niet goed, want dan kan het gras na het inpakken door meer ammoniakvorming uit het eiwit in meer of mindere mate gaan ‘bederven’. Daardoor gaat er veel voederwaarde verloren.'
Weersomstandigheden
Het verlies aan voederwaarde op het veld hangt vooral af van de periode waarin de boer het land bewerkt en de weersomstandigheden. Praktijkcijfers wijzen uit dat 40% tot 50% van de graskuilen in relatief droge jaren een te hoog droogstofgehalte heeft (meer dan 45%). In relatief natte jaren had meer dan 60% van de graskuilen een te hoge ammoniakfractie (meer dan acht). In de praktijk kan het voederverlies oplopen van 6% naar 22% als er regen op het voorgedroogde gras valt. Tijdens het conserveren en bewaren van gras treden er gistingsverliezen op. Als het gras voldoende is voorgedroogd en de boer het gras op een juiste manier heeft ingekuild, kunnen de verliezen volgens Van Schooten beperkt blijven tot 7% à 8% van de voederwaarde.
Klimaatwinst
De onderzoeker stelt dat goed inkuilmanagement de boer tussen 3.000 en 4.000 euro aan aanvullend voedsel besparen. In die besparing zit ook de meeste klimaatwinst. 'Het telen, verwerken en transporteren van krachtvoer geeft ook emissies van broeikasgassen. Als er dus minder van wordt gekocht, komt er minder broeikasgas vrij. Ook gras met een optimale voederwaarde levert broeikasgasreductie op. Hoe hoger de voedingswaarde van het gras, des te beter de koe het voedsel verteert. Daardoor wordt er minder methaan gevormd in de pens van de koe dan bij de vertering van gras met een lage voedingswaarde.
