Fokken op voer- en methaanefficiënte koeien is goed mogelijk
De ene koe heeft minder voer nodig om dezelfde hoeveelheid melk en daardoor minder methaan te produceren dan de andere koe. Dertig procent daarvan is genetisch bepaald. Dat ontdekte dr. ir. Yvette de Haas en haar collega’s van Wageningen University and Research Centre in het onderzoek ‘Gensignalen voor voerefficiëntie en methaanemissie.’
De Haas werkt bij het Animal Breeding and Genomics Centre van Wageningen UR Livestock Research. 'Hier benaderen we de veehouderij vanuit de fokkerijkant. Doel is te bekijken of je door selectie van de beste dieren vooruitgang kunt boeken in bepaalde kenmerken. Eén ervan is voer- en methaanefficiëntie.'
De Haas legt uit dat er een natuurlijke variatie is tussen koeien. Er zijn dieren die van nature minder voer nodig hebben om dezelfde melkproductie te halen of met dezelfde melkproductie minder methaan emitteren dan andere koeien. 'Wij willen gebruik maken van deze natuurlijke variatie om de reductie van broeikasgassen te ondersteunen. Het voordeel van fokkerij is dat je een blijvende verbetering tot stand kunt brengen die bovendien cumulatief is, dus elk jaar meer wordt. Met een managementmaatregel, zoals aanpassing van voeding, kun je snel resultaat boeken, maar je moet die voeding wel steeds toedienen.. Door fokkerij met voeding te combineren zal de veehouderij een mooie slag maken om de emissie van methaan te verminderen.'
Vijf procent methaanreductie
Voor het onderzoek, gefinancierd door Agentschap NL en het Productschap Zuivel, raadpleegde De Haas gegevens van 600 koeien in proefbedrijf ’t Gen in Lelystad. 'Wat is hun gewicht? Hoeveel melk produceren ze? En wat en hoeveel hebben ze gegeten? Daarnaast hebben we de DNA-gegevens geanalyseerd. Er waren ook stamboomgegevens beschikbaar van de voorouders, tot 1940. Op basis daarvan konden we de dochters van één stier onderling vergelijken en met de nakomelingen van een andere stier. Zo werden de verschillen zichtbaar tussen twee dochtergroepen. Met andere woorden: erft de ene stier meer efficiënte dochters dan de andere?'
En dat blijkt nu. 'Alle onderzochte koeien kregen hetzelfde voer en stonden in dezelfde stal, dus de omstandigheden waren gelijk. We ontdekten dat 30% van de natuurlijke variatie tussen koeien wordt bepaald door genetische aanleg. Dat betekent dat het de moeite waard is te fokken op voer- en methaanefficiënte koeien.'
Op basis van een berekening van de methaanproductie aan de hand van de droge stofopname en de rantsoensamenstelling van de koeien, acht de Haas vijf procent methaanreductie in tien jaar tijd mogelijk door met de fokkerij te selecteren op efficiënte dieren.
