Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Focus op warmte: leren van Denemarken en Zweden

Op 14, 15 en 16 september 2011 organiseerde Stichting Warmtenetwerk een studiereis naar Denemarken en Zweden, waaraan ook het Nationaal Expertisecentrum Warmte (NEW) deelnam. Beide landen lopen wereldwijd voorop als het gaat om het benutten en produceren van warmte. De belangstelling was groot; een groep van circa vijftig  professionals nam deel aan de reis. Wat kunnen we leren van Denemarken en Zweden?

“Een belangrijk verschil met Nederland is dat Denemarken en Zweden echt focussen op warmte”, vertelt Marco Klaassen van het NEW. “Ze zien er de economische waarde van in. Het valt de Denen dan ook op dat warmte in Nederland zo’n kleine rol speelt. Vanaf 2012 verandert dat enigszins als de regeling SDE+ van kracht wordt. Deze biedt meer ruimte voor ondersteuning van duurzame warmte. Maar als we de Europese doelstelling voor duurzame energie willen halen, moet Nederland écht inzetten op duurzame warmte. Dat het kan, bewijzen Denemarken en Zweden.”

Enthousiasme voor warmteprojecten
De groep Nederlanders bezocht onder meer een kleine biomassacentrale, een afvalverbrandingscentrale en een geothermiecentrale. Ook kreeg de aanleg van warmtenetten ruime aandacht. Klaassen: “Denen en Zweden werken heel enthousiast aan warmteprojecten en proberen zoveel mogelijk te bereiken. Alle mogelijke bronnen die warmte leveren koppelen ze aan het warmtenet.

In veel gevallen gaat het om kleinschalige projecten en dat is een belangrijk leerpunt voor ons. Kleinschalig denken maakt het eenvoudiger om projecten van de grond te krijgen. Een relatief klein project, op wijk- of straatniveau, werkt echt. Zo neemt een biomassacentrale van 5MW weinig ruimte in en deze kan toch een hele wijk van duurzame warmte voorzien.”

Verschillen Denemarken en Zweden
Ook de verschillen tussen Denemarken en Zweden zijn voor Nederland interessant, benadrukt Klaassen. “De Zweedse situatie – een geliberaliseerde energiemarkt – is anders dan die in Denemarken. Daar zijn de meeste warmtenetten publiek bezit. De wetgevingsstructuur en eigendomsconstructies in Zweden zijn beter vergelijkbaar met onze situatie.”

Verrassende inzichten waren er ook. Zo hoeft warm tapwater in Denemarken maar 45 graden Celcius te zijn, vertelt Klaassen. “In Nederland is de eis 65 graden Celcius, om besmetting met legionella tegen te gaan. In Denemarken moet je aantonen dat je geen legionella in je leiding hebt. Dat is een omkering. Dan kun je ook leidingen ontwikkelen waarin legionella niet of nauwelijks kan voorkomen.”

Over de Stichting Warmetnetwerk
De Stichting Warmtenetwerk is een platform waaraan bedrijven en overheidsorganisaties deelnemen. Warmtenetwerk wil collectieve warmte- en koudenetten bevorderen, om het gebruik van fossiele energie en de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Elk jaar organiseert Warmtenetwerk een studiereis om de uitwisseling van kennis te bevorderen met organisaties elders in Europa en innovatie te stimuleren. Ga voor meer informatie naar: Stichting Warmtenetwerk.

share
Geplaatst op: 21-09-2011|Gewijzigd op: 21-09-2011