Broeikasgasemissie uit gescheiden mest beheersbaar met aantal maatregelen
Mest scheiden in vaste en vloeibare substantie wordt steeds meer toegepast om beter gebruik te kunnen maken van de mineralen in de mest binnen de steeds scherpere gebruiksnormen. Maar door mestscheiding kan ook meer methaan en lachgas vrijkomen. In opdracht van Agentschap NL onderzocht Wageningen UR om hoeveel broeikasgas het gaat en welke maatregelen je kunt nemen om die emissie te beperken.
In het convenant ‘Schone en Zuinige Agrosectoren’ spreken Rijk en landbouwsector af om in 2020 een kwart van alle melkvee- en varkensdrijfmest te scheiden in vaste en vloeibare mest. De vaste mest bevat dan vooral fosfaat en organische stof en de vloeibare mest bevat vooral stikstof. De vaste mest wordt van het bedrijf afgevoerd en elders gebruikt. Bijvoorbeeld in de akkerbouw of in een mestvergistingsinstallatie. De dunne mest, met daarin weinig fosfaat en veel stikstof, kan de boer op zijn eigen bedrijf inzetten of in de regio. Hierdoor wordt het gebruik van kunstmest verminderd. Goed voor de boer en het milieu, maar is het ook goed voor het klimaat? Want er zijn aanwijzingen in de wetenschappelijke literatuur dat scheiden van mest in dikke en dunne substantie de emissies van methaan en lachgas kan beïnvloeden. Hoe dat werkt en in welke mate dat gebeurt was tot voor kort niet duidelijk.
Emissies berekend
Paul Hoeksma, Julio Mosquera Losada en René Schils van Wageningen UR voerden een literatuurstudie uit en een laboratoriumproef om hierover meer duidelijkheid te krijgen. Mosquera Losada: 'We hebben alle beschikbare gegevens naast elkaar gelegd en de samenstelling van de dikke en dunne runder- en varkensmest onder de loep genomen. Daarnaast hebben we in het laboratorium emissies van methaan en lachgas uit dikke en dunne mest gemeten, zowel tijdens de opslag als na de toediening van mest op landbouwgrond. Deze gegevens hebben we vervolgens gebruikt om te berekenen hoeveel broeikasgas vrijkomt als je in 2020 25% van alle melkvee- en varkensdrijfmest zou gaan scheiden.'
Per saldo nihil
Daaruit blijkt dat de broeikasgasemissie uit opslag, uitgedrukt in CO2-equivalenten, in 2020 met vijf procent toeneemt ten opzichte van het huidige niveau. De emissie na toediening van de mest op bijvoorbeeld akkerbouwgrond neemt echter met 10% af. 'Per saldo is de verwachte emissie als gevolg van mestscheiding een paar procent lager dan nu het geval is', zegt Hoeksma. 'Dat is dus goed nieuws voor het klimaat, maar het is alleen haalbaar als agrariërs ook de opslag van hun vaste mest afdekken. Dat is nu voor vloeibare mest wel maar voor vaste mest niet verplicht. Ook is het raadzaam om de mest zo kort mogelijk op te slaan. De opslagduur is namelijk van invloed op de hoeveelheid broeikasgas die vrijkomt. Dus als agrariërs hun mest scheiden vlak voordat het wordt afgevoerd of toegediend op het land, dan beperken ze de emissies.'
