Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Booming Vietnam

Vietnam is een interessante markt. De productiekosten zijn er laag en de koopkracht van de consument neemt toe. De mensen bruisen van de energie, zo ervaren de Nederlandse ondernemers Christian Dutilh en Roderick Henderson.

Volgepakte scooters rijden kriskras door elkaar heen. Op elke straathoek verkopen mensen hun waren: exotische groente en fruit, slippers, kinderspeelgoed of ter plekke op een houtvuurtje bereide soepjes. Moderne wolkenkrabbers staan gebroederlijk naast vervallen huisjes. Overal getoeter, lachende mensen, muziek en verstopte wegen. Ho Chi Minh City, het oude Saigon, lijkt een chaos. Maar schijn bedriegt.

De inwoners van deze stad weten heel goed waar ze naartoe gaan. Ze willen vooruit en blikken niet terug. Waarom zou je ook, met zo’n turbulente geschiedenis? Ruim de helft van de Vietnamezen is onder de 25 en vastbesloten iets moois van zijn leven te maken.

Steeds toegankelijker

Vietnam maakt sinds zijn toetreding tot de World Trade Organization (WTO) een sterke ontwikkeling door en wordt steeds toegankelijker voor buitenlandse bedrijven. Het is bovendien een interessante afzetmarkt en biedt mogelijkheden voor outsourcing.

Een van de eerste Nederlandse ondernemers die dat doorhad, was Christian Dutilh, directeur Azië van het Haagse bedrijf Global Factories. Hij maakte in 1995 via een stage bij de ING Bank kennis met Vietnam: “Ik voelde meteen de buzz om me heen. Het is fascinerend om te zien hoe dit land ontluikt”, vertelt hij in zijn kantoor in het Franskoloniale gedeelte van de stad.
Global Factories is specialist in detectiemachines voor de farmaceutische industrie. “Wereldwijd laten steeds meer zorginstellingen de medicijnen voor hun patiënten verpakken in multidose-verpakkingen, bijvoorbeeld in hoeveelheden voor meerdere dagen. Wij hebben een geautomatiseerd, gepatenteerd systeem ontwikkeld waarmee snel en nauwkeurig te controleren is of de juiste medicijnen bij de juiste patiënten terecht komen.”

Outsourcen

Het is duur en arbeidsintensief om een detectiemachine te maken. Daarom besloot Global Factories een deel van zijn productie te outsourcen in Vietnam. Dat gebeurde in eerste instantie op kleine schaal en op afstand. Op advies van Dutilh opende het bedrijf een permanente vestiging in Vietnam en niet in China. Dutilh: “De arbeidslonen in China stijgen snel en je hebt vaak te maken met exporttax. Bovendien zijn Chinezen een stuk afstandelijker dan Vietnamezen.” Dutilh hielp Global Factories bij het opzetten van een kantoor in Ho Chi Minh City en is nu verantwoordelijk voor de verkoop van de detectiemachines van het bedrijf in Azië.

Kleinschaligheid

Roderick Henderson, directeur van The Boumy Business, heeft eenzelfde ervaring. “Vietnamezen zijn, meer dan Chinezen, gericht op langetermijnsamenwerking.” Zijn bedrijf maakt sinds elf jaar leren kinderslofjes en Boumy is een toonaangevend merk in Nederland. Henderson leidt The Boumy Business vanuit Aerdenhout, maar reist regelmatig naar Vietnam.
De slofjes werden eerst geproduceerd in Portugal, later in Turkije. “Maar dat werd al snel duurder,” aldus Henderson. Ook China bood geen uitkomst. “Wij hebben zestig modellen in ons assortiment, in vier verschillende maten. Maar we hebben naar verhouding kleine productievolumes. Een Chinees brandt daar liever zijn handen niet aan.”

Veel controleren

Vietnamezen nemen sneller genoegen met de kwaliteit van producten en diensten dan Nederlanders. Dat betekent dus: regelmatig controleren. “Ze zeggen hier te snel dat ze iets kunnen, omdat ze je niet willen teleurstellen,” zegt Dutilh. “In Nederland betekent ‘ja’ ook echt ‘ja’. Hier is ‘ja’ soms ook ‘maybe’. Dat is wennen. Maar Vietnamezen zijn leergierig en als ze je eenmaal kennen bereid een stapje extra voor je te doen.”

Only cash

Waar Dutilh aan moest wennen is dat - ondanks de komst van internetbankieren - Vietnamezen alles cash willen betalen: “Ik moest eens een groot bedrag betalen aan leveranciers. Stond ik ‘s morgens vroeg bij de bank, om 3 miljard dong (toentertijd 200.000 dollar) op te halen. Met maar liefst 60 kilo aan geld, in grote zakken gepropt, ging ik weer naar buiten. Zonder bewaking.”

Georganiseerde chaos

Henderson vindt het soms lastig dat de Vietnamese overheid een flinke vinger in de pap heeft. “Betalingen aan onze leveranciers gaan via de staat, die de wisselkoers van Amerikaanse dollars naar Vietnamese dong vaststelt. Daardoor kunnen we moeilijk grip krijgen op de kostprijs.” Ook de inflatie is met 12 procent hoog, in vergelijking met Nederland, waar de inflatie het afgelopen jaar niet ver boven 1,5 procent uitkwam.

Voor ondernemers met een sterke controledrang is de dynamiek in Vietnam misschien wat overweldigend. Maar voor wie zich laat meevoeren in deze georganiseerde chaos gaat er een wereld open.

























Missie Vietnam

Van 26 maart tot en met 2 april 2011 vindt een economische missie naar Vietnam plaats onder leiding van de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Henk Bleker. Er gaan ruim tachtig bedrijven mee. ZKH Prins van Oranje en HKH Prinses Máxima der Nederlanden sluiten zich bij onderdelen van het programma aan. U kunt zich helaas niet meer aanmelden. Wilt u toch niets missen? Volg de missie eind maart op www.agentschapnl.nl/wereldzaken

Tekst: Lisette de Jong en Heidi Klijsen



share
Geplaatst op: 15-02-2011|Gewijzigd op: 16-08-2011