Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

‘Energievraagstuk dwingt je te kijken naar jouw plaats in de wereld’

Executive Director Maria van der Hoeven over haar rol bij het IEA


Peter Versteegh, Adviseur Programma Energie Internationaal (PEI) bij NL Energie en Klimaat, en Bert Stuij, Sector Manager Energie Strategie en Transitie bij NL Energie en Klimaat, in gesprek met Maria van der Hoeven. Hun voormalige werkgever vertelt over de uitdagingen waar zij voor staat in haar nieuwe rol als Executive Director van het International Energy Agency (IEA). “Het IEA is er voor iedereen.”

Gefeliciteerd met uw nieuwe baan. Wat zijn uw prioriteiten voor het IEA?

“Ik zie een dubbele uitdaging. Enerzijds willen we de energievoorzieningszekerheid centraal stellen; anderzijds willen we een overgang maken naar een energievoorziening die minder CO2-uitstoot. Omdat low carbon energy, gezien de klimaatissues, onze toekomst is. En omdat de hoeveelheid fossiele brandstoffen eindig is. Dat brengt me bij de overall boodschap van het IEA: we moeten naar betrouwbare, zo schoon mogelijke, betaalbare energievoorziening wereldwijd.”

Op welke manier kan het IEA hieraan bijdragen?

“De 28 aangesloten landen zijn voornamelijk consumerende landen. Het IEA representeert hun belangen als het gaat om fossiele energiebronnen als olie en kolen. Dat is altijd zo geweest en dat blijft. Maar natuurlijk is er de afgelopen decennia veel veranderd, kijk alleen al naar de enorme groei in energiebehoefte in opkomende economieën.

Dat maakt dat ook het werkterrein van het IEA is verschoven. Het IEA kijkt naar de totale energiemix en verzamelt wereldwijd data die nodig is om de ontwikkelingen en de trends in de energiesector te begrijpen. Op basis van die data maken we analyses en beleidsaanbevelingen die overheden en bedrijven kunnen gebruiken voor hun investeringsbesluiten. Daar zijn we uniek in.”

Hoe ziet u de verhouding tussen het zijn van een belangenorganisatie zijn en wereldwijd verantwoordelijkheid nemen en zien voor verduurzaming?

“Het een gaat hand in hand met het ander. De groei aan energiebehoefte moet voor een steeds groter deel geleverd worden door duurzame energie. Dit geldt voor de lidstaten maar ook niet-lidstaten. De belangen lopen parallel. Alle landen hebben belang bij energievoorzieningszekerheid voor de economische groei, en we hebben er allemaal belang bij dat de hoeveelheid hernieuwbare energie in de energiemix gaat toenemen.

Het is de kunst om tegenover de olieproducerende landen duidelijk te maken dat ook hier weer een gedeeld belang is, want op het moment dat er te weinig olie op de markt komt, wordt er gekeken naar alternatieven door de landen die het nodig hebben.

Onlangs hebben we in samenwerking met de Clean Energy Ministerial een eigen Clean Energy Progress Report gepresenteerd. Beoordelingen en data van verschillende maatregelen, de implementatie van technologieën, moeten gemonitord worden, wil je dit soort onderzoeken kunnen doen. Dat is wat bij het IEA gebeurt. Het Clean Energy Progress Report is een mooi voorbeeld van het inzetten van je expertise op een ander deelonderwerp.”

Bert: “En dat doe je dan wereldwijd?”

“Ja, omdat je dan input kunt leveren voor de discussies op de verschillende ministeriele niveaus die weer kunnen leiden tot beleidsinspanningen in aangesloten landen én andere landen, zoals China, Thailand en Indonesië. Het IEA is er voor iedereen. Men is erg geïnteresseerd in een dergelijke overall assessment van buitenaf, waarbij ze dan zelf kunnen besluiten wat ze er mee willen. Het enige wat wij kunnen doen is een aantal opties geven met de mogelijke consequenties wat er gebeurt als je voor een optie kiest.”

De energiebronnen zijn schaars, we streven we naar voorzieningszekerheid én we willen minder CO2 uitstoten. Het een heeft een andere driver dan het andere. Zit dat elkaar af en toe niet in de weg?

“Er zijn twee dingen die de wereld doen draaien: geld en energie. Je kunt niet zonder. Als je kijkt naar de demografische ontwikkeling en de hoeveelheid auto’s die er over 10 jaar zal zijn, dat er nu 1,6 miljard mensen zijn die niet de beschikking hebben over een stopcontact en je wil daar allemaal in voorzien, dan heb je een gigantische hoeveelheid energie nodig. Dat betekent ook dat je goed moet nadenken over hoe je die ontwikkeling gaat vormgeven, juist omdat je de CO2-uitstoot in de hand wilt houden.

In afgelegen gebieden zijn andere vormen van energievoorziening nodig dan in industriële gebieden. We zullen toe moeten naar een mix van verschillende technologieën en energiebronnen om op die groeiende vraag naar energie antwoord te kunnen geven. Ook om te voorkomen dat we op een gegeven moment zoveel infrastructuur nodig hebben om die elektriciteit te transporteren, dat we daar al ons geld en energie in steken. Dit dwingt ons tot een andere manier van kijken. Het Energy Technology Network kan hier een belangrijke rol in spelen.

Het is van enorm belang dat deze kennis internationaal zichtbaar en toegankelijk wordt gemaakt, niet alleen voor de 28 lidstaten want voorzieningszekerheid is niet alleen een prioriteit voor hen.”

Wat is uw visie op de internationale technologiesamenwerking?

“Ik denk dat we hierin praktisch moeten zijn. Wat je ziet is dat met name op het vlak van intellectual property de kaarten vaak nog tegen de borst worden gehouden. Dus moeten kijken of je op het terrein van open innovatie iets kunt doen wat wel toegevoegde waarde heeft. Dat kan binnen het Energy Technology Network, waar we een internationale groep van experts bij elkaar brengen en duizenden specialisten een rol spelen. De rol van het IAE hierbij spitst zich toe op het aangeven van richting, de trends en urgenties.

We zorgen ervoor dat de resultaten toegankelijk worden gemaakt voor besluitvormers. Het Low Carbon Technology Platform is een mooi voorbeeld waarbij je ziet hoe partnerschap en activiteiten ontwikkeld kunnen worden waarin je ervaringen en best practices kunt delen. En de follow-up niet te vergeten: ontwikkelingen bijhouden, waar zitten de gaten in de internationale samenwerking? Dan is de cirkel rond.”

Peter: “Wat kan het IEA hieraan bijdragen?”
 
“Op dit moment onderzoeken we waar we goed in zijn, wat beter of anders moet. Ook het Energy Technology Network valt hier onder. Een belangrijke vraag is hoe we de impact van wat we doen kunnen vergroten. Als je kennis en ervaring in het  netwerk blijft zitten en er verder niets gebeurt, dan slaat dat negatief terug op het netwerk zelf.”

Bert: “Bovendien zou je willen zien dat het internationaal beleidsgevolgen heeft.”

“Juist. Die keten is niet gesloten. En hierdoor is het effect te weinig, en er komt kritiek, te veel ruimte voor ruis. Ik ben hier sterk bij betrokken. Je doet het om een bijdrage te kunnen leveren in de energievoorziening, die schoon en zeker moet worden. De technologie is er niet voor de technologie. Die moet tot iets leiden. Dat is wel gebeurd, maar het zou veel meer kunnen. En dit is de uitdaging voor ons.

Als het IEA haar 50e verjaardag wil vieren, dan moeten we ervoor zorgen dat we impact hebben. Dat betekent dat je kennis van technologie niet alleen verspreid, maar ook kunt zien dat bijvoorbeeld de private sector er meer bij wordt betrokken, dat ook daar een meer effectieve internationale samenwerking tot stand komt. En dat betekent ook dat de regeringen, de beleidsmakers, daadwerkelijk gebruik maken van hetgeen wordt geproduceerd, en dat daar niet nog eens een aparte Clean Energy Ministerial voor nodig is. 

In tijden van economische crisis staan de inspanningen van de overheden en private sector onder druk. Hoe kijkt u hiernaar?

“We mogen het bewustzijn dat we technologie nodig hebben niet kwijtraken, ondanks het feit dat de financiering op dit moment misschien wat lastig is. Wereldwijd hebben R&D-investeringen niet alleen tot enorme verbeteringen geleid op het vlak van schone technologie, ze hebben ook de economie versterkt; kijk naar de zonnepanelenindustrie in China. Maar publieke investering alleen is te weinig. Dat is slechts een katalysator. De private investeringen moeten omhoog. Ook is de bedrijfstak rond duurzame technologie vaak klein en gefragmenteerd, er is geen eenduidige belangenbehartiging. De wil is er, maar vaak zijn er te veel spelers waardoor het moeilijk is om energie-efficiency te realiseren. En investeringen zijn risicovol.

Als regering zul je naar mogelijkheden moeten blijven zoeken om je industrie daarbij te betrekken. Er zijn een paar mooie voorbeelden: De belasting op kolenproductie in India levert $ 500 miljoen per jaar op, die in schone-energieonderzoek en -ontwikkeling wordt gestopt. En Korea’s Green New Deal, waarbij veel is geïnvesteerd in milieuvriendelijke projecten die de economische groei te stimuleren. Economische groei stimuleren en daarin tegelijkertijd de energievoorziening een plek te geven: het is niet gemakkelijk, wel noodzakelijk. En het kan.”

Hoe kijkt u vanuit Parijs naar Nederland?

“Nederland wil meer decentraal energie opwekken, dan moeten we ervoor zorgen dat de netwerken op orde zijn. Dat is één. Daarnaast hebben we enorme kennis en mogelijkheden op het gebied van gas. Dat zouden we veel meer kunnen uitbuiten en ontwikkelen. Gas is de schoonste fossiele brandstof die we hebben. Als we de transitie naar een schonere economie serieus vorm willen geven is gas daar een vehikel voor, inclusief Carbon capture and storage (CCS). Overigens net als nucleair. En nee, dat leidt niet de aandacht af van groene energie. Want helemaal ‘groen’ kunnen we eenvoudigweg nog niet. We moeten breder kijken.

Nederland is een open economie en wat betreft energievoorziening geen eiland. Dat betekent dat de interconnectie met andere landen op orde moet zijn. We hebben wat te bieden en krijgen daar iets voor terug: toegang tot kennis, informatie, oplossingen die elders gevonden zijn en die je anders allemaal zelf moet uitvinden. Energieonafhankelijkheid bestaat niet. Je kunt niet denken: als wij voldoende energie produceren voor die 16 miljoen mensen van ons is dat genoeg. Beslissingen elders in de wereld hebben consequenties voor andere landen. Dat is iets wat we ons niet voldoende realiseren.

Zowel energievoorzieningszekerheid als het klimaatvraagstuk dwingt je te kijken naar jouw plaats in de wereld. “Dat geldt voor uitvoerder AgentschapNL tenslotte net zo goed als voor het ministerie. Energiebeleid moet in de internationale context worden vormgegeven én uitgevoerd, Gebruik je netwerken en besef dat het tweerichtingsverkeer is. Dat betaalt zich dubbel en dwars terug en dat zal ongetwijfeld ook jullie opdrachtgevers aanspreken.

Zet het venster naar de wereld open!”

share
Geplaatst op: 04-10-2011|Gewijzigd op: 04-10-2011