Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Veelgestelde vragen voorlichtingsbijeenkomst Wkpb op 27 juni 2007

Antwoorden

  •  Art. 55 Wet bodembescherming (hierna: Wbb) bepaalt dat het bevoegd gezag een kadastrale kaart moet aanleveren aan het Kadaster. Bij de BUS-melding is er echter geen kadastrale kaart voorgeschreven. Hoe moet de BUS-melding nu worden aangeleverd?

    Bij een BUS-melding hoort wel een kadastrale kaart. Zie art. 1.3 lid 1 sub k RUS en de meldingsformulieren waarop is aangegeven: Recente kadastrale gegevens (kaart met eigendomsverhoudingen niet ouder dan 3 maanden) verplicht toevoegen als bijlage.

    Terug naar boven
  •  Een BUS-melding moet binnen vier dagen na ontvangst bij het Kadaster worden ingediend. Wat doe je als de BUS-melding niet in overeenstemming is met het besluit? Als dit het geval is mag de melder namelijk niet saneren. Ben je in een dergelijke situatie

    Een BUS-melding kan het beste meteen worden geregistreerd. Bij afkeuring van de BUS-melding (als deze niet in overeenstemming is met het besluit) volgt meestal een nieuwe melding. Hiermee wordt de eerdere melding als onderliggend document opgevolgd door de nieuwe melding. Als er geen nieuwe melding volgt, is een vervallenverklaring vereist.

    Terug naar boven
  •  Een BUS-melding die bijvoorbeeld vanwege het niet verkrijgen van een bouwvergunning niet tot uitvoering komt, zal na 6 of 12 maanden komen te vervallen (artikel 8 BUS). Het onderliggende stuk, de BUS-melding is daarmee van rechtswege vervallen, en dus

    Formeel-juridisch gezien kan een BUS-melding die van rechtswege is vervallen niet meer als van kracht zijnd beperkingenbesluit blijven staan in het registratiesysteem. Immers de grondslag is aan een dergelijke melding ontvallen. Een van rechtswege vervallen BUS-melding moet dus middels een door het bevoegd gezag opgestelde vervallenverklaring als van kracht zijnd beperkingenbesluit uit de beperkingenregistratie worden verwijderd. Als het gaat om een ernstige verontreiniging kan het bevoegd gezag echter wel een beschikking op de ernst & spoed nemen en wordt deze beschikking geregistreerd, waardoor de bodemverontreiniging en de beperkingen die hier eventueel uit voortvloeien kenbaar zijn aan de betrokkene. Daarnaast kan het bevoegd gezag zorgdragen voor informatie over de toestandvan de bodem en de verontreiniging via Bodemloket.

    Terug naar boven
  •  Het BUS-evaluatieverslag wordt geregistreerd als er sprake is van nazorg. Waarom geldt dit ook niet voor het evaluatieverslag ingevolge artikel 39c Wbb?

    Het evaluatieverslag werkt naar het verleden en het nazorgplan naar de toekomst. In het nazorgplan worden verplichtingen of gebruiksbeperkingen na de sanering beschreven. Deze beschikking moet daarom geregistreerd worden. Dit kan leiden tot een aantekening. In de Wet bodembescherming is dit zo geregeld. Voor BUS geldt dat de nazorgregels zijn opgenomen in het Besluit uniforme saneringen. Hierbij is er geen aparte beschikking op het nazorgplan voorgeschreven. De beschikking op het BUS-evaluatieverslag dient daarom als een te registreren besluit, aangezien daaruit volgt of de nazorgregels van BUS worden toegepast.

    Terug naar boven
  •  Moet bij een beschikking op een evaluatieverslag, dat de publiekrechtelijke beperkingen die voortvloeien uit de beschikking inzake ernst en urgentie doet vervallen, een kadastrale kaart worden ingediend?

    Ja, uitgangspunt is dat er een kadastrale kaart moet worden ingediend bij een beschikking op het evaluatieverslag. Dit volgt uit artikel 55, eerste lid, van de Wbb, dat mede betrekking heeft op een beschikking als bedoeld in artikel 39c, tweede lid, Wbb. Uit praktisch oogpunt gezien kan er echter ook worden verwezen naar een al eerder geregistreerde contour die met de beschikking ernst en spoed in het register is opgenomen. De provincies moeten dit depotnummer (dat het Kadaster per contour verstrekt) vermelden bij de toezending van de beschikking op het evaluatieverslag die leidt tot het vervallen van de beperkingen die voortvloeien uit de beschikking ernst en spoed.

    Terug naar boven
  •  Stel dat een leeflaag na sanering in stand wordt gehouden, maar er hoeft geen nazorgplan te worden opgesteld, hoe zit het dan met de aantekening?

    In het geval van een leeflaagsanering gelden nazorgverplichtingen die in standmoeten worden gehouden. Daarom moet er ingevolge artikel 39d Wet bodembescherming een nazorgplan worden opgesteld. Eventueel kan het bevoegd gezag bij een minder complexe sanering de beschikking op het evaluatieverslag combineren met een beschikking op het nazorgplan (twee beschikkingen in één document), zolang er maar op beide onderdelen apart wordt beschikt. De instemming met het nazorgplan moet ter inschrijving worden aangeboden, waarbij moet worden aangegeven voor welke percelen een publiekrechtelijke beperking uit de beschikking voortvloeit. Dat zijn de percelen met een ernstige restverontreiniging in de vaste bodem die door de leeflaag worden afgedekt (art. 3 Regeling beperkingenregistratie Wbb). Bij BUS-saneringen hoeft er geen nazorgplan te worden opgesteld. De gebruiksbeperkingen dienen op grond van art. 4.2 lid 1 onder l Regeling uniforme saneringen in het evaluatieverslag te worden opgenomen. In de beschikking instemming met het BUS-evaluatieverslag moet worden vermeld voor welke percelen een publiekrechtelijke beperking aanwezig is (art. 55 Wbb). Art. 15 BUS is dan van toepassing (verplichting voor eigenaar en gebruiker om leeflaag in standte houden). De instemmingsbeschikking moet in deze gevallen worden ingeschreven.

    Terug naar boven
  •  Als er geen ernstige verontreiniging onder een leeflaag zit, wat gebeurt er dan?

    Indien er sprake is van een lichte verontreiniging onder een leeflaag wordt er geen aantekening op het betreffende perceel geplaatst. Na saneren worden namelijk slechts die percelen geregistreerd waarop geheel of gedeeltelijk een ernstige restverontreiniging aanwezig is en de in verbandhiermee genomen saneringsmaatregel in standmoet worden gehouden. Deze percelen moeten zich bovendien bevinden binnen de interventiewaardecontour in het vaste deel van de bodem (artikel 3 Regeling beperkingenregistratie Wbb).

    Terug naar boven
  •  Stel een leeflaag met een dikte van 1 m dekt de verontreinigde grond af boven de interventiewaarde én lager dan de interventiewaarde maar boven de BGW-waarde. In het gebied waar alleen de BGW onder de leeflaag wordt overschreden, wil iemand een vijver

    In het nazorgplan wordt omschreven hoe de afdeklaag wordt beschermd, bijvoorbeeld door het verbieden van afdeklaagbedreigende handelingen of door het opleggen van een meldingsplicht annex ontheffingsmogelijkheid. Voorbeelden zijn het niet graven van kuilen en vijvers dieper dan 1 m, het niet toepassen van diepwortelende bomen/planten, het niet aanbrengen van grondwaterpompen. Op grond van art. 39e Wbb is de eigenaar, erfpachter of gebruiker verplicht deze beperkingen in het gebruik in acht te nemen, zowel binnen als buiten de interventiewaardecontour. Er is in de Regeling beperkingenregistratie Wbb gekozen voor de grootste gemene deler en dat is de I-contour in het vaste deel van de bodem. Dit leidt er toe dat het gebied waar volgens het nazorgplan de I-contour wordt overschreden, een kadastrale aantekening krijgt. Het gebied tussen interventie- en BGW-waarde, waar de gebruiksbeperkingen dus ook gelden, krijgt geen kadastrale aantekening. Het is in die laatste situatie een taak van de bevoegde overheden om hun bodeminformatie breed inzichtelijk te maken, bijvoorbeeld aan de handvan een bodemsite, waarop saneringscontouren zichtbaar zijn. Het is echter ondoenlijk om voor alle uitzondersituaties specifieke informatie breed inzichtelijk te maken. Hiervoor heeft de burger een plicht om navraag te doen (over de specifieke bodemkwaliteit) bij het betreffende overheidsorgaan.

    Terug naar boven
  •  In de Regeling beperkingenregistratie Wbb is in artikel 3 Wbb opgenomen dat er sprake moet zijn van een ernstige restverontreiniging boven de I-waarde én dat de in verband hiermee genomen saneringsmaatregel in stand moet worden gehouden. Wat als er na

    Er behoeft geen registratie plaats te vinden, tenzij in het besluit instemming nazorgplan bijvoorbeeld is opgenomen dat het huis een isolerende voorziening vormt. Dit is dan de maatregel die in standmoet worden gehouden.

    Terug naar boven
  •  Stel dat er geen ernstige verontreiniging meer zit in de vaste bodem van het bronperceel, maar wel in het grondwater. Moet je dan wel registreren?

    Nee, in dit geval vindt er geen registratie plaats. In de praktijk is, bij percelen waarop een ernstige grondwaterverontreiniging is ontstaan, de vaste bodem meestal ook ernstig verontreinigd. Er is dan dus ook een sterke verontreinigingscontour grond op het perceel aan te geven. Er kunnen zich echter uitzonderingssituaties voordoen waarbij er geen sterke verontreiniging in de vaste bodem is aangetroffen, bijvoorbeeld vanwege een kleine lokale diepe kern (met bijvoorbeeld oplosmiddelen) in de ondergrond. Voor deze situaties is vaak wel een besluit ernst en urgentie/spoed afgegeven, waardoor belanghebbenden binnen de gevalscontour via de Wbb besluitvorming op de hoogte zijn gebracht. In dit geval zijn de verontreinigingscontouren eveneens zichtbaar op de bodemsite van het bevoegde gezag. Kenbaarheid van bodemverontreinigingcontouren loopt dus via meerdere sporen. Registratie via de regeling beperkingenregistratie Wbb is slechts een klein deel hiervan.

    Terug naar boven
  •  Hoe komt het dat in de huidige manier van registreren de grote VOCL-verontreinigingen (zeer ernstige verontreinigingen) niet worden meegenomen? Een dergelijke verontreiniging brengt veel humane risico’s met zich mee (en belemmeringen), maar wordt in d

    Zie het antwoord bij vraag 8.Terug naar boven
  •  Hoe moet worden omgegaan met gevallen waarin de grondwaterverontreiniging pas jaren na de grondsanering wordt aangepakt? Het is onwenselijk als al die tijd een aantekening in het register blijft staan.

    De aanwezigheid van enkel ernstig verontreinigd grondwater leidt niet tot een publiekrechtelijke beperking. Als de gehele grondverontreiniging (>I) is verwijderd, kan daarom ook de aantekening geheel komen te vervallen. Dit, door het nemen van een beschikking op het tussenevaluatieverslag (art. 39 c Wbb), waarmee de publiekrechtelijke beperkingen uit de beschikking ernst en spoed komen te vervallen.

    Terug naar boven
  •  Moeten waterbodems ook worden geregistreerd onder de Wkpb?

    Nee, waterbodems hoeven niet te worden geregistreerd, tenzij er sprake is van een particulier terrein.

    Terug naar boven
  •  Waarom is de registratie onder de Wkpb zo gecompliceerd? Het geautomatiseerd aanleveren van gegevens baart zorgen. Is daarnaast het fysiek aanleveren van gegevens ook gewijzigd?

    Het Kadaster geeft aan dat de notaris aan dezelfde eisen moet voldoen, als de bevoegde overheden, voor het aanleveren van een digitale akte. Het digitaal aanleveren van de stukken vergt voor de bevoegde overheden in het begin behoorlijk wat aanpassingen. Als het eenmaal geregeld is dan loopt het echter wel. Vanwege de huidige aanloopproblemen zal de accountmanager van het Kadaster bij alle provincies langsgaan. Het Kadaster heeft daarnaast een aparte portal ontwikkeld voor de Wkpb (zie www.kadaster.nl/wkpb, of telefoonnummer 040-2592323 voor het Wkpb-team van het Kadaster). Op deze website worden vragen over de Wkpb beantwoord en wordt bijvoorbeeld ook aangegeven hoe het werkt met zowel het analoog als digitaal aanleveren van stukken.

    Terug naar boven
  •  Wat gebeurt er als stukken niet aan de indieningsvereisten voldoen, maar wel tijdig worden aangeleverd?

    In beginsel zal het Kadaster stukken weigeren die niet aan de indieningsvereisten voldoen. Op de website van het Kadaster (www.kadaster.nl/wkpb) is aangegeven dat er geen overgangsregeling geldt op grond waarvan het Kadaster analoge stukken op de oude manier blijft registreren.

    Terug naar boven
  •  Het Kadaster is niet het enige loket voor bodeminformatie. Hoe wordt dit naar de burger gecommuniceerd?

    In beginsel is hierin geen rol voor het Kadaster weggelegd. Er wordt van de burger verwacht dat hij/zij zelf een actieve rol heeft in het vergaren van (bodem)informatie. Daarnaast moeten intermediairs, zoals makelaars en notarissen een actieve rol spelen in het informeren van de burger. Op de NVM-site is voor makelaars informatie te vinden over de Wkpb. Communicatie speelt dus wel een belangrijke rol.

    Terug naar boven
  •  Hoe zit het met de oude besluiten?

    Bij de oude besluiten is sprake van een 'vervuild bestand'. Er vindt nu de zgn. 'inhaalslag' plaats die 1 juli 2009 moet te zijn afgerond. De oude besluiten worden gescreend om te kijken of er na deze datum nog een geldende publiekrechtelijke beperking o.g.v. de Wkpb uit voortvloeit. Zo niet, moeten deze uit de registratie gehaald worden. Er lopen op dit moment pilots met het Kadaster, het LIB en enkele provincies om te kijken hoe de inhaalslag het beste kan worden uitgevoerd. De uitkomsten hiervan worden verwerkt in de Handreiking Wkpb.

    Terug naar boven
  •  Wat gebeurt er in de registratie na een deelsanering?

    Na een deelsanering wordt een beschikking op een tussenevaluatieverslag (art. 39 c Wbb) genomen en deze wordt als bijlage bij de al in het Kadaster geregistreerde beschikking ernst en spoed gevoegd. Daarnaast wordt er een saneringscontour aangeleverd, die aangeeft welk deel van de verontreiniging (I-contour) is verwijderd. Hiermee komt een deel van de publiekrechtelijke beperking te vervallen en blijft het overige deel (> I) geregistreerd.

    Terug naar boven
  •  Er is een BUS sanering uitgevoerd in de categorie tijdelijke uitplaatsing. Na sanering wordt het BUS-evaluatieverslag ingediend. Er blijft een hoeveelheid sterk verontreinigde grond (>I waarde) achter. Moet deze geconstateerde sterke verontreiniging o

    In de toelichting op het Aanwijzingsbesluit Wkpb (p.17 en p.18) is opgenomen dat de beschikking houdende instemming met het verslag van een uniforme sanering als beperkingenbesluit is aangewezen, maar slechts indien sprake is van de saneringsaanpak, als bedoeld in artikel 3 eerste lid onder c van het Besluit uniforme saneringen (of van een combinatie van de saneringsaanpakken bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b en c van het Besluit uniforme saneringen). Indien er m.a.w. dus sprake is van het aanbrengen van een isolatielaag die in standmoet worden gehouden, en dit is opgenomen in het BUS-evaluatieverslag, dan moet de beschikking op dit verslag worden ingeschreven als beperkingenbesluit.

    Voor het overige geldt t.a.v. de beschikking houdende instemming met het verslag van een uniforme sanering dat de beschikking kan worden beschouwd als een besluit waarbij de publiekrechtelijke beperkingen die voortvloeien uit de BUS-melding komen te vervallen en om die reden op de voet van artikel 2 lid 4 Wkpb moet worden ingeschreven.

    Terug naar boven


Hierboven vindt u veelgestelde vragen en antwoorden die na afloop van de presentaties van Bas van de Griendt (Bouwfonds), Anneke Havinga (Ministerie van VROM), Klaas van der Hoek (Kadaster) en Henny Alink (provincie Gelderland) op 27 juni 2007 tijdens de informatiebijeenkomst Wkpb in Utrecht voor juristen en beschikkers van provincies en bevoegd gezag gemeenten Wbb zijn gesteld.

Geplaatst op: 09-05-2011|Gewijzigd op: 07-12-2011