Open systemenzijn vergunningplichtig op grond van de Waterwet. Binnen de Waterwet (op 22 december 2009 in werking getreden) blijven de provincies (Gedeputeerde Staten) bevoegd gezag voor de vergunningverlening en de handhaving voor open systemen.
Voor gesloten systemen(bodemwarmtewisselaar) geldt geen vergunningplicht. Het wettelijke kader is beperkt aanwezig. De Wet Bodembescherming en de Wet Milieubeheer kunnen van toepassing zijn. Desalniettemin is het verstandig contact te leggen met uw gemeente en/of provincie. Daarnaast kunnen in de Provinciale Milieuverordening (PMV) gebieden worden uitgesloten voor boringen. De milieubeschermingsgebieden voor grondwater omvatten de waterwingebieden, beschermingsgebieden en boringsvrije zones.
Veelgestelde vragen over Warmte Koude Opslag
Antwoorden
-
-
Er geldt nog geen meldingsplicht voor dergelijke systemen. Het is wel raadzaam contact op te nemen met uw gemeente en/of provincie. In bepaalde gebieden geldt een verbod op boringen in de bodem.
Terug naar boven -
Kunnen er voorschriften aan de vergunning voor open Warmte Koude Opslag (WKO) systemen worden gesteld?
Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van de bij het grondwaterbeheer betrokken belangen. Zo kunnen voorschriften worden gesteld aan de te gebruiken materialen, om verontreiniging van het grondwater door het systeem tegen te gaan. Ook kunnen voorschriften worden gesteld aan de ontmanteling van de ondergrondse delen van het systeem indien het gebruik van het systeem wordt beëindigd. Daarnaast kunnen in de Provinciale Milieuverordening (PMV) gebieden worden uitgesloten voor boringen. De milieubeschermingsgebieden voor grondwater omvatten de waterwingebieden, beschermingsgebieden en boringsvrije zones.
Terug naar boven -
Ja, een monobronsysteem, is een systeem waarbij een onttrekkingfilter en een infiltratiefilter boven elkaar in één bronput worden geplaatst.
Terug naar boven
In de Memorie van Toelichting bij de Invoeringswet Waterwet (Kamerstukken II 2008-2009, 31 858, nr.3 pag. 31) is weergegeven dat tot bodemenergiesystemen ook de zogenaamde monobronsystemen behoren, waarbij het grondwater niet boven het maaiveld wordt gepompt. -
Ja, in sommige gevallen kunt u in aanmerking komen voor subsidie. Zie voor subsidie mogelijkheden: Duurzame Warmte bij AgentschapNL of Milieucentraal of Subsidie regelingen voor Warmte-Koude opslag (WKO) [pdf, 11,15 Kb].
Terug naar boven -
In beginsel leent de bodemopbouw van de Nederlandse ondergrond zich voor het gebruik van bodemenergiesystemen. In bijvoorbeeld grondwaterbeschermingsgebieden is toepassing van deze systemen vaak niet gestaan. Wilt u meer weten over uw locatie en de mogelijkheden voor WKO, raadpleeg dan de WKO tool.
Terug naar boven -
In het Besluit MER 1994 (gewijzigd per 1 april 2011) is de onttrekking van grondwater MER-plichtig als 10 miljoen kubieke meter water of meer per jaar wordt onttrokken (zie bijlage C, sectie 15.1). De MER-beoordelingsplicht geldt indien meer dan 1,5 miljoen kubieke meter water of meer per jaar wordt onttrokken dan wel geïnfiltreerd (zie bijlage D, sectie 15.2).
Terug naar boven
Voor het bepalen van de drempel dient het aantal kubieke meters te onttrekken grondwater per jaar te worden berekend. Daarbij maakt het niet uit of het water, of een gedeelte daarvan, later weer wordt geïnjecteerd. De drempelwaarden voor de MER-beoordelingsplicht is echter indicatief. Het bevoegd gezag kan als handvat vasthouden aan de indicatie dat indien de activiteit beneden de drempel ligt, er waarschijnlijk geen sprake kan zijn van aanzienlijke milieugevolgen. Het bevoegd gezag zal zich er echter nog van moeten vergewissen of de activiteit daadwerkelijk geen aanzienlijke milieugevolgen kan hebben, waarbij het in het bijzonder moet nagaan of sprake is van de onstandigheden als bedoeld in bijlage III van de richtlijn.
Meer informatie: Website commissie MER / InfoMil. -
Het (laten) uitvoeren van benodigde mechanische boringen voor een bodemenergiesysteem, mag sinds 1 januari 2011 alleen nog door daarvoor erkende bedrijven worden uitgevoerd. Deze erkenningplicht volgt vanuit het Besluit bodemkwaliteit en de onderliggende Regeling bodemkwaliteit. Het Besluit stelt eisen aan zowel de kwaliteit als de integriteit van de uitvoerende instanties. Organisaties die aangewezen werkzaamheden willen (blijven) uitvoeren, moeten in het bezit zijn van een certificaat en een erkenning. Opdrachtgevers mogen alleen gebruik maken van erkende bodemintermediairs. Dit betekent dat mechanische boringen sinds 1 januari 2011 alleen nog mogen worden uitgevoerd door organisaties die hiervoor gecertificeerd en erkend zijn.
Terug naar boven -
Via de website van Bodemplus kunt zoeken naar erkende instellingen. Voor de directe link klik hier.Terug naar boven
-
Nee, boringen dieper dan 500 meter vallen niet onder de erkenningsplicht maar onder de Mijnbouwwet.
Terug naar boven -
De eisen volgens welke een bedrijf moet werken om het certificaat te verkrijgen, staan in de volgende documenten:
- algemene kwaliteitseisen voor het bedrijf staan in BRL SIKB 2100, ‘Mechanisch boren’, versie 1.0 van 17 juni 2010;
- de technische uitvoeringseisen voor het mechanisch boren staan in protocol 2101, ‘Mechanisch boren’, versie 1.0 van 17 juni 2010 (tijdens de ontwikkeling nog bekend als protocol 2006, maar dit nummer wordt niet meer gebruikt).
Zowel van de BRL als van het protocol is een nieuwe versie in ontwikkeling.
Om een certificaat op basis van deze richtlijn te verkrijgen moet het bedrijf contact opnemen met een certificatie-instelling. De certificatie-instelling dient ook erkend te zijn onder het Besluit bodemkwaliteit. Op de website van bodemplus kunt u nagaan welke certificatie-instellingen erkend zijn voor certificering op basis van BRL SIKB 2100. Informatie over BRL SIKB 2100 en protocol 2101 is te vinden op de website van het SIKB. Voor mondelinge informatie kunt u bellen met SIKB, t: 0182 – 540 675.Terug naar boven -
Ben ik erkenningplichtig voor het aanleggen van het ondergrondse deel van de installatie van een bodemenergiesysteem?
Tot 1 juli 2012 nog niet. Om ook na 1 juli 2013 nog bepaalde activiteiten rond het ondergrondse deel van installaties voor bodemenergie te mogen uitvoeren, moet men vanaf 1 juli 2012 in actie komen. Er zal namelijk vanaf medio 2013 ook een erkenningplicht gaan gelden voor het maken van een bodemkundig ontwerp, de realisatie en het beheer en onderhoud van bodemenergiesystemen. Hiervoor zal SIKB een nieuw certificatieschema ontwikkelen dat zal bestaan uit BRL SIKB 11000, voor de algemene kwaliteitseisen, en protocol 11001, voor de technische uitvoeringeisen. Voorafgaand aan vaststelling van de documenten worden deze voor een openbare kritiekronde beschikbaar gesteld via de website van SIKB.Terug naar boven -
Ook hiervoor geldt: nog niet, maar dat ook installatietechnische bureaus en leveranciers van het bovengrondse deel van installaties voor bodemenergie rekening dienen te houden met de certificering. Om ook na 1 juli 2013 nog bepaalde activiteiten rond het bovengrondse deel van installaties voor bodemenergie te mogen uitvoeren, moet men vanaf 1 juli 2012 in actie komen in verband met een erkenningplicht vanaf medio 2013. Het gaat dan ook om installatietechnisch ontwerp, waarbij de ISSO-publicaties 39, 72, 73 en BRL KBI 6000 (de onderdelen 6000-00 en 6000-21 daarvan) van toepassing zijn. Houd hiervoor de websites van ISSO en de Stichting KBI in de gaten. Overigens valt het distributiesysteem in het gebouw, zeg maar de radiatoren en de pijpleidingen daartussen, niet onder wat we verstaan onder het bovengrondse deel. Dit heet het ‘gebouwzijdige’ deel.
Terug naar boven -
Voor een goede werking van het bodemenergiesysteem -als geheel- is het noodzakelijk dat het bovengrondse deel aansluit op het ondergrondse deel (en vice versa). Daarom worden de eisen aan de overdracht van informatie tussen partijen vastgelegd in communicatieprotocollen die, identiek, worden opgenomen in zowel ISSO-publicatie 39 (bovengronds) als in protocol 11001 (ondergronds).
Terug naar boven
