Grond is vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. In het kader van het Bssa wordt grond die voor meer dan 50% (gewichtsprocenten) is vermengd met ander materiaal, al dan niet met een korrelgrootte van meer dan 2 millimeter niet als grond aangemerkt. Ook baggerspecie, zijnde grond vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam wordt in dat kader niet als grond aangemerkt.
Terug naar bovenVeelgestelde vragen over verklaringen van niet-reinigbaarheid voor grond
Antwoorden
-
-
Indien u ernstig verontreinigde grond stort bij een stortinrichting dan heeft u altijd een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond nodig. Het Bssa kent een stortverbod voor ernstig verontreinigde grond. Voor ernstig verontreinigde grond die niet reinigbaar is geldt geen stortverbod mits de niet-reinigbaarheid blijkt uit een verklaring van niet-reinigbaarheid van de Minister van Infrastructuur en Milieu.
Terug naar boven -
Nee, ernstig verontreinigde grond niet. In dat geval overtreedt u het stortverbod. Het Bssa kent daarentegen geen stortverbod voor schone en niet-ernstig verontreinigde grond. Deze categorieën grond mag u in principe storten zonder verklaring van niet-reinigbaarheid. Het ligt echter niet in de rede om dergelijke grond te storten, omdat het milieuhygiënisch wenselijker en goedkoper is om deze grond direct her te gebruiken of her te gebruiken na reiniging. Bovendien werkt het Ministerie van Infrastructuur en Milieu momenteel aan een uitbreiding van het stortverbod naar alle grond (dus ook voor schone en niet-ernstig verontreinigde grond).
Terug naar boven -
U kunt een aanvraag indienen met behulp van het formulier aanvraag verklaring grond dat u op deze website kunt downloaden. Alleen volledig ingevulde en ondertekende formulieren worden in behandeling genomen. U kunt het formulier met begeleidende documenten per post of fax versturen aan Agentschap NL/Bodem+ (Postbus 93144, 2509 AC DEN HAAG, fax 088 602 90 23).
Terug naar boven -
In geval van verontreinigde grond die u op basis van een ex-situ partijkeuring heeft onderzocht moet u naast een volledig ingevuld en ondertekend formulier tevens bij iedere aanvraag standaard een aantal begeleidende documenten meesturen, te weten:
- Kopie van het certificaat VKB-1001 van de monsternemende instantie;
- Kopie van het monsternameplan;
- Kopie van het monsternameformulier;
- Kopieën van de analysecertificaten van het laboratorium;
- Plattegrond van de depotlocatie;
- Foto’s van de bemonsterde depots.
In geval van asbesthoudende grond die u op basis van een in-situ bodemonderzoek heeft onderzocht moet u altijd een volledig exemplaar van het rapport asbestonderzoek meesturen.
In geval van niet-reinigbaar residu van de reiniging van grond, dat is gereinigd overeenkomstig BRL 7500 en SIKB-protocol 7510 dient u (per periode van 6 maanden) standaard de volgende begeleidende documenten mee te sturen, te weten:- een overzicht met de herkomst en status van de ingenomen partijen, waarvan het residu is gestort onder een eventuele voorgaande afgegeven verklaring;
- de hoeveelheid ingenomen verontreinigde grond in tonnen droge stof;
- de hoeveelheid afgevoerd residu gespecificeerd naar verwerker;
- jaarlijks een materialenbalans over de scheidingsinstallatie.
-
Een aanvraag om een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond kan in de regel pas plaatsvinden na ontgraving van de grond op basis van een ex-situ partijkeuring. Een aanvraag in het kader van het Bssa wordt door Bodem+ uitsluitend in behandeling genomen op basis van een ex-situ depotkeuring met monsterneming conform VKB-protocol 1001 “Monsterneming grond voor het procescertificaat partijkeuringen Besluit bodemkwaliteit” (2 x 50 grepen van ca. 180 gram per deelpartij van maximaal 2.000 ton) en monstervoorbehandeling en –analyse conform Accreditatieprogramma Besluit bodemkwaliteit (AP04). Op bovengenoemde regel zijn drie uitzonderingen mogelijk, te weten:
- Grond met een gemiddeld gewogen asbestgehalte hoger of gelijk dan 100 mg/kg droge stof. In dit geval kan voor een aanmelding in het kader van het Bssa ook worden volstaan met een in-situ bodemonderzoek conform NEN 5707 (in geval van < 20% bodemvreemd materiaal) of NEN 5897 (in geval van > 20% bodemvreemd materiaal), aangevuld met in-situ bodemonderzoeksgegevens van overige chemische en fysische parameters;
- Residu van de procesmatige reiniging van grond waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan en dat is gereinigd overeenkomstig het bepaalde in BRL SIKB 7500 en SIKB-protocol 7510. In dit geval kan de betreffende gecertificeerde grondreiniger voor een aanmelding in het kader van het Bssa volstaan met een geldig procescertificaat. Bodem+ stelt in dit geval geen eisen aan het onderzoek;
- Grond die in de Ministeriële Regeling beoordeling reinigbaarheid grond is gekwalificeerd als zijnde evident niet-reinigbaar. Dit betreft momenteel (a) verpakte grondmonsters, (b) de minerale stof die resteert na de destillatie van het mengsel van oliehoudende boorspoeling en boorgruis en (c) de minerale stof die resteert na de reiniging van ballastbedgrind. Bodem+ stelt in dit geval geen eisen aan het onderzoek.
-
Hoe hard is de grens van 2.000 ton als maximale partijgrootte in het kader van een aanvraag om een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond?
In de Ministeriële Regeling beoordeling reinigbaarheid grond is statisch opgenomen dat een te beoordelen partij niet groter is dan 2.000 ton. Bodem+ beoordeelt tevens of de grond is onderzocht conform de vereiste ex-situ partijkeuring overeenkomstig het VKB-protocol 1001 voor verontreinigde grond. Indien voorafgaand aan de partijkeuring duidelijk is dat de te onderzoeken partij groter is dan 2.000 ton, dan dient deze te worden opgesplitst en vervolgens in deelpartijen van maximaal 2.000 ton te worden onderzocht. Aanvragen voor een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond waarbij duidelijk is dat voorafgaand aan de parijkeuring bekend was dat de partij groter is dan 2.000 ton worden afgewezen.
Terug naar boven -
Mag ik een partij bodem voor een aanvraag om een verklaring van niet-reinigbaarheid ook in-situ keuren?
Nee. Een in-situ keuring van een partij bodem conform VKB-protocol 1001 is wel geschikt voor hergebruiksgrond in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Bodem+ vraagt expliciet om een ex-situ depotkeuring, omdat de ontgraving van een dergelijke partij niet is geborgd. Een aanvraag op basis van een in-situ keuring zullen wij weigeren, hetgeen de afgelopen jaren helaas ook enkele malen is gebeurd.
Terug naar boven -
Welke gegevens moet ik naast een asbestonderzoek conform NEN 5897 of NEN 5707 nog meer aanleveren voor een aanvraag van een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond?
Bodem+ vraagt tevens om bepaling van de chemische parameters van het pakket NEN 5740 (9 metalen, som PCB's, som PAK's en minerale olie) en fysische parameters, zoals het humusgehalte volgens NEN 5754, het lutumgehalte en de fractieverdeling van de minerale delen volgens NEN 5753 en het gehalte calciumcarbonaat volgens NEN 5757. Partijen asbesthoudende grond (asbest >100 mg/kg d.s.) kunnen overigens zowel op basis van een ex-situ depotkeuring als in-situ bodemonderzoeksgegevens worden aangemeld.
Terug naar boven -
Nee, de Ministeriële Regeling beoordeling reinigbaarheid grond stelt alleen regels voor niet-reinigbare grond. Het staat ontdoeners vrij om reinigbare grond direct af te voeren naar daarvoor erkende reinigingsinstallaties. Bodem+ adviseert wel om ook deze grond zoveel mogelijk (indicatief) in depot te keuren om vast te stellen of de samenstelling wel overeenkomt met de verwachting op basis van de in-situ bodemonderzoeken. Met regelmaat treden (zeer) grote verschillen op in kwalificatie.
Terug naar boven -
Kan ik als grondreiniger die gecertificeerd en erkend is voor BRL SIKB 7500 en SIKB-protocol 7510 al mijn residu van grondreiniging aanmelden op basis van dit procescertificaat?
Nee, op basis van uw procescertificaat kunt u alleen het residu aanmelden dat u produceert bij de reiniging van partijen grond waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is én waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan. Dit betreft overigens wel het merendeel van het geproduceerde residu van grondreiniging in Nederland. Het residu dat wordt geproduceerd bij de reiniging van partijen grond waarop (a) de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waaruit naar verwachting reinigbaar residu zal ontstaan en (b) partijen waarop de BRL SIKB 7500 niet van toepassing is kan niet op basis van uw procescertificaat worden aangemeld. Voor deze partijen is een aanvraag in veel gevallen ook niet relevant.
Terug naar boven -
Hoe snel neemt Bodem+ een beslissing over mijn aanvraag om een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond?
Bodem+ is gehouden om uiterlijk binnen vier weken na de datum van ontvangst van een volledige aanvraag een besluit te nemen. Indien uw aanvraag compleet is neemt Bodem+ meestal binnen één à twee weken een besluit.
Terug naar boven -
"Eerst een verleende en geldige verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond van Bodem+ in bezit, daarna pas storten”, luidt het credo. Zonder verklaring overtreedt u namelijk het stortverbod. Bovendien controleert Bodem+ steekproefsgewijs en in geval van twijfel gegevens van de aanvraag door de partij bijvoorbeeld op locatie te inspecteren of te herkeuren. Indien blijkt dat (delen van een partij) grond gedurende een aanvraag reeds is afgevoerd naar een stortinrichting dan wordt deze mogelijkheid van controle ontnomen. In een dergelijk geval zal Bodem+ een aanvraag om een verklaring van niet-reinigbaarheid weigeren en het bevoegd gezag Wbb en Wm informeren.
Terug naar boven -
Sinds augustus 2000 zijn in onze beoordelingsprocedures enkele waarborgen ingebouwd om er zeker van te zijn dat een aangemelde partij grond inderdaad grond betreft. Indien twijfel bestaat over de herkomst van een partij of indien een partij veel puin en/of afval bevat dan zullen wij de partij op locatie (laten) inspecteren. Als wij langskomen zit u dus niet per definitie in het verdachtenbankje…deze werkwijze maakt onderdeel uit van onze reguliere beoordelingsprocedures.
Terug naar boven -
Bodem+ stelt geen vaste termijn aan de geldigheid van een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond. De verklaring is echter niet geldig voor een partij die na afgifte van de verklaring meer dan 10% in massa groter blijkt dan in de verklaring is aangegeven. Indien de partij na afgifte van de verklaring meer dan 10% in massa groter blijkt dan in de verklaring is aangegeven, dan wordt het meerdere aangemerkt als een afzonderlijke partij, waarvoor u een aparte verklaring moet aanvragen. Bovendien kan een verklaring haar geldigheid verliezen (en worden ingetrokken) indien:
- de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
- de omvang of de samenstelling van de partij zodanig is gewijzigd dat een hernieuwde beoordeling noodzakelijk is;
- gedurende ten minste twee jaren van de verklaring geen gebruik is gemaakt.
-
Globaal kunt u stellen dat zandige met asbest verontreinigde grond, ook met eventuele nevenverontreinigingen, kan worden gereinigd door extractieve grondreinigers. Grond die uitsluitend is verontreinigd met grove stukken hechtgebonden asbest kan ook (droog of nat) worden gezeefd. Klei die uitsluitend verontreinigd is met hechtgebonden en grof (> 4 mm) asbest en bovendien geen nevenverontreinigingen bevat boven de hergeruikswaarden, kan worden gereinigd via de techniek aquaseparation (nat zeven). Met asbest verontreinigde klei- en veengrond met nevenverontreinigingen en/of fijne stukken niet-hechtgebonden asbest is meestal niet-reinigbaar.
Terug naar boven
-
Nee, ten minste duidelijk minder dan 10 tot 15 jaar geleden. De Werkgroep Afval Registratie registreert de hoeveelheid gestort afval op alle Nederlandse stortplaatsen. Deze werkgroep concludeert dat tussen 2000 en 2010 jaarlijks ongeveer 0,5 à 1,0 miljoen ton verontreinigde grond is gestort in Nederland. Tussen 1990 en 1995 was dit nog 1,8 à 2,5 miljoen ton. Eigen gegevens van Bodem+ bevestigen deze dalende trend.
Terug naar boven
