Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Veelgestelde vragen over Kwalibo

Antwoorden

  •  Hoe kan ik controleren of een bodemintermediair voor een bepaalde werkzaamheid of kwaliteitsverklaring erkend is?

    Op de website van Bodem+ worden actuele lijsten bijgehouden van erkende bodemintermediairs. Om te controleren of een bodemintermediair voor een bepaalde werkzaamheid erkend is, kunt u gebruikmaken van de zoekmachine voor erkende bodemintermediairs. Heeft u vragen over het zoekmenu of wilt u meer informatie over de werking van het zoekmenu, kijk dan naar de veelgestelde vragen over het zoekmenu.

    Terug naar boven
  •  Het certificaat staat niet op de publicatielijst met erkende kwaliteitsverklaringen. Wat betekent dat?

    De kwaliteitsverklaring is niet erkend. Er is dan geen sprake van een wettig bewijsmiddel in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit.

    Terug naar boven
  •  Kan een bodemintermediair nog worden gecertificeerd voor een werkzaamheid die al verplicht onder erkenning moet worden uitgevoerd?

    Ja, het is toegestaan om werkzaamheden uit te voeren zonder erkenning voorzover deze worden uitgevoerd ter verkrijging van het certificaat. Voor een opdrachtgever betekent dit dat deze de opdracht kan verlenen aan de nog niet erkende intermediair. Om er zeker van te zijn dat de intermediair de werkzaamheden verricht voor het verkrijgen van het certificaat moet deze kunnen aantonen dat er een overeenkomst is met een erkende certificeringsinstelling. Ook zou de opdrachtgever contractueel kunnen eisen dat de resultaten van de kantooraudit worden overgelegd en dat de werkzaamheden worden verricht ter verkrijging van het certificaat. Daarnaast moeten de werkzaamheden worden uitgevoerd conform de van toepassing zijnde normdocumenten. Om ook na uitvoering van de werkzaamheden een bewijs te hebben dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd ter verkrijging van het certificaat, kan de opdrachtgever daarnaast vragen om een rapport van de werkinspectie die de certificerende instelling heeft uitgevoerd op het betreffende werk. Als de opdrachtgever toeziet op de naleving van het contract, zal het bevoegd gezag de eventueel hierop volgende aanvraag om een beschikking of melding in behandeling moeten nemen.

    Terug naar boven
  •  Mag een bodemintermediair die erkenning heeft aangevraagd, maar nog niet in de lijst van Bodem+ vermeld staat, wel werkzaamheden uitvoeren die onder de erkenningsplicht vallen?

    Nee, een bodemintermediair mag dergelijke werkzaamheden pas uitvoeren als deze daartoe is erkend. Erkenningen worden niet met terugwerkende kracht afgegeven. Bodem+ geeft geen informatie over lopende aanvragen aan opdrachtgevers of bevoegd gezag. Een erkenning is immers pas geldig vanaf het moment dat de beschikking ook daadwerkelijk is afgegeven.

    Terug naar boven
  •  Moeten werkzaamheden altijd strikt conform het daarvoor geldende normdocument worden uitgevoerd?

    In principe wel. Artikel 18 lid 1 Besluit bodemkwaliteit (Bbk) bepaalt namelijk dat het verboden is werk uit te voeren dat in strijd is met het daarvoor geldende normdocument. Het tweede lid biedt echter de mogelijkheid om bij wettelijk voorschrift af te wijken van het normdocument. Kortom, afhankelijk onder welke wet- en regelgeving een bepaalde activiteit wordt uitgevoerd, zijn er al dan niet mogelijkheden om hiervan af te wijken. In het geval van de Wet bodembescherming (Wbb) biedt deze onvoldoende basis om bij beschikking af te wijken van bepaalde onderdelen van een BRL. Bij het ontbreken van deze wettelijke basis is het afwijken van werkvoorschriften uit het normdocument alleen toegestaan als hier in het normdocument zelf ruimte voor wordt geboden. Ook als het bevoegd gezag op grond van een wettelijk voorschrift mag afwijken van het normdocument, wordt aangeraden om van die bevoegdheid alleen gebruik te maken als dat in concrete situaties noodzakelijk is.

    Terug naar boven
  •  Mogen werkzaamheden worden uitbesteed of mensen of materiaal worden ingehuurd?

    Diverse veel gestelde vragen en antwoorden over dit onderwerp kunt u vinden op de website van SIKB, FAQ rubriek bodembeheer, onderdeel algemene vragen en onderdeel uitvoering bodemsanering.

    Terug naar boven
  •  Moet een bodemonderzoek in het kader van een aanvraag om een bouwvergunning door een erkende bodemintermediair worden uitgevoerd?

    Ja, met ingang van 1 januari 2008 moet bodemonderzoek in het kader van een bouwvergunning worden uitgevoerd door een bodemintermediair die daartoe op grond van het Besluit bodemkwaliteit is erkend. Artikel 67 van het Besluit bodemkwaliteit regelt dit via wijziging van het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (Biab). Biab valt onder de Woningwet. Vanaf 1 juli 2007 was deze erkenningsplicht al vereist voor wettelijk bodemonderzoek in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming.Terug naar boven
  •  Moet het rapporteren van een bodemonderzoek ook door een erkende bodemintermediair worden uitgevoerd?

    Nee, alleen het daadwerkelijk uitvoeren van milieuhygiënisch veldwerk (BRL SIKB 2000) en het analyseren van grondmonsters door laboratoria (AS 3000) vallen onder de erkenningsplicht. De persoon die het velkwerk uitvoert moet ook op de erkenning van de uitvoerende organisaties zijn geregistreerd. De advies- en rapportagewerkzaamheden, waaronder het uitvoeren van historisch onderzoek (conform NEN 5725), het opstellen van de onderzoekshypothese en –methode en het beschrijven, toetsen en interpreteren van de resultaten van het onderzoek) behoren hier niet toe. Voor deze werkzaamheden is een beoordelingsrichtlijn Advisering bodemonderzoek (BRL 15000) in ontwikkeling (zie voor meer informatie (www.sikb.nl). Het is dus toegestaan dat een adviesbureau bodemonderzoekrapportages opstelt zonder zelf erkend te zijn voor de BRL SIKB 2000, zolang het veldwerk en het laboratoriumwerk wel zijn uitgevoerd door erkende bedrijven (BRL SIKB 2000 en AS 3000) en personen (BRL SIKB 2000).

    Overigens moeten veldwerkzaamheden (BRL SIKB 2000) en chemische analyses (AS 3000) alleen verplicht onder erkenning worden uitgevoerd indien de onderzoeksresultaten worden gebruikt ter verkrijging van een beschikking van een bestuursorgaan (volgens wetsartikelen die in artikel 21 van het Besluit bodemkwaliteit zijn opgesomd) of indien gegevens aan een bestuursorgaan moeten worden verstrekt (volgens wetsartikelen die in artikel 22 van het Besluit bodemkwaliteit zijn opgesomd). Daarnaast geldt ook een erkenningsverplichting indien uit een ander wettelijk voorschrift volgt dat de werkzaamheden moeten zijn uitgevoerd door een erkende persoon of instelling. Veldwerk dat is uitgevoerd voor 1 juli 2007 valt buiten de erkenningsplicht.
    Veldwerkzaamheden en analyses die bijvoorbeeld alleen worden uitgevoerd in verband met eigendomsoverdracht van een locatie (aan- en verkoop) vallen buiten de erkenningverplichting. Daarbij moet echter wel gerealiseerd worden dat indien hetzelfde onderzoek op een later moment alsnog overlegd moet worden aan een bestuursorgaan (bijvoorbeeld ten behoeve van een aanvraag voor een bouwvergunning, het indienen van een saneringsplan of het verrichten van een BUS melding) het onderzoek niet in behandeling mag worden genomen door het bestuursorgaan.

    Terug naar boven
  •  Moet in de rapportage worden vastgelegd welke medewerkers de werkzaamheden hebben uitgevoerd?

    Het antwoord op deze vraag kunt u lezen op de website van SIKB, FAQ rubriek bodembeheer, onderdeel algemene vragen.

    Terug naar boven
  •  Dienen de milieukundige begeleiding en de uitvoering van de sanering van een bodemsanering altijd te worden uitgevoerd door voor de BRL 6000 (milieukundige begeleiding van bodemsanering) en BRL 7000 (uitvoering van bodemsanering) erkende bodemintermediair

    Erkenning voor de begeleiding en uitvoering is alleen verplicht indien het gaat om

    • saneringen die vallen onder het saneringsregime van de Wet bodembescherming (art. 28, 29, 36 e.v.) en BUS (art. 39b);
    • bodemherstel (art. 13, 27) inclusief herstel bij ongewone voorvallen (art. 30 e.v.).

    Bij bodemsanering van historische bodemverontreinigingen (ontstaan voor 1 januari 1987) is het van belang of het gaat om een ernstig of niet ernstig geval. Alleen de sanering van een ernstig geval moet door een erkende persoon of instelling worden uitgevoerd en milieukundig begeleid. Hoe vastgesteld kan worden of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging staat omschreven in de circulaire bodemsanering 2012. Bij een niet ernstig (en historisch) geval van bodemverontreiniging (< 25 m3 bodemvolume grond of < 100 m3 bodemvolume grondwater verontreinigd tot boven de interventiewaarde) is dus niet noodzakelijk dat de uitvoering en begeleiding worden uitgevoerd door erkende bedrijven.
    Bodemonderzoek dat op grond van artikel 28 moet worden uitgevoerd en bij de melding moet worden gevoegd moet worden uitgevoerd door een erkende persoon of instelling. Indien uit dit onderzoek blijkt dat het gaat om een niet ernstig geval van bodemverontreiniging dan hoeft er geen sanering te worden uitgevoerd. Als in dat niet ernstige geval verontreinigde grond wordt afgegraven dan is de saneringsparagraaf van de Wbb daarop niet van toepassing. Dit afgraven hoeft dan bovendien niet te worden uitgevoerd door een erkende persoon of instelling.

    Bij bodemherstel (bodemverontreinigingen ontstaan na 1 januari 1987) is het niet relevant of het gaat om een ernstig of een niet ernstig geval. Hierbij moet het herstel (volledig verwijderen van de verontreiniging) worden uitgevoerd door een erkende persoon of instelling. Een uitzondering wordt gemaakt indien bij een ongewoon voorval acuut maatregelen moeten worden getroffen (doorgaans eerste 24 uur na ontdekking van het ongewone voorval). Zie hiertoe het 3e lid van artikel 2.1 van de Regeling bodemkwaliteit (inclusief de toelichting bij dit artikel). Deze uitzondering geldt alleen voor de uitvoering van de bodemsanering, d.w.z. dat de te nemen controlemonsters (milieukundige begeleiding) en analyses wel degelijk moeten worden uitgevoerd door erkende instellingen en/of personen.

    Terug naar boven
  •  Moet het aanbrengen van een isolatielaag (leeflaag of verharding) als saneringsmaatregel ook worden uitgevoerd door een voor de BRL SIKB 7000 erkend bodemintermediair?

    Het antwoord op deze vraag kunt u lezen op de website van SIKB, FAQ rubriek bodembeheer, onderdeel uitvoering bodemsanering.

    Terug naar boven
  •  Wanneer moet de milieukundig begeleider tijdens een sanering aanwezig zijn?

    Het antwoord op deze vraag kunt u lezen op de website van SIKB, FAQ rubriek bodembeheer, onderdeel milieukundige begeleiding.

    Terug naar boven
  •  Kunnen aannemer en milieukundig begeleider van een bodemsanering afkomstig zijn van dezelfde organisatie (dus geen functiescheiding)?

    Ja, dat kan. Het is een expliciete keuze geweest van de wetgever om de functiescheiding wel verplicht te stellen in de relatie opdrachtgever – milieukundig begeleider, maar niet in de relatie aannemer – milieukundig begeleider. Als dat wel verboden zou zijn, dan wordt ‘innovatief aanbesteden’ (design & construct, turn-key) bij bodemsanering onmogelijk. Een opdrachtgever kan uiteraard contractureel altijd eisen dat deze functiescheiding (aannemer – milieukundig begeleider) wel plaatsvindt. In de BRL 6000 staat wel vermeld dat de milieukundige verificatie onafhankelijk moet plaatsvinden en wordt geadviseerd om geen verificatie te laten plaatsvinden op basis ven een “prestatie- of lumpsum”-contract, Immers de kwaliteit van de verificatie kan in het geding zijn als noodzakelijke werkzaamheden om de saneringsdoelstelling te bereiken niet verrekenbaar zijn.

    Terug naar boven
  •  Moeten transporteurs/vervoerders van (verontreinigde) grond ook zijn gecertificeerd en erkend?

    Nee, overslag en transport van (verontreinigde) grond en/of baggerspecie valt niet onder de certificatie en erkenningsplicht. De lading moet wel voorzien zijn van (in de meeste gevallen) een begeleidingsbrief in het kader van de afvalstoffenregelgeving. Transporteurs zijn wel op basis van de Wet milieubeheer verplicht om zich te laten registreren bij het NIWO op de zgn. VIHB-lijst (Vervoerders, Inzamelaars, Handelaars, Bemiddelaars van afvalstoffen). Zie ook de site van AgentschapNL Uitvoering Afvalbeheer.

    Terug naar boven
  •  Moet een evaluatieverslag na uitvoering van een sanering opgemaakt worden door een erkend bedrijf? Zo ja, welke bepalingen overtreedt de opsteller van het rapport die niet erkend is?

    Ja, het opstellen van het evaluatierapport valt onder de werkzaamheid milieukundige begeleiding en is ook omschreven als onderdeel van de milieukundige verificatie in de BRL 6000 en onderliggende protocollen. Milieukundige begeleiding is een werkzaamheid in de zin van artikel 2.1 lid 1 sub h van de Regeling bodemkwaliteit. Lid 2 van deze bepaling beperkt de werkzaamheden tot beschikkingen gebaseerd op de bepalingen genoemd in artikel 21 lid 2 Besluit bodemkwaliteit en hieronder valt onder andere artikel 39c Wbb en dat regelt de verplichting tot het opstellen van het evaluatieverslag (artikel 39b Wbb). De instemming van het bevoegd gezag met het evaluatieverslag is een beschikking. Het bevoegd gezag mag het verzoek om instemming met een evaluatieverslag niet in behandeling nemen als de gegevens opgenomen in het evaluatieverslag niet afkomstig zijn van een erkende saneerder. Daarnaast overtreedt de (niet erkende) milieukundig begeleider artikel 15 van het Besluit bodemkwaliteit en degene die de gegevens aanlevert aan het bevoegd gezag (de opdrachtgever van de sanering) overtreedt artikel 22 Besluit bodemkwaliteit. Ook bij BUS saneringen is het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de milieukundige verificatie ook verantwoordelijk voor het invullen en ondertekenen van het BUS standaardformulier voor het evaluatieverslag.

    Terug naar boven
  •  Wat moet het bevoegd gezag doen als de milieukundige begeleiding en/of de uitvoering van een bodemsanering is uitgevoerd door een niet erkende bodemintermediair?

    De sanering is al voltooid, dus het is moeilijk om de gang van zaken nog te kunnen controleren. Indien dit wel mogelijk is of twijfel bestaat dan wordt hernieuwde milieukundige verificatie door een erkende bodemintermediair geadviseerd. Hierbij kan gedacht worden aan een aanvullend onderzoek door een erkend bedrijf en persoon ter verificatie van bijvoorbeeld de dikte en kwaliteit van de leeflaag/aanvulgrond en/of de resultaten van de uitkeuring van putwanden en putbodems. In ieder geval wordt geadviseerd om de overtreding te melden aan de Inspectie Leefomgeving en Transport via bodemsignaal. Het risico van acceptatie zonder nader onderzoek is dat er precedenten ontstaan, waarop (andere opdrachtgevers van) niet erkende bodemintermediairs zich kunnen beroepen.

    Terug naar boven
  •  Moeten (onderhouds)baggerwerkzaamheden bij gehalten groter dan de interventiewaarden nog worden uitgevoerd conform kwalibo nu de Waterwet van kracht is?

    Met de inwerkingtreding van de Waterwet (Wtw) zijn de bepalingen uit de Wet bodembescherming (Wbb) met betrekking tot waterbodems vervallen. Dit heeft consequenties voor ingrepen in de waterbodem. De Wbb is immers niet langer meer van toepassing op ingrepen in de waterbodem waarop geen beschikking omtrent ernst en spoedeisendheid rust. Onder de Wtw gelden echter vrijwel dezelfde verplichtingen mbt Kwalibo als voordien onder de Wbb. De uitvoering van de baggerwerkzaamheden is erkenningsplichtig bij een ingreep in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam waarbij meer dan 1.000 m3 van die bodem of oever de interventiewaarden voor waterbodems overschrijdt. De interventiewaarden voor waterbodems zijn te vinden in tabel 2 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit.

    Terug naar boven
  •  In de protocollen 6003 en 7003 wordt gesproken dat bij een ‘droge waterbodem’ gewerkt moet worden conform de protocollen 6001 en 7001. Wat wordt verstaan onder een ‘droge waterbodem’?

    Het antwoord op deze vraag kunt u lezen op de website van SIKB, FAQ rubriek bodembeheer, onderdeel uitvoering bodemsanering.

    Terug naar boven
  •  Aan welke voorwaarden moet voldaan worden bij ontwateren of bewerken van baggerspecie?

    Indien er sprake is van bewerking van verontreinigde baggerspecie, dient de bewerking uitgevoerd te worden volgens de BRL SIKB 7500 en onderliggend protocol 7511. Voor het ontwateren van baggerspecie is alleen een erkenning vereist, indien hiervoor op grond van de Wet milieubeheer een vergunning noodzakelijk is. Ontwatering van baggerspecie vanuit een tijdelijke opslag dat plaatsvindt in het kader van het Besluit bodemkwaliteit (zonder vergunning) valt dus buiten de erkenningsplicht. Zie meer informatie in de paragrafen over het toepassingsgebied in de BRL 7500 en protocol 7511 op de website van SIKB.

    Terug naar boven
  •  Moet ik in geval van samenvoegen van partijen grond en baggerspecie kwalibo-erkend zijn voor BRL9335 of BRL 7500?

  •  Geldt voor het afzeven van grove (bodemvreemde) bestanddelen uit een partij grond ook een erkenningsplicht voor de BRL 7500?

    De erkenningsplicht geldt indien sprake is van het (droog of nat) zeven van niet toepasbare grond, waarbij gestreefd wordt naar een milieuhygiënische kwaliteitsverbetering. Voor het afzeven van bodemvreemde materialen uit een partij herbruikbare grond (bijvoorbeeld kwaliteitsklasse Wonen of Industrie), geldt dus geen erkenningsplicht.
    Het droog zeven van niet toepasbare grond, zoals bijvoorbeeld het droog zeven van asbesthoudende grond, valt sinds 1 juli 2011 onder de erkenningsplicht.

    Terug naar boven
  •  Moet een vloeistofdichte vloer worden aangelegd door een gecertificeerde en erkende bodemintermediair?

    Ja, de vloer moet worden aangelegd door een erkende aannemer als het gaat om een tankplaatsvloer bij een tankstation danwel ieder ander afleverpunt voor motorbrandstoffen waarbij meer dan 25.000 liter per jaar wordt getankt. In alle overige gevallen waar de aanleg van een vloeistofdichte vloer wordt geëist, geldt geen wettelijke eis voorwaarde om de vloer door een erkende aannemer te laten aanleggen. De voorziening moet wel in overeenstemming met CUR/PBV-aanbeveling 44 worden beoordeeld en goedgekeurd door een erkende instelling. Het aanleggen van een vloeistofdichte vloer door een erkende instelling heeft als voordeel dat vervolgens een minder intensieve beoordeling overeenkomstig CUR/PBV-aanbeveling 44 kan plaatsvinden.

    Terug naar boven
  •  Moet een handhaver die vanuit zijn functie een grondmonster neemt ook gecertificeerd en erkend zijn?

    Nee, de eis tot certificering en erkenning is volgens artikel 66 van het Besluit bodemkwaliteit niet van toepassing op werkzaamheden die worden verricht ter uitvoering van een wettelijke taak door of in opdracht van een bestuursorgaan of op werkzaamheden die worden verricht voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Wel is gewenst dat het monster op dezelfde wijze (en dus conform het normdocument) wordt genomen.

    Terug naar boven
  •  Zijn toezichthouders van gemeenten en provincies bevoegd om toezicht te houden op verplichtingen die bij of krachtens hoofdstuk 2 van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) zijn gesteld en zijn de toezichthouders bevoegd om inlichtingen te vorderen?

    De bevoegheid om inlichtingen te vorderen (en zonodig met een dwangmiddel af te dwingen) is een bevoegdheid voorbehouden aan toezichthouders. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een toezichthouder degene die krachtens wettelijk voorschrift is belast met toezicht (artikel 5:11 Awb). Hoofdstuk 2 van het Bbk is gebaseerd op hoofdstuk 11 Wet milieubeheer (Wm). In artikel 18.4, derde lid van de Wm is bepaald dat met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wet bepaalde binnen hun ambtsgebied zijn belast de bij besluit van GS en B&W of andere met de uitvoering van de betrokken wet belaste bestuursorganen aangewezen ambtenaren. Met “de betrokken wet” wordt bedoeld een van de wetten genoemd in artikel 13, tweede lid Wm (o.a. Wet bodembescherming).

    Voor het toezicht op alle wettelijke verplichtingen die bij of krachtens de Wm en de in artikel 13, tweede lid genoemde wetten zijn gesteld, zijn de toezichthouders van de desbetreffende gemeente en provincie bevoegd. Daarbij geldt uitdrukkelijk wel dat het College van B&W respectievelijk het College van GS de ambtenaren moet hebben aangewezen als toezichthouder voor hoofdstuk 11 van de Wm. Tevens geldt uiteraard dat de toezichthouders alleen bevoegd zijn voor inrichtingen en saneringslocaties die binnen de gemeente / provincie zijn gelegen. Dat betekent derhalve dat de toezichthouder van de gemeente of provincie die een controle uitvoert op een bodemsanering tevens bevoegd is om toezicht te houden op de verplichtingen die bij of krachtens hoofdstuk 2 Bbk zijn gesteld. Deze toezichthouder kan dus van de betrokkenen vorderen dat zij inlichtingen verstrekken omtrent zaken die binnen het kader van Kwalibo vallen.

    Terug naar boven
  •  Hoe kan worden nagegaan of een rapportage van Bodemstaete is vervalst?

    De toenmalige VROM-Inspectie heeft aan circa 350 gemeenten in Nederland een CD-rom gestuurd met gegevens over rapportages van Bodemstaete in de desbetreffende gemeente. Op de CD-rom staan mapjes met bestanden met rapportages die door Bodemstaete zijn geproduceerd. In deze mapjes kunnen ook bestanden staan met tekeningen, analysecertificaten en ander soort bijlagen die door Bodemstaete zijn geproduceerd. De VROM-Inspectie heeft bij de laboratoria de gegevens opgevraagd van analyses die in opdracht van Bodemstaete zijn uitgevoerd. De laboratoria hebben de aanwezige analysecertificaten aangeleverd en deze zijn door de VROM-Inspectie op de CD-rom gezet. De bestanden die afkomstig zijn van de laboratoria, zijn op een vaste wijze gecodeerd: naam plaats – naam gemeente. Dit is één van de voorbeelden van een juist analysecertificaat.

    Door de gegevens van de laboratoria te vergelijken met de resultaten die zijn opgenomen in de rapportage kan worden nagegaan of de analyses daadwerkelijk door het laboratorium zijn uitgevoerd. Indien geen certificaten van de laboratoria aanwezig zijn, kunt u er van uitgaan dat de rapportage is vervalst. Indien sprake is van een vervalste rapportage wordt voor de te volgen werkwijze verwezen naar de desbetreffende FAQ.

    Terug naar boven
  •  Hoe moet worden omgegaan met rapportages van frauduleuze bodemadviesbureaus?

    Bevoegd gezag is verantwoordelijk

    De beslissing of de resultaten kunnen worden gebruikt voor verdere besluitvorming ligt in alle gevallen bij het bevoegde gezag zelf. Die beslissing is afhankelijk van de beschikbare informatie en moet per onderzoek worden bekeken. Dit is mede afhankelijk van welke gegevens uit het strafrechtelijk onderzoek vrijkomen. Deze informatie zal worden gedeeld met de bevoegde overheden. Als er weinig bekend is, of niet bekend kan worden gemaakt wegens lopend onderzoek, kan u niets anders dan per geval bekijken hoe u moet handelen. In alle gevallen moet bij het beoordelen van rapportages zorgvuldig worden bekeken of het onderzoek is te gebruiken. De verantwoordelijkheid van de beslissing ligt bij het bevoegde gezag.

    De rapportages worden in de meeste gevallen gebruikt bij toetsingen op basis van de Woningwet, Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming. Hoe u om moet gaan met de mogelijk onbetrouwbare rapporten is afhankelijk van het toetsingskader. Onderstaand wordt per toetsingskader een korte toelichting gegeven.

    Woningwet - omgevingsvergunning voor de bouw

    Bij het nemen van besluiten in het kader van de Woningwet kan het stappenplan worden gevolgd dat is opgesteld door het Platform Bodembeheer Brabant. Het stappenplan is geschreven voor situaties dat de vergunning al is verleend, maar kan ook worden toegepast in het beoordelingstraject indien niet zeker is of de onderzoeksrapportage betrouwbaar is. In dit stappenplan wordt nagegaan in hoeverre de locatie verdacht is voor verontreiniging vanuit voorgaand onderzoek (op of in de omgeving), historisch gebruik, voormalige activiteiten en de bodemkwaliteitskaart. Als uit de rapportage geen gebruiksbeperkingen gelden en dit wordt bevestigd door aanvullend historisch onderzoek, is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk in het kader van het afgeven van een omgevingsvergunning.

    Wet Milieubeheer – nul- en eindsituatieonderzoek

    Indien een rapportage wordt ingediend als nulsituatie-onderzoek zal de indiener zich ervan bewust moeten zijn dat de rapportage mogelijk onbetrouwbaar is. De nulsituatie wordt met de onderzoeksresultaten vastgelegd. De risico’s die hieruit voortvloeien, bijvoorbeeld omdat bij een eindsituatie een verontreiniging aanwezig blijkt te zijn, zijn voor de indiener. Als er sprake is van een eindsituatieonderzoek en volgens de rapportage geen bedrijfsgerelateerde verontreinigingen zijn aangetroffen, kan het uitvoeren van een locatiebezoek of verslag van eerder uitgevoerde bedrijfsbezoeken bevestiging geven of dit aannemelijk is.

    Wet bodembescherming

    Bij een beoordeling van een rapportage in het kader van de wet bodembescherming moet een afweging worden gemaakt van wat de risico’s zijn indien de onderzoeksgegevens niet juist zijn. In een beginstadium van een Wbb-traject kun je nog uitgaan van resultaten van volgende onderzoeken/uitkeuringen, bijvoorbeeld na afloop van een geplande sanering die op basis van het mogelijk onbetrouwbare onderzoek wordt uitgevoerd. Als de rapportage een afrondend stadium van het traject beschrijft, is het van groter belang dat de gegevens juist zijn. In dit geval zal een afweging moeten worden gemaakt of nieuw onderzoek noodzakelijk is.

    Maatwerk

    In alle gevallen dient maatwerk te worden toegepast en kan geen algemene lijn worden uitgezet wanneer gegevens wel of niet kunnen worden geaccepteerd. Het kan nuttig zijn om in geval van twijfel, het laboratorium om de analysegegevens te vragen om zo te controleren of deze overeenkomen met de resultaten die door het adviesbureau zijn gerapporteerd.

    Terug naar boven
  •  Hoe zit het met de erkenningsplicht bij het uitvoeren van asbestonderzoek (veldwerk of monsterneming bij partijkeuringen)?

    Voor het uitvoeren van (het milieuhygiënisch veldwerk bij) een bodemonderzoek naar asbest in grond volgens de NEN 5707 is een erkenning voor protocol 2018 vereist. Voor partijkeuringen asbest in grond geldt een erkenningsplicht volgens protocol 1001.
    Voor een asbestonderzoek in verhardingslagen (niet zijnde een partijkeuring) conform de NEN 5897 geldt voor het veldwerk geen erkenningsplicht, omdat dit type veldwerk momenteel nog buiten het toepassingsgebied van de BRL 2000 valt. Bij een partijkeuring van een partij bouwstoffen, waarbij tevens op asbest onderzocht wordt, geldt een erkenningsplicht voor protocol 1002.
    Zie hiervoor ook paragraaf 6.1 uit protocol 2018 en de protocollen 1001 en 1002 alsmede het interpretatieblad over de BRL SIKB 1000, die te vinden zijn op de website van het SIKB. De normdocumenten NEN 5707 en NEN 5897 zijn verkrijgbaar via het NEN.

    Terug naar boven
Geplaatst op: 26-07-2011|Gewijzigd op: 22-11-2011