Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Veelgestelde vragen over het Activiteitenbesluit en opslag van vloeibare brandstoffen of afgewerkte olie in ondergrondse tanks

Antwoorden

  •  Vallen ondergrondse tanks bij particulieren onder het Activiteitenbesluit?

    Ja. Op grond van het Besluit Omgevingsrecht (BOR), categorie 5, is voor inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare of brandbare vloeistoffen, waartoe ondermeer de door huishoudens voor verwarmingsdoeleinden gebruikte huisbrandolie behoort, bepaald dat vanaf een opgeslagen hoeveelheid van 1 m³ of 1.000 liter huisbrandolie het BOR van toepassing is. Aangezien ondergrondse tanks ten behoeve van de opslag van huisbrandolie bij huishoudens veelal een omvang hebben van 3.000 à 6.000 liter, zijn deze tanks van een omvang alsof zij bedrijfsmatig zijn en vallen derhalve onder het begrip inrichting van de Wet milieubeheer. Opslagtanks vanaf een opgeslagen hoeveelheid van 1m³ of 1.000 liter met huisbrandolie bij particulieren worden beschouwd als inrichting en vielen onder het regime van het BOOT en nu dus onder het regime van het Activiteitenbesluit.

    Terug naar boven
  •  Wat te doen bij ondergrondse tanks die voor 2008 zijn gevuld met zand en geen Kiwa-certificaat hebben?

    Eigenaren van ondergrondse tanks waren indien de opslag van vloeistoffen in de tanks werd beëindigd tot 1 januari 2008 verplicht om op grond van art. 13 lid 4 BOOT deze binnen acht weken na beëindiging te verwijderen (of onklaar te maken als verwijdering niet mogelijk is). Op 1 januari 2008 is deze verplichting vervallen (BOOT vervallen). Hiervoor in de plaats zijn bepalingen gekomen die zien op het beëindigen van het gebruik van een tank (art. 3.37 Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer). Voor tanks die op 1 januari 2008 al buiten gebruik waren is er geen regeling meer en dus geen handhaving (afdwingen verwijdering) mogelijk, tenzij sprake is van dreigende bodemverontreiniging (art. 13 Wbb).
     
    Tanks waarvan niet met zekerheid is vast te stellen dat ze daadwerkelijk onklaar gemaakt zijn en afgevuld met inert materiaal zullen nader onderzocht moeten worden. Dat kan betekenen dat het bevoegd gezag op basis van art. 3.37 Rarim eisen kan stellen rond het verwijderen of onklaar maken van de tank.

    Terug naar boven
  •  Welke stoffen vallen binnen de noemer vloeibare brandstoffen?

    Het Activiteitenbesluit verwijst naar de Wet op de accijns. In de Wet op de accijns is in afdeling 6 vastgelegd welke stoffen kunnen worden gezien als minerale oliën. Hiertoe wordt verwezen naar GN-codes zoals die zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 1214/2007 van 20 september 2007.

    Grof samengevat gaat het om minerale oliën die worden gebruikt als brandstof voor verwarming of als motorbrandstof. Smeerolie en andere oliën zoals motorolie vallen niet onder de werkingsfeer van § 3.3.4 van de regeling.

    Terug naar boven
  •  Hoe moet ik als particulier of bedrijf de ondergrondse opslag van vloeibare brandstoffen of afgewerkte olie melden?

    Namens het ministerie van VROM is een online wijzer voor het Activiteitenbesluit milieubeheer ontwikkeld (zie: http://aim.vrom.nl/ ). Via dit digitale hulpmiddel kunt u aangeven of u een installatie en/of activiteit als een afzonderlijke inrichting in werking heeft of dat u een particulier bent die activiteiten uitvoert waarop het Activiteitenbesluit van toepassing is. Door vragen over de bedrijfssituatie te beantwoorden, krijgt u inzicht in de voorschriften die van toepassing zijn op uw activiteit.

    Terug naar boven
  •  Wanneer is het verwijderen van een tank niet redelijk?

    In artikel 3.37, onder 3 van de regeling is bepaald dat wanneer verwijdering als gevolg van de ligging redelijkerwijs niet kan worden gevergd, volstaan kan worden met het binnen acht weken na de beëindiging van de opslag de tank onklaar maken van de tank met de daarbij behorende leidingen en appendages. Het onklaar maken moet wel gebeuren door een daarvoor gecertificeerd en erkend bedrijf.

    Terug naar boven
  •  Kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen wanneer een reeds onder certificaat onklaar gemaakte tank alsnog wordt verwijderd?

    Nee, de tank is volledig conform de wet gesaneerd. De tankeigenaar kan zelf bepalen wat hij met het restant van de tank gaat doen. Wil hij het netjes doen en zo dat hij bij eventuele verkoop bewijs kan overleggen van de verwijdering van de tank, dan kan hij de restanten door een gecertificeerd en erkend bedrijf laten verwijderen. De eigenaar ontvangt dan een saneringscertificaat waarop vermeld staat dat de tank is gesaneerd door middel van verwijdering.

    Terug naar boven
  •  Ik wil zelf onderzoeken of er een tank in mijn grond ligt. Waar moet ik op letten?

    Putdeksels, koperen doppen, ontluchtingspijpen of vreemde verzakkingen in de tuin zijn aanwijzingen voor de aanwezigheid van een tank zijn. Ook kunt u met een metalen staaf in de grond prikken in de buurt van de kelder of de kruipruimte. Olietanks liggen meestal niet meer dan een meter diep. Eventueel kunt u een metaaldetector huren. Ook kunt u een bedrijf inschakelen dat het onderzoek uitvoert.

    In de kelder of de kruipruimte wijst een loze leiding op olieaanvoer. Oude olieleidingen zijn makkelijk te herkennen. Ze hebben een doorsnede van 10-15 millimeter. Dat is half zo dik als een gasleiding. Dichtgemaakte gaatjes in de muur zijn een indicatie dat er vroeger leidingen hebben gelopen. De ontluchtingsleiding van een olietank is verticaal langs de buitenmuur gemonteerd. De diameter is ongeveer 40 millimeter. U kunt ook uw buren of de vroegere bewoners vragen of zij weten van het bestaan van een tank. Ook oliehandelaren weten in de meeste gevallen nog welke huizen vroeger oliestook hadden.

    Ook kan je bij de gemeente informeren of bekend is of er op jouw adres een tank aanwezig is.

    Terug naar boven
  •  Ik heb de grond in erfpacht. Ben ik dan ook voor de tank aansprakelijk?

    De aansprakelijkheid rust hierbij op degene die de tank in gebruik heeft. In geval van erfpacht zal dat meestal de erfpachter zelf zijn. In art. 3.37 lid 5 van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer is bepaald dat na het verwijderen of het onklaar maken van de ondergrondse opslagtank een door een bedrijf als bedoeld in het vierde lid, opgestelde schriftelijke rapportage binnen drie maanden aan het bevoegd gezag wordt overgelegd.

    Terug naar boven
  •  Financiële zekerheid bij opslag van vloeibare brandstoffen of afgewerkte olie?

    In het Activiteitenbesluit is in afdeling 2.10 vastgelegd dat door verzekering of anderszins financiële zekerheid gesteld moet worden ter dekking van de aansprakelijkheid die voortvloeit uit verontreiniging van de bodem als gevolg van de opslag van vloeibare brandstof (of afgewerkte olie) in een ondergrondse tank. Uit de toelichting op artikel 2.24 blijkt dat deze verplichting ook geldt voor tanks in gebruik bij particulieren.

    Terug naar boven
  •  Kwaliteit van de uitvoering? (installeren, keuren, verwijderen)

    In § 3.3.4 van de regeling is vastgelegd aan welke voorwaarden het opslaan van vloeibare brandstoffen en afgewerkte olie in ondergrondse opslagtanks moet voldoen. Voor een aantal handelingen wordt verwezen naar het Besluit bodemkwaliteit.

    Kort samengevat komt het er op neer dat voor activiteiten waarvoor een normdocument is aangewezen de werkzaamheden uitsluitend mogen worden uitgevoerd door erkende instellingen. Het feit dat een instelling gecertificeerd is voor het verrichten van bepaalde handelingen is niet meer voldoende om aan de huidige regelgeving te voldoen. Op deze website vindt u een actueel overzicht van erkende instellingen.

    Terug naar boven
  •  Ik wil een bedrijf mijn tank weg laten halen. Waar moet ik op letten?

    Offertes kunt u bij tank-saneringbedrijven aanvragen (zie voor adressen van gecertificeerde en erkende bedrijven, via keuze vijf op de zoekterm tank). In de offerte moeten de prijs van het verwijderen en de kosten van de afvoer van reststoffen naar een erkend verwerkingsbedrijf zijn vermeld en het bedrag voor het transport van de tank naar een verschrotingsbedrijf. Zijn er in uw buurt meerdere huiseigenaren met een tank in de tuin? Dan is het verstandig om gezamenlijk een offerte aan te vragen. De kosten per eigenaar vallen dan meestal lager uit.

    Terug naar boven
  •  Is de financiële zekerheid voor iedereen gelijk?

    Bij nieuwe tanks moet de financiële zekerheid in stand worden gehouden vanaf het moment dat de tank in gebruik wordt genomen tot vier weken na toezending van een rapport over de kwaliteit van de bodem (overeenkomstig artikel 2.11 van het Activiteitenbesluit).

    Bij bestaande tanks waarvoor nog geen financiële zekerheid gesteld is, kan de verplichting om een financiële zekerheid te stellen, middels een maatwerkvoorschrift, worden uitgebreid met een onderzoeksplicht naar de actuele kwaliteit van de bodem en een financiële zekerheidstelling om herstel van de bodemkwaliteit te garanderen.
    De zekerheid bedraagt € 225.000,- per ondergrondse tank met een maximum van € 1.361.340,65 bij meer dan zes tanks per locatie c.q. inrichting.

    De zekerheidstelling om bodemherstel te waarborgen bij bestaande tanks is afhankelijk van de te verwachten bodemsaneringskosten en zal per geval middels een maatwerkvoorschrift moeten worden vastgesteld.

    Terug naar boven
Geplaatst op: 27-07-2011|Gewijzigd op: 10-11-2011