Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Veelgestelde vragen over Grond en baggerspecie - Milieuhygiënische verklaringen

Antwoorden

  •  Welke bewijsmiddelen (milieuhygiënische verklaringen) zijn er om de kwaliteit van grond en baggerspecie aan te tonen?

    De kwaliteit van grond en baggerspecie moet worden aangetoond met een milieuhygiënische verklaring. Het Besluit bodemkwaliteit kent voor grond en baggerspecie de volgende typen milieuhygiënische verklaringen:
    1. partijkeuring
    2. erkende kwaliteitsverklaring
    3. fabrikant-eigenverklaring
    4. (water)bodemonderzoek
    5. (water)bodemkwaliteitskaart
    (De eerste 3 typen milieuhygiënische verklaringen kunnen ook voor bouwstoffen worden gebruikt.)

    Toelichting (water)bodemonderzoeken
    Bodemonderzoeken die voldoen aan bepaalde onderzoeksstrategieën van de NEN 5740 zijn toegestaan als milieuhygiënische verklaring op grond van het Besluit bodemkwaliteit. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen de bodemkwaliteit op een bepaalde locatie en de kwaliteit van een partij toe te passen grond.
    Voor toe te passen grond zijn alleen de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit:
    • onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van een schone bodem;
    • onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van een schone bodem op grootschalige locaties;
    • onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet-schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof.
    Deze onderzoeksstrategieën van de NEN 5740 gaan uit van een monsternemingsintensiteit die in een zelfde orde van grootte ligt als bij de partijkeuring en de erkende kwaliteitsverklaringen.
    Voor het vaststellen van de bodemkwaliteit op een bepaalde locatie (t.b.v. de dubbele toets onder het generieke beleid) zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit:
    • onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie;
    • onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie;
    • onderzoeksstrategie bij een onbekende bodembelasting;
    • onderzoeksstrategie voor de toetsing of er sprake is van een schone bodem;
    • onderzoeksstrategie voor de toetsing of er sprake is van een schone bodem op grootschalige locaties;
    • onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet-schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof.
    Als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van toe te passen of te verspreiden baggerspecie en voor de kwaliteit van de bodem onder oppervlaktewater zijn de onderzoeksstrategieën uit de NEN 5720 toegestaan. Voor 1 april 2010 uitgevoerde waterbodemonderzoeken mogen zijn uitgevoerd volgens de NVN 5720 of volgens een voor specifieke gebieden of toepassingen bedoeld onderzoeksprotocol (voorheen genoemd in onderdeel II van bijlage D van de Regeling bodemkwaliteit).

    Toelichting (water)bodemkwaliteitskaarten
    Het is aan de lokale bodem- of waterkwaliteitsbeheerder om te bepalen of en onder welke voorwaarden een (water)bodemkwaliteitskaart gebruikt mag worden als milieuhygiënische verklaring. In bepaalde situaties, bijvoorbeeld in heterogene gebieden, kan een partijkeuring de voorkeur hebben, aangezien de (water)bodemkwaliteitskaart slechts een voorspelling doet van de kwaliteit, terwijl een partijkeuring de kwaliteit daadwerkelijk bepaalt (en dus nauwkeuriger is). Verder zijn aan het gebruik van (water)bodemkwaliteitskaarten een aantal voorwaarden verbonden. Deze zijn te vinden in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten en in hoofdstuk 4 van de Handreiking Besluit bodemkwaliteit. Van belang is dat te allen tijde vooronderzoek wordt uitgevoerd.Terug naar boven
  •  Kan een partij baggerspecie op basis van een waterbodemonderzoek volgens de NEN 5720 worden toegepast op de landbodem?

    Ja, een waterbodemonderzoek volgens de NEN 5720 is toegestaan als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van toe te passen baggerspecie bij toepassing op de land- of waterbodem danwel verspreiding van de baggerspecie in oppervlaktewater of over het aangrenzende perceel.
    De NEN 5720 (december 2009) vervangt de NVN 5720 en meerdere (regionale protocollen), die tot april 2010 in bijlage D (onderdeel II) van de Regeling bodemkwaliteit genoemd werden. Vanzelfsprekend blijven voor deze datum uitgevoerde waterbodemonderzoeken volgens de oude NVN 5720 of andere regionale protocollen ook na de wijziging van Rbk bruikbaar als bewijsmiddel, mits representatief.

    Terug naar boven
  •  Hoe lang is een (water)bodemonderzoek of partijkeuring geldig?

    Het Besluit bodemkwaliteit, maar ook de Wet bodembescherming, stellen bewust geen maximale geldigheidstermijn aan een partijkeuring of bodemonderzoek. Dit vergt maatwerk en moet dus per situatie door het bevoegde gezag worden bekeken. De geldigheid is onder meer afhankelijk van wat er in de tussenliggende periode is gebeurd met een locatie of partij grond en de typen verontreinigingen die eventueel in de bodem/grond zijn aangetroffen. Wel kan in een beoordelingsrichtlijn of normdocument nadere richtlijnen opgenomen zijn ten aanzien van de geldigheid. Zo is in paragraaf 5.2 'Geldigheidsduur en actualisatie-onderzoek' van de NEN 5720 per watersysteem nadere richtlijnen opgenomen.
    Verder is in het Besluit bodemkwaliteit opgenomen dat partijkeuringen en erkende kwaliteitsverklaringen of andere bewijsmiddelen die op grond van het Bouwstoffenbesluit zijn afgegeven, geldig blijven voor de duur van de betreffende verklaring tot maximaal drie jaar na inwerkingtreding van het Besluit bodemkwaliteit. Deze termijn van drie jaar is inmiddels overschreden. Bewijsmiddelen die op grond van het Bouwstoffenbesluit zijn afgegeven zijn niet meer geldig.

    Terug naar boven
  •  De maximale partijgrootte voor in-situ en ex-situ partijkeuringen bedraagt 10.000 ton. Geldt deze partijgrootte in alle situaties?

    Nee, niet altijd. Bij een partijkeuring gericht op asbestonderzoek en bij een partijkeuring ten behoeve van het verkrijgen van een verklaring van niet reinigbaarheid  en een partijkeuring onder een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag geldt een maximale partijgrootte van 2.000 ton. Zie hiertoe paragraaf 6.1.1 van protocol 1001 en het interpretatieblad van de BRL 1000. Voor asbestonderzoek volgt dat ook uit de NEN 5707 en de Regeling bodemkwaliteit. Voor een verklaring van niet reinigbaarheid verontreinigde grond (in het geval van het storten van verontreinigde grond) is dit opgenomen in de Regeling beoordeling reinigbaarheid grond.

    Verder kent de BRL 9335, protocol 9335-1 een maximale partijgrootte van 2.000 ton voor partijen die onder de BRL 9335 zijn samengevoegd.

    Terug naar boven
  •  Gemeenten met een bodemkwaliteitskaart willen onderling de kaart als bewijsmiddel kunnen gebruiken voor toepassen van grond in een andere gemeente. Hoe kunnen ze elkaars bodemkwaliteitskaart formeel accepteren en dit regelen?

    De bodemkwaliteitskaart van de ene gemeente moet als bewijsmiddel worden erkend door de andere gemeente en vice versa. Dit kan door in de nota bodembeheer de kaart van de buurgemeente(n) te accepteren als bewijsmiddel. Bij Bodem+ zijn voorbeelden bekend van groepen gemeenten in een regio die in hun afzonderlijke nota’s bodembeheer de kaarten van de naastgelegen gemeente hebben benoemd. Bij toepassing van een partij grond afkomstig uit een gemeente die niet genoemd is in de nota bodembeheer mag de bodemkwaliteitskaart niet gebruikt worden als bewijsmiddel en zal een partijkeuring noodzakelijk zijn.

    Het accepteren van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten worden gezien als een vorm van gebiedsspecifiek beleid en is daarom een besluit van de raad. Om te voorkomen dat niet iedere keer dat een buurgemeente een bodemkwaliteitskaart heeft vastgesteld opnieuw een besluit genomen hoeft te worden door de gemeenteraad, zijn er diverse gemeenten die dit besluit (het accepteren van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten) hebben gedelegeerd naar het college. Vaak zijn de voorwaarden waaronder de acceptatie plaatsvindt eveneens vastgelegd.

    Terug naar boven
  •  Welk bewijsmiddel gaat voor: partijkeuring, verkennend bodemonderzoek of bodemkwaliteitskaart?

    Toepassing van een partij

    Voor een (te) ontgraven partij geldt dat een eventueel beschikbare partijkeuring boven het bewijsmiddel 'bodemkwaliteitkaart' gaat. Dit is omschreven in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (pagina 28). "Indien er sprake is van specifiek locatieonderzoek of partijonderzoek op de locatie van ontgraven en dat onderzoek voldoet aan de vereisten voor een bewijsmiddel uit het besluit bodemkwaliteit kan geen gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel maar wordt gebruik gemaakt van de resultaten van dat specifieke onderzoek."

    Kwaliteitsklasse ontvangende bodem

    Voor de bepaling van de kwaliteitklasse van de ontvangende bodem geldt dat de bodemkwaliteitskaart bepalend is. Bij de vaststelling van de bodemkwaliteitskaart wordt door het gemeentelijk bestuur de toepassingseis (generieke danwel gebiedspecifiek) vastgelegd. Een bodemonderzoek kan dan niet tot een andere (betere of slechtere) toepassingseis leiden.

    Terug naar boven
  •  Mag ik een partij herkeuren en hoe moet ik omgaan met beschikbare meetgehalten?

    Op basis van de regelgeving, beoordelingsrichtlijnen en protocollen is het niet verboden om een herkeuring uit te voeren. In de classificatie van de partij dienen echter wel alle beschikbare analyseresultaten per parameter betrokken te worden in de toetsing van de gemiddelde waarde. Een uitzondering hierop kan zijn als de één van beide onderzoeken minder nauwkeurig is of er twijfels bestaan over een afwijkend meetresultaat. Dit dient goed te worden beargumenteerd. Een voorbeeld kan zijn dat bij één van de keuringen sprake is van een matrixstoring of een meetfout.

    Het kan ook voorkomen dat, al dan niet bewust of onbewust, twee partijkeuringen zijn uitgevoerd op dezelfde partij. Als beide partijkeuringen leiden tot een verschillend toetsingsresultaat, kunnen de meetresultaten worden gemiddeld.

    Terug naar boven
  •  Hoe om te gaan bij onderzoek naar vluchtige verbindingen bij partijkeuring (hoeveel steektoestellen en analyses)?

    Over de huidige werkwijze ten aanzien van het onderzoek naar vluchtige verbindingen bij partijkeuringen bestaat onduidelijkheid. In de meest recente versie van de AP04-V van 05-10-2011 (gepubliceerd op de website van SIKB) staat dat voor de bepaling van vluchtige stoffen per twaalf steektoestellen door het laboratorium aselect zes steektoestellen worden gekozen per analyse. Voor de monstervoorbehandeling wordt uit elk van de zes steektoestellen een deelmonster genomen. Per buis wordt een deelmonster van circa 35 gram genomen. De 6x35 gram wordt bijeen gevoegd in een extractie fles en geëxtraheerd met methanol. Het mengmonster wordt vervolgens voorbehandeld en geanalyseerd conform de AP04 op vluchtige verbindingen (bijvoorbeeld BTEX/VOH).

    Terug naar boven
  •  Een partij herbruikbare grond is onderzocht middels een partijkeuring (BRL 1000), waarna enkele (grove) bodemvreemde materialen uit de partij gezeefd zijn. Is de oorspronkelijke partijkeuring bruikbaar als bewijsmiddel voor de toepassing?

    Deze situatie wordt niet benoemd in het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Relevant is of de oorspronkelijke partijkeuring voldoende representatief is voor de partij na het zeven. Dit is ter oordeel van het bevoegd gezag. Doorgaans zal de kwaliteit van een partij grond na het zeven niet veranderen danwel mogelijk licht verbeteren. Indien het uitzeven reeds is voorzien, dan is het mogelijk om hier bij de keuring rekening te houden door de grovere delen die later worden uitgezeefd niet in het monster mee te nemen of in de voorbehandeling in het laboratorium uit te laten zeven
    Zie ter vergelijking ook de uitzondering bij het tijdelijk uitnemen grond of baggerspecie (art 36 Bbk, derde lid). In de Nota van Toelichting bij artikel 36, derde lid is aangegeven dat het uitzeven van bodemvreemde materialen niet als een bewerking wordt gezien.Terug naar boven
Geplaatst op: 26-07-2011|Gewijzigd op: 30-01-2012