Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Veelgestelde vragen over de NRB

Antwoorden

  •  Hoe strikt moet de NRB worden toegepast?

    De NRB is een richtlijn voor vergunningverlening en géén wet. Het bevoegd gezag moet er verstandig mee omgaan. Via een bodemrisicoanalyse conform het Stappenplan van de NRB kunnen bedrijven aangegeven in welk tempo en met welke prioriteit bodemknelpunten worden aangepakt.

    Maatwerk binnen de NRB is mogelijk, maar dat moet duidelijk worden gemotiveerd in een plan van aanpak. Op basis van de eigenschap van een stof of een afwijkende bodemrisicofactor, kan het bevoegd gezag verzocht worden in afwijking van de standaard methode uit de BRCL een alternatieve voorziening te treffen waarmee ook een verwaarloosbaar bodemrisico wordt bereikt. De voorwaarden waaronder een dergelijk verzoek kan worden ingediend zijn opgenomen in bijlage 4 van deel 3 van de NRB.

    Terug naar boven
  •  Wanneer is er sprake van een bodembedreigende stof?

    De bodembedreigendheid van een stof is af te leiden uit het Stoffenschema van de NRB (zie bijlage 2 deel 3 van de NRB). Het Stoffenschema in combinatie met de toelichting en de Stoffenlijst bepaalt in hoeverre het gebruik van een stof ruimte biedt voor maatwerk of een standaard cvm volgens de BRCL vereist.

    In het algemeen geldt dat stoffen binnen een bedrijfsmatige activiteit bodembedreigend zijn, tenzij het tegendeel is bewezen. In gezamenlijk overleg tussen bedrijf en bevoegd gezag kan per stof worden vastgesteld of er feitelijk sprake is van een bodembedreigende situatie. Daarbij wordt vooralsnog geen onderscheid gemaakt tussen de hoeveelheid en de opslagtemperatuur van een stof.

    Terug naar boven
  •  Wanneer is een aanvaardbaar bodemrisico (status A*) toegestaan en wat houdt een risicobeperkend bodemonderzoek in?

    In de NRB is de mogelijkheid opgenomen een aanvaardbaar bodemrisico realiseren, wanneer er sprake is van een bestaande inrichting waarbij het redelijkerwijs niet mogelijk is een verwaarloosbaar bodemrisico te realiseren. In dat geval wordt er ter plaatse van de bodembedreigende activiteit een grondwatermonitoring uitgevoerd. Hiermee wordt er geanticipeerd op het beperken en zoveel mogelijk herstellen van een eventueel optredende verontreiniging of aantasting van de bodem. De gronwatermonitoring is daarbij een beheersmaatregel en moet worden uitgevoerd volgens een plan van aanpak aanvaardbaar bodemrisico in bijlage 3 van deel 3 van de NRB.

    Terug naar boven
  •  Is de Kwalibo regeling ook van toepassing op de NRB?

    Ja. Daar waar de inspectie van vloeistofdichte vloeren volgens CUR/PBV Aanbeveling 44 (per 1 juli 2012 de AS SIKB 6700) een eis is binnen de NRB, geldt dat deze alleen uitgevoerd mogen worden door een persoon of instelling die voor deze werkzaamheid beschikt over een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit.

    Specifiek voor de aanleg van vloeistofdichte vloeren bij tankstations geldt dat een erkende persoon of instelling deze volgens BRL 2319, 2362, 2371 of 2372 (per 1 juli 2012 de BRL SIKB 7700) moeten aanleggen. Ook de periodieke keuring van ondergrondse tanks moet uitgevoerd worden door een erkende persoon of instelling. Personen of instellingen die voor deze werkzaamheid beschikken over een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit vindt u op de pagina Zoeken naar erkende instellingen.

    Terug naar boven
  •  Hoe beoordeel ik het risico van een bepaalde bedrijfsactiviteit voor de bodem?

    Met de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) kunt u als vergunningverlener beoordelen welke combinatie van maatregelen en voorzieningen (cvm) tot een verwaarloosbaar bodemrisico leidt. Dat betekent dat de kans op belasting van de bodem door in de inrichting gebruikte stoffen in principe nihil is.

    Het hart van de NRB is het Stoffenschema (zie bijlage 2 deel 3 van de NRB). Daarmee bepaalt u in hoerverre er sprake is van een stof die bodembedreigend is en welke cvm van toepassing zijn. Het Stoffenschema bepaalt of de cvm via de BRCL moet worden afgeleid of dat een alternatieve cvm via de maatwerk route kan worden bepaald. Beide vormen van cvm moeten tot een verwaarloosbaar bodemrisico leiden.

    Lukt het bij een bedrijfsactiviteit niet een verwaarloosbaar bodemrisico te realiseren? Dan kan het onder voorwaarden alleen bij bestaande situaties een aanvaardbaar bodemrisico accepteren. In die situatie staat het bevoegd gezag een mogelijke belasting van de bodem toe, onder de voorwaarde dat deze belasting wordt gesignaleerd (via een monitoringsysteem) en weer wordt hersteld. Hiervoor moet ter goedkeuring een plan van aanpak worden ingediend bij het bevoegd gezag.

    Verdere uitleg vindt u op de pagina vergunningconsiderans. De consideransteksten zijn bedoeld als handreiking voor het bevoegd gezag; daarnaast verhelderen ze de methodiek van de NRB.

    Terug naar boven
Geplaatst op: 29-07-2010|Gewijzigd op: 24-11-2011