In veel situaties wel, maar zeker niet altijd. De aanwezigheid van puin kan een aanwijzing zijn dat de grond asbestverdacht is. Of sprake is van een asbestverdachte situatie volgt uit een volledig uitgevoerd vooronderzoek conform NEN 5725 en NEN 5707. In veel gevallen is het verstandig en verplicht om de grond zekerheidshalve op asbest te onderzoeken. Dit voorkomt stagnaties tijdens de uitvoering en beperkt bovenal risico op ontoelaatbare blootstelling aan asbest.
De NEN 5707 geeft de ruimte om te motiveren of de aanwezigheid van puin aanleiding is om een locatie of partij als asbestverdacht te beoordelen en/of er aanleiding is om een asbest onderzoek uit te voeren. Dit kan op basis van een gedegen vooronderzoek conform NEN 5725 en NEN 5707 in combinatie met visuele waarnemingen tijdens het veldwerk. De correcte vastlegging in boorprofielen en/of monsternemingsformulier en beschrijving en motivatie in de rapportage is van belang. Of puin daadwerkelijk asbestverdacht is, is onder andere afhankelijk van het type puin dat aanwezig is en het historisch gebruik van de locatie (bijvoorbeeld op welk moment het puin is geproduceerd danwel in de bodem terechtgekomen). De aanwezigheid van enig puin dient zodoende een denkproces in gang te zetten en kan zowel leiden tot een asbestverdachte of asbestonverdachte locatie.
De NEN 5707 geeft in § 6.1.5 het volgende aan: "Er zijn verschillende typen ongebroken puin: metselpuin, betonpuin, puin van asfalt, klinkers en/of straatstenen. Vooral bij ongebroken metselpuin is de kans groot dat deze is verontreinigd met asbestcement plaatmateriaal (stukjes golfplaat, vlakke plaat, daklei en buis). Ook in betonpuin (met name funderingspuin) komt incidenteel asbestcement voor, in de vorm van asbestcementbuizen en -stelplaatjes. In de overige soorten puin zit in de regel geen asbesthoudend materiaal. Bij granulaat (afkomstig van puinbrekers) is dit onderscheid veel minder goed te zien."
Sommige gemeenten beschikken over een zogenaamde asbestkansenkaart, waaruit mogelijk afgeleid kan worden welke gebieden op grond van de historie asbestverdacht zijn. Voor meer informatie over het historische gebruik en voorkomen van asbest, wordt verwezen naar de rapportage "Asbest in kaart, Historisch onderzoek Asbestgebruik Methode Asbestkansenkaart".
De noodzaak voor een onderzoek op asbest kan zowel volgen vanuit de Wet bodembescherming (Wbb) of Besluit bodemkwaliteit (Bbk), als ook vanuit het Arbeidsomstandighedenwet. Wees ervan bewust dat een provincie of gemeente, die bevoegd gezag is vanuit de Wbb of Bbk, geen bevoegheden heeft vanuit het Arbeidsomstandighedenbesluit. De verantwoordelijkheden vanuit het Arbeidsomstandighedenbesluit gelden zowel voor de opdrachtgever als opdrachtnemer. De inhoud van deze FAQ is in mei 2011 door Agentschap NL Bodem+ afgestemd met de Arbeidsinspectie.
Veelgestelde vragen over Asbest in bodem
Antwoorden
-
Is de aanwezigheid van puin in een partij of in de bodem aanleiding om bij een partijkeuring of bodemonderzoek (volledig) op asbest te onderzoeken?
-
Hoe zit het met de erkenningsplicht bij het uitvoeren van asbestonderzoek (veldwerk of monsterneming bij partijkeuringen)?
Voor het uitvoeren van (het milieuhygiënisch veldwerk bij) een bodemonderzoek naar asbest in grond volgens de NEN 5707 is een erkenning voor protocol 2018 vereist. Voor partijkeuringen asbest in grond geldt een erkenningsplicht volgens protocol 1001.
Terug naar boven
Voor een asbestonderzoek in verhardingslagen (niet zijnde een partijkeuring) conform de NEN 5897 geldt voor het veldwerk geen erkenningsplicht, omdat dit type veldwerk momenteel nog buiten het toepassingsgebied van de BRL 2000 valt. Bij een partijkeuring van een partij bouwstoffen, waarbij tevens op asbest onderzocht wordt, geldt een erkenningsplicht voor protocol 1002.
Zie hiervoor ook paragraaf 6.1 uit protocol 2018 en de protocollen 1001 en 1002 alsmede het interpretatieblad over de BRL SIKB 1000, die te vinden zijn op de website van het SIKB. De normdocumenten NEN 5707 en NEN 5897 zijn verkrijgbaar via het NEN. -
Bij het uitvoeren van (water)bodemonderzoek zijn de volgende normdocumenten aangewezen in het Productenbesluit asbest, de bijbehorende Productregeling asbest en de Regeling bodemkwaliteit:
- NEN 5707: Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem (voor grond < 20% bodemvreemd materiaal);
- NEN 5897: Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat (voor bodem en puingranulaat met > 20% bodemvreemd materiaal);
- NTA 5727: Bodem - Monsterneming en analyse van asbest in waterbodem en baggerspecie (waterbodem en baggerspecie);
- NEN 5896: Kwalitatieve analyse van asbest in materialen met polarisatiemicroscopie (overige en materialen).
De normdocumenten zijn te downloaden vanaf de website van NEN.
Terug naar boven -
De landelijke normen voor asbest in grond, bodem en puingranulaat zijn vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie).
Terug naar boven
De hergebruikswaarden voor asbest in grond, baggerspecie en bouwstoffen zijn opgenomen in bijlagen A en B van de Regeling bodemkwaliteit. De waarde van 100 mg/kg ds geldt als eis, mits het asbest niet opzettelijk aan de bouwstof, grond of baggerspecie is toegevoegd.
De interventiewaarde voor asbest is opgenomen in bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering 2012. In tegenstelling tot andere chemische stoffen is het volumecriterium (minimaal 25 m3 verontreinigd bodemvolume) voor asbest niet van toepassing. Bij asbest is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien het asbestgehalte binnen een in het bodemonderzoek onderscheiden ruimtelijke eenheid (RE) de interventiewaarde overschrijdt. -
Wanneer is bij een asbestverontreiniging sprake van actuele risico’s en dient met spoed gesaneerd te worden?
In de circulaire bodemsanering 2012 is in bijlage 3 het Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, Protocol Asbest opgenomen. Met het protocol asbest kan worden bepaald of er sprake is van onacceptabele risico's ten gevolge van de aanwezigheid van bodemverontreiniging met asbest en in hoeverre saneringsmaatregelen (op korte termijn) moeten worden getroffen. Het protocol asbest is alleen van toepassing op historische (water)bodemverontreiniging met asbest, waarbij asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. (gewogen (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). Het protocol heeft dus geen betrekking op niet historische gevallen van bodemverontreiniging (zogenaamde nieuwe gevallen die zijn ontstaan voor 1993) die op basis van de zorgplicht gesaneerd dienen te worden.
Terug naar boven
In het protocol asbest is middels een stappenschema aangegeven hoe vastgesteld kan worden of wel of geen sprake is van onaanvaardbare risico’s. Of sprake is van (on)aanvaardbare risico’s is afhankelijk van de asbestconcentratie, hechtgebondenheid, huidige of toekomstig gebruik van de locatie en de aanwezige bodembedekking. Indien sprake is van onaanvaardbare risico’s dienen spoedig saneringsmaatregelen te worden getroffen. Het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb) legt in de beschikking vast binnen welke termijn (maar uiterlijk binnen vier jaar) moet zijn gestart met de sanering. Ook kan het bevoegd gezag tijdelijke beveiligingsmaatregelen (bijvoorbeeld het plaatsen van een hekwerk om de locatie) opleggen in de beschikking. Indien sprake is van aanvaardbare risico’s bij het huidig of voorgenomen gebruik van de locatie is geen directe saneringsnoodzaak. Wel dient de verontreiniging kadastraal te worden geregistreerd en kan het bevoegd gezag Wbb voorschrijven om beheermaatregelen op te leggen. Daarbij kan gedacht worden aan het opleggen van gebruiksbeperkingen en de verplichting om wijzigingen in het gebruik te melden. -
Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging met asbest, die zijn ontstaan vanaf 1993, dienen (ongeacht het asbestgehalte) voor zover redelijkerwijs mogelijk is, volledig verwijderd te worden. Volledig verwijderen betekent in het geval van asbest dat de verontreiniging tot de nul-waarde (detectiegrens) dient te worden verwijderd.
Terug naar boven -
Moet een sanering van met asbest verontreinigde grond uitgevoerd worden door een BRL 7000 erkend bedrijf en/of door een SC 530 geaccrediteerd asbestverwijderingsbedrijf?
Het bedrijf hoeft alleen te beschikken over een erkenning voor de BRL 7000, protocol 7001. Een sanering van met asbest verontreinigde grond wordt gezien als bodemsanering, waarop de erkenningsregeling kwalibo van toepassing is. Zie het zoekmenu naar erkende bedrijven.
Terug naar boven -
Indien de laag meer dan 50% bodemvreemd materiaal bevat, is de Wbb niet van toepassing. Dit betekent dat voor het ontgraven van een dergelijke puinlaag geen saneringsplan hoeft worden opgesteld. Hoewel niet wettelijk verplicht, wordt in de praktijk vaak door middel van een plan van aanpak melding gedaan van de voorgenomen verwijdering bij een lokale overheidsorganisatie (gemeente of milieudienst).
Terug naar boven
In sommige situaties kan het Besluit asbestwegen milieubeheer van toepassing zijn. Volgens dit besluit moet de eigenaar van een weg of erfverharding, die een (gewogen) asbestgehalte van meer dan 100 mg/kg bevat, dit melden bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Daarnaast is de eigenaar van een asbestweg verplicht om maatregelen te nemen. De maatregelen kunnen bestaan uit volledige verwijdering, maar onder bepaalde voorwaarden mag ook worden volstaan met het aanbrengen van een duurzame afschermlaag. Lees meer over het Besluit asbestwegen op de website van Infomil.
Omdat de ontgraving geen werkzaamheid is als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, is ook de erkenningsregeling Kwalibo niet van toepassing. Dit betekent dat vanuit de wet- en regelgeving geen verplichting is om de uitvoering en milieukundige begeleiding door erkende bedrijven (BRL 6000 en BRL 7000) te laten uitvoeren. Evenmin is de certificering voor SC 530 (Asbestverwijdering) verplicht aangezien het verwijderen van een puinverharding niet onder het Asbestverwijderingsbesluit valt. Hier vindt u meer informatie over asbest. -
Globaal kan gesteld worden dat zandige met asbest verontreinigde grond, ook met eventuele nevenverontreinigingen, kan worden gereinigd door extractieve grondreinigers. Grond die uitsluitend is verontreinigd met grove stukken hechtgebonden asbest kan ook (droog of nat) worden gezeefd. Klei die uitsluitend verontreinigd is met hechtgebonden en grof (> 4 mm) asbest en bovendien geen nevenverontreinigingen bevat boven de hergebruikswaarden, kan worden gereinigd via de techniek aquaseparation (nat zeven) Met asbest verontreinigde klei- en veengrond met nevenverontreinigingen en/of fijne stukken niet-hechtgebonden asbest is meestal niet-reinigbaar.
Terug naar boven
Indien grond niet gereinigd kan worden en moet worden gestort, zal bij Bodem+ een verklaring van niet reinigbaarheid aangevraagd moeten worden. Zie voor meer informatie: Verklaring niet-reinigbaarheid grond. -
Welke gegevens moet ik naast een asbestonderzoek conform NEN 5897 of NEN 5707 nog meer aanleveren voor een aanvraag van een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond?
Partijen asbesthoudende grond (asbest >100 mg/kg d.s.), mits onderzocht overeenkomstig de NEN 5707 of NEN 5897, kunnen zowel op basis van een ex-situ depotkeuring als in-situ bodemonderzoeksgegevens worden aangemeld. Bodem+ vraagt daarnaast om bepaling van de chemische parameters van het pakket NEN 5740 (9 metalen, som PCB's, som PAK's en minerale olie) en fysische parameters, zoals het humusgehalte volgens NEN 5754, het lutumgehalte en de fractieverdeling van de minerale delen volgens NEN 5753 en het gehalte calciumcarbonaat volgens NEN 5757.
Terug naar boven
Zie voor meer informatie: Verklaring niet reinigbaarheid grond
