Het nazorgplan is wettelijk ingevoerd op 1-1-2006. Nazorg werd vóór die datum opgenomen in saneringsplannen. Hoe zit het met de handhaafbaarheid van deze in saneringsplannen opgenomen nazorg?
Oude saneringsplannen kunnen worden gehandhaafd met het op 1 januari 2006 ingevoerde art. 39a Wbb. In ABRvS 5 augustus 2009, 200806030/1/M2 overwoog de Afdeling dat art. 39a Wbb op 1 januari 2006 in werking is getreden in plaats van het vóór die datum geldende art. 44 en dat de Wbb, zoals deze luidt sinds 1 januari 2006, geen overgangsrecht op dit punt kent. Dit brengt volgens de Afdeling met zich dat art. 39a ook van toepassing is op saneringen die zijn uitgevoerd vóór 1 januari 2006. Deze redenering gaat niet op voor 39e Wbb, dat onder meer bepaalt dat de saneerder dan wel degene die daartoe is aangewezen in het nazorgplan verantwoordelijk is voor de nazorg. Art. II lid 2 van de Wet houdende uitbreiding van de Wet bodembescherming en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het beleid inzake bodemsaneringen bepaalt immers dat op een sanering of een fase van de sanering als bedoeld in art. 38, derde lid, Wbb die is uitgevoerd voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel I, van deze wet, de artikelen 39c, 39d en 39e Wbb niet van toepassing zijn. Op deze gevallen blijven de regels van toepassing die voor genoemd tijdstip door provinciale staten zijn gesteld met betrekking tot de onderwerpen die in genoemde artikelen zijn geregeld. Als het saneringsplan een nazorgplan bevat, kan dit nazorgplan dus niet met toepassing van art. 39e Wbb worden gehandhaafd, maar mogelijk wel met art. 39a Wbb. Een andere mogelijkheid is volgens ons art. 37 Wbb, op grond waarvan het bevoegd gezag in een nieuwe beschikking kan aangeven welke maatregelen, incl. het verslag, in het belang van de bescherming van de bodem alsnog genomen moeten worden genomen (lid 4) en/of waarbij het bevoegd gezag de risico’s anders vaststelt (lid 6) wegens niet of onvoldoende uitgevoerde nazorg.
