Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie Update 2010 DEN
Bijlage(n):
Het protocol bevat een definitie van hernieuwbare energie en per optie is aangegeven welke methodiek en kentallen gebruikt moeten worden om de bijdrage van hernieuwbare energie vast te stellen. De aanpak voor de doelstelling voor het Schoon en Zuinig-programma is het substitutieprincipe, dat wil zeggen dat de bijdrage uitgerekend wordt van de fossiele brandstof die nodig zou zijn als in plaats van de duurzame energie-opwekking een conventionele techniek gebruikt zou worden. Daarnaast is de brutoeindverbruik methode beschreven die nodig is om het aandeel hernieuwbare energie voor de doelstelling voor Europese Richtlijn ‘Energie uit hernieuwbare bronnen’ (2009/28/EG) te berekenen. Verder is de vergelijking met de methode van Eurostat en IEA opgenomen. In een bijlage is voor elke voor Nederland relevante techniek een factsheet opgenomen met een rekenvoorbeeld.
Deze versie is de vijfde versie. Ten opzichte van de vorige uitgave van 2006 zijn de belangrijkste wijzigingen:
- Het aanpassen van de naam van het protocol in Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie.
- De methode voor het berekenen van het bruto eindverbruik zoals in de recent gepubliceerd Europese Richtlijn ‘Energie uit hernieuwbare bronnen’ (2009/28/EG) staat in het protocol beschreven.
- Aanpassen kentallen warmte-koude opslag, mestvergisting en warmtepompen.
- De methode voor het berekenen van het referentierendement bij electriciteitsproductie is afgestemd met het protocol Monitoring Energiebesparing, waardoor beide protocollen hetzelfde referentierendement hanteren.
Verschenen
Juli 2010
Voor
Overheden, marktpartijen en andere geïnteresseerden in de bijdrage van hernieuwbare energie in Nederland.
Geplaatst op: 18-04-2011|Gewijzigd op: 29-08-2011
Meer over: NL Energie & Klimaat, Duurzame Energie in Nederland
