Ziekte van Crohn monitoren met MRI: Minder belastend, meer inzicht
Patiënten met de ziekte van Crohn hebben niet alleen te maken met een levenslange, chronische ziekte maar ook met coloscopie: een pijnlijk darmonderzoek waarbij een kijkbuis in de darmen wordt geschoven. MRI-scans zijn een patiëntvriendelijker alternatief, maar hiervoor ontbreekt nog een objectieve meetmethode. De TU Delft is trekker van het project waarin deze wordt ontwikkeld.
De TU Delft ontwikkelt een objectieve, kwantitatieve methode voor de beoordeling van MRI-scans bij de ziekte van Crohn, samen met het AMC, University College London Hospitals, ETH Zürich, het Zuse Instituut Berlijn en de Britse bedrijven Biotronics3D en Vodera. Hiervoor heeft de EU 3 miljoen euro toegekend vanuit het Zevende Kaderprogramma.
Maximale score
Onderzoeker Frans Vos van de TU Delft is coördinator en schreef het voorstel van dit zogenoemde Vigor++-project. “Het project is ooit opgestart vanuit de twee Britse bedrijven op het gebied van radiologie en medische technologie. Twee eerdere financieringsaanvragen waren mislukt, toen ze bij mij aanklopten om dit project te trekken.”
Een halfjaar deed Vos over het schrijven van de aanvraag met als resultaat een score van 15 uit 15, de maximaal haalbare score! Vos: “Dit resultaat is ook te danken aan Agentschap NL. Mijn adviseur, Ramon Rentmeester, zat er bovenop dat het goed werd toegeschreven naar de gestelde randvoorwaarden.”
De ziekte van Crohn is een chronische darmziekte, waarbij perioden van meer en mindere ziekteactiviteit elkaar afwisselen. Om de behandeling en medicijnen goed in te stellen, is het belangrijk de mate van activiteit regelmatig vast te stellen. In deze behandeling moet de MRI de coloscopie gaan vervangen. Vos: “Met MRI-beelden is het mogelijk om de darmwanddikte, de mate van doorbloeding en de mate van gelaagdheid van de darm te meten. Deze eigenschappen moeten we gaan kwantificeren, een objectieve waarde eraan toekennen. Wat zegt een bepaalde dikte over de mate van ziekteactiviteit op een schaal van 0 tot 100? Daarvoor moeten we eerst heel veel MRI’s met elkaar gaan vergelijken, data vergaren en gegevens combineren. Dit is de kern van het project.”
Toekomstdroom
Resultaat moet zijn: een patiëntvriendelijker methode in combinatie met betere kwantificatie. En uiteindelijk hopelijk: betere behandeling en medicatie. Vos: “Mijn toekomstdroom is dat patiënten met zo’n vervelende ziekte niet meer zo’n vervelend onderzoek hoeven te ondergaan, terwijl je de ziekte tegelijkertijd beter in beeld krijgt. En dus: gerichter én goedkoper kunt behandelen.”
Voor meer informatie over het project:
Frans Vos (TU Delft), 015 278 7133, F.M.Vos@tudelft.nl
Jaap Stoker (AMC), 020 566 2532, j.stoker@amc.uva.nl
Zevende kaderprogramma (KP7)
KP7 is een groot en ambitieus onderzoeksprogramma met veel verschillende onderdelen en mogelijkheden. Agentschap NL is het nationaal contactpunt KP7 en helpt organisaties op weg: www.agentschapnl.nl/kp7
