Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

VS: internationale samenwerking conversie Biomassa/NSF

Om de internationale samenwerking in onderzoek en educatie te stimuleren heeft de National Science Foundation (NSF) o.a. het PIRE Programma opgezet. In een van de projecten participeren Nederlandse universiteiten. De komende tender zal gericht zijn op duurzaamheid.

Het PIRE Programma staat voor “Partnerships for International Research and Education”. Dit is een van de programma’s waarmee NSF internationale samenwerking bevordert tussen kennisinstituten en universiteiten. Die samenwerking betreft onderzoek en tegelijkertijd nadrukkelijk de opleiding van studenten. Per jaar is ca $ 18 miljoen beschikbaar voor de beste voorstellen. Daaraan worden de gebruikelijke kwaliteitseisen gesteld als intellectuele verdiensten, maar ook telt de brede samenwerking, wederkerige voordelen etc. Het programma loopt al een aantal jaren en er doen verschillende Nederlandse universiteiten aan mee. Alleen de Amerikaanse partners krijgen funding. De universiteiten uit de samenwerkingslanden dienen dus voor de eigen financiering zorg te dragen. In een symposium op 15 februari jl. werden een aantal PIRE programma’s als voorbeeld toegelicht.

Een van die programma’s betreft de conversie van biomassa in brandstoffen en basisgrondstoffen voor de chemische industrie (Molecular Engineering for Conversion of Biomass-derived Reactants to Fuels, Chemicals and Materials)¹. Een consortium onder leiding van dr Datye van de University of New Mexico, de University van Wisconsin-Madison, Iowa State University en de University of Virginia werken in dit programma samen met universiteiten in Europa. Vanuit Europa betreft dat Finland,  Denemarken, Duitsland en Nederland. Voor Nederland participeren de Universiteit Twente (MESA+), de Technische Universiteit Eindhoven (Chemical Engineering and Chemistry) en de Rijksuniversiteit Utrecht (Debye Institute for Nanomaterials Science). Volgens dr Dayte is het belangrijk dat de partners in het project complementair zijn. Zo brengt bijvoorbeeld de TU kennis in van micro reactoren.

De samenwerking in het Biomassa project beoogt de ontwikkeling van studiemateriaal en tegelijk studenten internationale op te laten op doen. Daarvoor zijn verschillende modules ontwikkeld. De belangrijkste richten zich op uitwisseling van onderzoekers en studenten, zoals een research internship (3 tot 6 maanden) en de summer researchschool (2 maanden). Nederland heeft zich in 2009 bij het consortium aangesloten en zal voor de betrokken studenten de Summerschool dit jaar in Nederland organiseren.

Ook in de PIRE tender 2010 waarvan de uitslag op 16 februari j.l. bekend gemaakt wordt doet Nederland mee. Het gaat om een training en workshop module voor “Data Intensive Computing Using the Open Science Data Cloud”. Dit lopende project staat onder leiding van twee universiteiten in Chicago in samenwerking met partners uit UK, Japan, Nederland (Universitiet van Amsterdam), Korea en China.

De volgende tender van PIRE zal volledig gericht worden op SEES: Science, Engineering and Education for Sustainability. Centraal staat het facilteren van ontdekkingen die bijdragen aan duurzaamheid op het gebied van milieu, energie en maatschappij.  Meer informatie over deze nieuwe PIRE tender kan gevonden worden op de betreffende website van NSF. De beoordeling vindt plaats in het najaar en de toekenningen in het voorjaar van 2012.

Meer informatie:

Hans Bakker - 24-2-2011

share
Geplaatst op: 24-02-2011|Gewijzigd op: 12-12-2011