Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Van goudsbloem naar tapijt

Tapijt MODINT/VNTF
De routekaarten leggen sectoroverschrijdende innovatieve mogelijkheden bloot. Tijdens de bijeenkomst Biorenewables bleken de tapijtindustrie, de chemische sector en de Margarine-, Vetten- en Oliënindustrie interessante raakvlakken te kennen. De keten van olie tot tapijtvezel loopt via de chemische en de rubber- en kunststoffenindustrie. Wat is de route van deze keten en wat gaan de sectoren concreet doen met de opgedane kennis?


De afnemer: Tapijt
De tapijtindustrie zoekt naar biobased materialen. De matchmaking bijeenkomst was dan ook erg inspirerend, vindt Peter Koppert, manager innovatie en duurzaamheid van de MODINT/VNTF. "Vooral met de MVO-sector is het interessant te kijken naar oleochemische polymeren vanuit reststromen en hiervan nylon-11 te maken als alternatief voor de bestaande tapijtgaren. Ook groene chemie op basis van hernieuwbare materialen kan biobased polymeren leveren. Naast recycling van gebruikt tapijt denken we namelijk grote klappen te kunnen maken met biopolymeren van waaruit we textiel- en tapijtvezels en garen spinnen. Dankzij deze bijeenkomst staat die route weer vol op ons netvlies. Zo zijn we benaderd om mee te denken over mogelijkheden om groencertificaten voor bio-PP (propyleen) te ontwikkelen in analogie met groene stroom (het deel dat bio-based wordt gecertificeerd). Vooralsnog is tapijt op basis van biovezels wel substantieel duurder. Dat betekent dat we een nichemarkt moeten vinden."
 
De tussenleverancier: Chemie
Reinier Gerrits, speerpuntmanager Energie en Klimaat bij de VNCI,vertelt: "De bijeenkomst toonde waar kansen voor samenwerking liggen qua ketensamenwerking. Onze sector is in Nederland nu nog geen directe toeleverancier voor de tapijtindustrie. Tapijtvezel- en garen worden niet door onze sector zelf geproduceerd. Die toeleveranciers voor de tapijtindustrie van biobased of recycled plastics zijn wel te vinden binnen de NRK-branche. Die op zijn beurt een directe afnemer is van onze producten. Belangrijk is dat de tapijtindustrie de keten kan terugvolgen voor een eventueel duurzaamheidcertificaat, maar ook dat de chemie als toeleverancier een beter beeld heeft van de eindtoepassingen en verwerking of hergebruik als producten uiteindelijk worden afgedankt. De routekaarten maken zulke productketens heel inzichtelijk. Zo zie je hoe jouw product bijvoorbeeld interessant is voor een industrie die je niet direct in het vizier hebt. Ook blijkt de Margarine-, Vetten- en Oliënindustrie qua scheidingtechnologie op zoek te zijn naar dezelfde kennis als onze branche. Dan is het logisch de hoofden wat vaker bij elkaar te steken."
 
De basisproducent: Margarine, Vetten en Oliën
De bijeenkomst vormt een prima basis voor vervolgstappen met het bedrijfsleven, meent Frank Bergmans van de MVO. De sector ziet vooral potentie in Castor-olie, een gewas dat 90 procent zuivere olie oplevert. Ook calendula ofwel de goudsbloem levert een goede basis voor biopolymeren. "Naast de tapijtindustrie is dat interessant voor de automotive industrie voor biobased coatings of de bouwsector voor constructiematerialen. De oleochemie levert ook crosslinkers die PLA, een kunststof op basis van suikers, flexibiliteit geven waardoor het tot folie verwerkt kan worden." Vanuit de routekaart ziet de MVO-sector ook ketenmogelijkheden voor natuurlijke vette alcoholen. "Die kunnen bijvoorbeeld worden toegepast als grondstoffen voor de biopolymeren, zoals polyurethaan. Dat kan mogelijk als tapijtbacking worden toegepast. Nu zijn weekmakers vaak vervaardigd uit bis-phenol A, een petrochemische stof waarover veel discussie is. Natuurlijke vette alcoholen zijn een goed alternatief in de chemische productieketen."
 
Ketensamenwerking is de toekomst
Koppert: De bijeenkomst leverde veel aanknopingpunten en wellicht is het opzetten van een pilottraject met de NRK, VAVI, MVO, VNCI en MODINT mogelijk om een verkoopbaar product te maken. De puzzelstukjes lijken nu door de routekaarttrajecten en topsector Biobased Economy steeds verder in elkaar te passen. Ketensamenwerking is naar onze mening echt de toekomst.” Om de ideeën concreet van de grond te tillen moet er nog wel wat gebeuren. Bergmans: "We moeten dit nu gaan uitwerken met de bedrijven in de keten zelf. Want om de conversie van oliën naar kunststof te maken, die weer toepasbaar te maken voor vezels en die vezels weer bruikbaar te ontwikkelen voor tapijttoepassingen, is nog veel onderzoek nodig. Vervolgens moeten marktpartijen ook worden overtuigd van het nut. Dat vraagt tijd en geld. Misschien zijn de innovatiecontracten een goede springplank of wellicht zijn er mogelijkheden voor verdere ondersteuning vanuit Agentschap NL."
 
Meer informatie
Neemt u dan contact op met Ton Runneboom, via de secretaris van het platform: Bregje van Keulen, telefoonnummer 088 602 70 69.
Meer informatie over de meerjarenafspraken energie-efficiency vindt u op onze website: www.agentschapnl.nl/mja of www.agentschapnl.nl/mee.
 

share
Geplaatst op: 06-02-2012|Gewijzigd op: 21-03-2012