Nederlandse onderzoekers ontvangen ruim 1,6 miljard euro uit Europa
Nederlandse onderzoekers bij kennisinstellingen en bedrijven hebben de afgelopen 3 jaar ruim 1,6 miljard euro aan financiering ontvangen vanuit het Zevende Kaderprogramma (KP7); hét programma voor onderzoek en ontwikkeling van de Europese Commissie. Nederland staat hiermee zesde in Europa, dankzij excellente projectvoorstellen die de felle internationale competitite overleven.
Nederland staat direct achter de grote landen Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Spanje. Dit blijkt uit de publicatie Nederland in KP7, 2011. Een digitale uitgave van het Expertisecentrum internationaal Onderzoek en Innovatie (EiOI) van Agentschap NL over de prestaties van Nederlandse organisaties in de eerste 4 jaar van KP7 (2007-2010).
Nederlandse investering wordt terugverdiend
De Nederlandse overheid draagt in deze periode circa 1,2 miljard euro bij aan KP7. Dit betekent dat er ruim 400 miljoen euro meer is ontvangen dan uitgegeven. De investering van Nederland wordt dus ruimschoots terugverdiend. Dit staat nog los van de economische en wetenschappelijke voordelen van de KP7-projecten op langere termijn.
Veel kennis binnen handbereik
Totaal zijn ruim 14.000 projecten gefinancierd. Nederlandse organisaties nemen aan ruim 3000 deel, een aandeel van 21 procent. In het onderdeel Cooperation is dat gemiddeld maar liefst 41 procent. Dat betekent dat Nederlandse organisaties toegang hebben tot heel veel kennis. Thema’s waarbij ze veel financiering verwerven zijn onder meer Health, Food, ICT, Environment én binnen het ERC-beurzen programma.
Veel kansen in de laatste oproepen
Voor universiteiten, medische centra en onderzoeksorganisaties wordt KP7 alsmaar belangrijker. Steeds meer onderzoek wordt in internationaal verband verricht en nationale financiering is daarbij beperkt. Er is nog circa 15 miljard van het KP7-budget beschikbaar voor de resterende 3 jaar van KP7, met voor veel thema’s nog een beperkt aantal oproepen. Minister Verhagen en staatssecretaris Zijlstra blijven de onderzoekers helpen om het succes voort te zetten. Dit jaar heeft Agentschap NL al 2000 Nederlandse onderzoekers getraind en geholpen bij hun aanvragen. Dat verdubbelt hun kans op succes, zo blijkt uit het verleden.
Verhogen mkb-deelname blijft aandachtspunt
Nederlandse partijen kunnen de publicatie ‘Nederland in KP7, 2011’ gebruiken als hulpmiddel bij het bepalen van hun internationale onderzoeksstrategie. De ambitie van Nederland is om de hoge retour te handhaven. Naast een sterke participatie van kennisinstellingen draagt ook een hogere mkb-deelname daaraan bij. Van het totale
KP7-budget is 15 procent toegekend aan het mkb. Het Nederlandse mkb ontvangt 12 procent van de aan Nederland toegekende financiële ondersteuning. Daarmee blijft Nederland achter bij het Europese streefcijfer van 15 procent.
KP7 en de topsectoren
Een groot deel van de KP7-onderzoeksgebieden sluit uitstekend aan bij de aandachtsgebieden van de eerder dit jaar gedefinieerde Nederlandse topsectoren. Nederland staat voor iedere topsector minimaal in de top 6 van landen die de hoogste EU-bijdrage verwerven. Voor de topsectoren Agrofood, Tuinbouw en Uitgangsmaterialen, en Life Sciences and Health is dat zelfs de top 4. Daarbij zetten Nederlandse organisaties KP7 efficiënt in. Het slagingspercentage behoort tot de allerhoogste in Europa. Dit en meer leest u in de publicatie Nederlandse topsectoren in KP7, 2011.
Meer informatie
Voor aanvullende informatie over KP7 en deze publicaties kunt u terecht bij het Expertisecentrum internationaal Onderzoek en Innovatie (EiOI) van Agentschap NL. EiOI draagt als ‘National Contact Point’ bij aan een zo goed mogelijke aansluiting van Nederlandse organisaties bij KP7.
T +31 (0)88 602 52 50
E internationaalinnoveren@agentschapnl.nl
http://www.agentschapnl.nl/kp7
