Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Kabinetsreactie op Horizon 2020

Op 30 november 2011 heeft de Europese Commissie haar voorstel gepresenteerd voor Horizon 2020, het Europese onderzoeks- en innovatieprogramma vanaf 2014. Dit voorstel is de basis voor onderhandelingen tussen de lidstaten van de Europese Unie (de Raad), het Europees Parlement en de Europese Commissie. Dit nieuwsbericht verwijst naar de officiële kabinetsreactie op dit voorstel en naar een verslag van de Raad voor Concurrentievermogen op 5 en 6 december 2011, waar de lidstaten van de EU een eerste reactie konden geven op dit voorstel.

Voorstel voor Horizon 2020
Op 6 december 2011 zijn twee TWA-artikelen gepubliceerd met een samenvatting van de voorstellen voor Horizon 2020 (1) en de voorstellen voor het aan Horizon 2020 gekoppelde European Institute for Innovation and Technology (EIT) (2).

Raad voor Concurrentievermogen: 5 en 6 december 2011

De lidstaten van de Europese Unie (de Raad) konden tijdens de Raad voor Concurrentievermogen (RvC) van 5 en 6 december 2011 in Brussel, een eerste reactie geven op de voorstellen voor Horizon 2020 en EIT. Staatssecretaris Zijlstra van OCW was namens Nederland aanwezig bij het onderzoeksdeel van deze RvC. Uit het verslag van deze RvC dat aan de Tweede Kamer is gestuurd (3), de volgende samenvatting van de eerste reacties:

"…Commissaris Geoghegan-Quinn benadrukte het belang en de toegevoegde waarde van Horizon 2020 voor groei en banen. Horizon 2020 zal zich richten op de prioriteiten van de Europa2020-strategie voor groei en banen, in het bijzonder de Innovatie Unie. … Horizon 2020 zal daarom een integraal kader vormen voor grensverleggend onderzoek tot aan introductie van nieuwe producten, processen en diensten op de markt.

De Commissaris gaf een toelichting op de maatregelen die genomen worden ter vereenvoudiging van Horizon 2020. Onder deze maatregelen vallen een betere balans tussen vertrouwen en controle, een eenduidige set van regels voor alle onderdelen van Horizon 2020, en een gelijk percentage voor vergoedingen voor alle deelnemers. De Commissaris benadrukte dat het principe van excellentie de basis zal vormen van Horizon 2020. Horizon 2020 zal ingedeeld worden langs drie strategische prioriteiten. De eerste prioriteit richt zich op een excellente kennisbasis…. De tweede prioriteit richt zich op industrieel leiderschap…. De derde prioriteit richt zich op het bevorderen van onderzoek en innovatie ten behoeve van maatschappelijke uitdagingen, zoals veroudering, klimaatverandering en het energievraagstuk. Tot slot benadrukte de Commissaris het belang van synergie tussen Horizon 2020 en de structuurfondsen. Zij gaf daarbij aan dat beide instrumenten eigen doelstellingen kennen die elkaar kunnen versterken.

De meeste lidstaten verwelkomden de integrale benadering van onderzoek en innovatie die de [Europese] Commissie met Horizon 2020 nastreeft. Horizon 2020 speelt een belangrijke rol voor het versterken van het concurrentievermogen, het aanpakken van grote maatschappelijke uitdagingen en het versterken van de excellente kennisbasis. De aandacht die de [Europese] Commissie geeft aan het verlichten van de administratieve lasten werd verwelkomd door de lidstaten. Nederland heeft daarbij benadrukt dat het behoud van de keuzemogelijkheid voor gebruikers die hun financieel management op orde hebben, belangrijk is om te kiezen voor het berekenen van hun subsidie op basis van de integrale kostprijs.

Samen met vele andere lidstaten benadrukte Nederland dat de bedrijfsdeelname aan Horizon 2020 moet toenemen. Daarbij werd onder andere aandacht gevraagd voor publiek-private samenwerking, de kapitaalmarktinstrumenten en instrumenten om deelname van het mkb te bevorderen. Ook verwelkomde Nederland de aandacht voor versterking van de kennisbasis, met name via de Europese Onderzoeksraad ERC.

Diverse lidstaten noemden ook het belang van een apart onderzoeksthema gericht op de geestes- en sociale wetenschappen. De meeste oostelijke lidstaten gaven aan nog vraagtekens te hebben ten aanzien van de maatregelen in Horizon 2020 ter bevordering van deelname door ondervertegenwoordigde lidstaten en regio’s. Zij ondersteunden het behoud van het excellentiecriterium voor Horizon2020, maar achtten de uitwerking van de samenhang met het Cohesiebeleid nog onduidelijk en zagen mogelijkheden om bijvoorbeeld via kleinere projecten een betere toegang te creëren voor nieuwe deelnemers. Nederland sprak zich samen met de West-Europese lidstaten positief uit over het behoud van het excellentiecriterium voor Horizon 2020.

De structuurfondsen zouden méér ingezet moeten worden voor het opbouwen van een sterke onderzoeksbasis in lidstaten en regio’s die ondervertegenwoordigd zijn in het huidige zevende kaderprogramma. Nederland benadrukte het belang van een overzichtelijk Europees onderzoekslandschap. Reductie van instrumenten is daarvoor nodig. Tot slot pleitte een aantal lidstaten, waaronder Nederland, voor het plaatsen van de internationale kernfusiereactor ITER en het programma 'Global Monitoring for Environment and Security' (GMES) binnen het Meerjarig Financieel Kader."

Officiële kabinetsreactie op het voorstel voor Horizon 2020

De kabinetsreactie op het voorstel voor Horizon 2020 is op 23 december 2011 naar de Tweede Kamer gestuurd (4). De Nederlandse positie wordt als volgt samengevat:

"Nederland staat positief tegenover het samenbrengen van onderzoek en innovatie in één strategisch kader. Nederland is daarbij voorstander van een overzichtelijk en transparant landschap van instrumenten op Europees niveau. Hiervoor moet er synergie zijn tussen de instrumenten en dienen de administratieve lasten gereduceerd te worden. Nederland staat positief tegenover de ambities van de Commissie om de administratieve lasten van Horizon 2020 te verminderen. Nederland mist de keuzemogelijkheid voor gebruikers die het, met name voor publieke kennisinstellingen die hun financieel management op orde hebben mogelijk maakt om subsidie te ontvangen op basis van een integrale kostprijs.

Ook verdere verbetering ten aanzien van de overzichtelijkheid van het geheel aan instrumenten op Europees niveau is volgens Nederland mogelijk. Nederland is verheugd over de versterkte investeringen in thema’s met grote maatschappelijke en/of economische impact. De door het kabinet vastgestelde economische topsectoren sluiten thematisch goed aan op de maatschappelijke uitdagingen en de industriële technologieën in Horizon 2020. De innovatiecontracten die binnen deze topsectoren gesloten gaan worden zullen voor Nederland leidraad zijn bij de onderhandelingen over de verdere invulling van deze programmaonderdelen.

In Horizon 2020 moet volgens Nederland meer waardecreatie uit kennis zijn. Hiervoor is het vooral van belang dat de deelname van het bedrijfsleven, in het bijzonder van het mkb, wordt bevorderd. De stappen die de Commissie zet om innovatie in Horizon 2020 te bevorderen kunnen op Nederlandse instemming rekenen. Hieronder vallen onder andere de aandacht voor mkb-specifieke maatregelen zoals precommercieel aanbesteden en de kapitaalmarktinstrumenten. Nederland acht het verder vooral van belang dat publiek-private samenwerking de grootste component van Horizon 2020 blijft, dat mkb-deelname aan de publiek-private samenwerkingsconsortia bevorderd wordt en dat er meer flexibiliteit komt, zodat er bijvoorbeeld ruimte komt voor kleinschalige en kortdurende consortia. Op deze punten biedt het voorstel nog onvoldoende zekerheid.

Nederland steunt de maatregelen die de Commissie neemt om de excellente kennisbasis te versterken. Hieronder valt ook de versterking van de Europese Onderzoeksraad (ERC) voor grensverleggend niet-thematisch onderzoek. Nederland is met de Commissie van mening dat het principe van excellentie gehandhaafd moet worden als criterium bij het verdelen van onderzoeksmiddelen binnen Horizon 2020. Daarbij is Nederland wel van mening dat bij het beoordelen van meer toepassingsgerichte calls een zwaardere weging gegeven moet worden aan impact of dat de drempelwaarde voor impact verhoogd wordt.

Nederland is van mening dat synergie tussen Cohesiebeleid en Horizon 2020 van belang is. De doelstellingen van beide programma’s moeten echter in stand blijven en elkaar aanvullen.

De beleidsmatige inzet van Nederland ten aanzien van het Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie zal ondersteunend moeten zijn aan de Nederlandse inzet in de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK), te weten een substantiële vermindering van de Nederlandse afdrachten aan de EU en een hervormde begroting die is toegespitst op de prioriteiten van dit decennium.

In dit licht bezien, is het wenselijk dat er voldoende middelen worden vrijgespeeld om binnen het krappere budgettaire kader meer te kunnen investeren in concurrentievermogen en innovatie. Wat het kabinet betreft zijn extra investeringen nodig voor:
  1. grensoverschrijdende publiek-private en publiek-publieke samenwerking op thema’s met grote maatschappelijke en/of economische impact;
  2. kapitaalmarktinstrumenten gericht op risicokapitaal en kredieten;
  3. de Europese Onderzoeksraad (ERC) voor grensverleggend niet-thematisch onderzoek. Deze prioriteiten worden in het voorstel van de Commissie versterkt.
Voor Nederland is wel van belang dat het merendeel van de middelen uit de onderdelen maatschappelijke uitdagingen en leiderschap in ondersteunende en industriële technologieën wordt ingezet voor publiek-private samenwerking en dat het mkb minimaal 15 procent van deze middelen kan verwerven. Volgens Nederland zouden bedrijven minimaal eenderde van het budget van Horizon 2020 moeten kunnen verwerven."

Besluitvormingsproces en tijdsplanning

Besluitvormingsproces
Het voorstel voor Horizon 2020 doorloopt – wat betreft het hoofddocument (de verordening) en de Regels voor Deelname – de 'gewone wetgevingsprocedure' (5). Dit betekent, kortgezegd, dat zowel de EU-lidstaten (de Raad) als het Europees Parlement (EP) moet instemmen met het gehele pakket. De Raad en het EP kunnen tijdens dit besluitvormingsproces aanpassingen voorstellen. Het wordt dus een onderhandeling tussen (formeel) drie partijen: de Raad, het EP en de EC. De EC gebruikt door het presenteren van voorstellen haar 'recht van initiatief', het EP en de Raad moeten er vervolgens beide mee instemmen.

De Raad bespreekt de onderdelen van het pakket voor Horizon 2020 (inclusief het EIT) tijdens de Raden voor Concurrentievermogen (RvC’s), die gemiddeld genomen elke twee maanden plaatsvinden. Wanneer over alle onderdelen is onderhandeld en die in gedeelten zijn goedgekeurd door de RvC, keurt de Raad, naar verwachting eind 2013, het gehele pakket formeel goed.

Het EP zal één of meerdere 'rapporteurs' aanstellen. Dit zijn Europarlementariërs die namens het EP als een soort secretaris deelnemen aan het besluitvormingsproces. Het EP neemt ook een rapport aan, waarmee zij haar visie geeft op de voorliggende voorstellen. De uiteindelijke goedkeuring vindt, in overleg met de Raad, naar verwachting pas eind 2013 plaats.

Tegelijkertijd is het besluitvormingsproces over Horizon 2020 ook gerelateerd aan het parallel lopende besluitvormingsproces over het MFK 2014-2020.

Tijdsplanning
1 januari 2012 Denemarken wordt voorzitter van de EU
Januari 2012  Het EP benoemt één of meerdere rapporteurs
31 mei 2012 Wellicht (deel)akkoorden over het document met de hoofdlijnen van Horizon 2020 en Strategische Innovatieagenda voor EIT tijdens de Raad voor Concurrentievermogen.
1 juli 2012  Cyprus wordt voorzitter van de EU 
januari 2013 Ierland wordt voorzitter van de EU 
1 juli 2013 Litouwen wordt voorzitter van de EU
1 januari 2014 Start Horizon 2020 (inclusief het EIT).
Meer informatie:
  1. Zie TWA-artikel 'Voorstel opvolger 7e EU-Kaderprogramma - Horizon 2020', 6 december 2011.      
  2. Zie TWA-artikel 'European Institute for Innovation and Technology: Voorstel 2014-2020', 6 december 2011.
  3. Brief van minister Verhagen (EL&I), mede namens staatssecretaris Zijlstra (OCW), aan de Tweede Kamer met het verslag van de Raad voor Concurrentievermogen van 5 en 6 december 2011, Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 21 501-30, nr. 277.
  4. Tweede-Kamerbrief over nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten, van de Europese Unie, Fiche 17: Mededeling en verordeningen Horizon 2020 – kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 22 112, nr. 1310.
  5. Zie ook de website over besluitvormingsprocedures van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
 
Davy Pieters - 6-1-2012 
share
Geplaatst op: 06-01-2012|Gewijzigd op: 22-02-2012