Als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal

Onder de grond of in de ondergrond?

De winter staat voor de deur. Ik merk het voelbaar als ik ’s-morgens vroeg op m’n fiets stap en me richting station beweeg. Met de nachtvorst en de gure wind kun je je handschoenen beter niet vergeten. Het wordt frisser! In Natuurbehoud (het lijfblad van Natuurmonumenten) nr. 4-2011 las ik een artikel over de wijze waarop diersoorten zich in ons land redden in de kou. “Onder de grond is het ’s-winters nooit zo koud als daarboven. Mollen gaan in de winter gewoon door met het graven van gangen. Ook andere dieren zoeken in of op de bodem “warmte” op. Ze kruipen in holletjes, onder stenen of houthopen om te schuilen voor vorst en sneeuw. In een composthoop is het door het verrottingsproces extra warm. Daar ligt een bont gezelschap half slapend te wachten op de lente: slakken, padden, salamanders, duizendpoten, loopkevers, vlinderpoppen en pissebedden”.

Drukte in de ondergrond

Wij mensen kunnen het ons niet permitteren om te schuilen voor de kou of om een winterpauze in te lassen. Recessie of niet, we rennen door om nieuwe kansen te benutten en onderwerpen te agenderen. De drukte in de ondergrond vraagt om regie of afspraken. Die drukte wordt in onze beleving veroorzaakt door het handelen van onszelf. De metrolijnen die we ondergronds aanleggen, de CO2-opslag die we veilig in de ondergrond willen, de groeiende behoefte aan schoon drinkwater en de bijdrage die we met bodemenergie willen leveren aan de realisatie van de klimaatdoelen dragen allemaal bij aan de drukte. Wat zouden onze mede-aarbewoners zoals de mollen en de kevers en de miljoenen ondergrondse bacteriëen daar allemaal van vinden? Is er nog voldoende ruimte voor de doelgroep dieren? Steeds meer integrale afwegingen maken en zoeken naar gebiedsgerichte aanpak is het motto.

Nieuwe thema’s

Zo was 2010 het jaar van de biodiversiteit. Wereldwijd was er brede aandacht voor dit thema. In ons land kwam het niet veel verder dan de Wageningse berg. Aandacht voor biodiversiteit leidt mijns inziens al tot bredere kijk op alles wat er in de bodem leeft. De nieuwe aanpak van de bodemadviseur 2.0 gaat een stapje verder: het vergt oog en belangstelling voor grensoverschrijdend denken. Hoe ver gaat dat en wat versta ik daaronder? Hoe maak ik de aansluiting met andere vakgebieden? We worstelen er allemaal mee. Ik vind dat het vooral draait om interesse en respect. Vragen wat anderen motiveert in hun werk en nieuwsgierig zijn naar wat zij willen bereiken en waar ze van dromen, heeft mij erg geholpen om veel plezier aan mijn werk te beleven. Samen met de partners in het Expertisenetwerk Bodem & Ondergrond willen wij in 2012 meer ontmoetingsmomenten organiseren van mensen uit de verschillende beleidsvelden samen. Dat doen we via de activiteiten van het Uitvoeringsprogramma Bodemconvenant, met de ILB fase 2 waarvoor de aftrap op het ILB-congres van 14 februari wordt gegeven, met het project Bodeminformatiebeheer etc. etc.

De uitdaging

Ik nodig al mijn bodem- en watercollega’s uit nieuwsgierig te zijn naar de drive van alle mensen die bijdragen aan de ontwikkeling van een goed functionerend bodem en watersysteem in hun regio. Laat me weten hoe dit heeft bijgedragen aan jouw plezier in het werk! En dan ben ik ook wel erg benieuwd naar de weerstanden die je daarbij ondervindt of de vraagstukken waar je tegenop ziet. Voel je uitgenodigd om dit met mij te delen, zodat ik en anderen ervan kunnen leren.

Henk van Zoelen is sectormanager van Bodem+

share
Geplaatst op: 06-12-2011|Gewijzigd op: 25-01-2012




Gepost op: 6 december 2011