Het manifest tussen de neuzen
In januari is een manifest gepubliceerd van een groep veranderingsgezinde omgevingsprofessionals uit de publieke en private hoek. Dit manifest is bedoeld als “wake up call” voor het bodem- en ondergrondbeleid en gericht aan de ontwikkelaars van de Nederlandse ruimte. Het manifest is gericht op de transitie in het bodembeleid. Hoofdlijnen zijn:
- verbinden, nieuwe coalities aangaan met water, energie, ruimtelijke ordening, natuur, landbouw en iedere andere nuttige partners;
- bodem als deel van duurzame ruimtelijke gebiedsontwikkeling;
- met ruimte voor regionale kracht en maatwerk;
- investeren in de multidisciplinaire leer- en ontwikkelomgeving;
- van saneringsbudget naar stimuleringsbudget voor duurzaam gebruik van de ondergrond;
- van een separate bodemwet naar een omgevingswet;
- beter benutten door experimenteren.
Ik raad aan het manifest goed te lezen. Ik krijg er al veel reacties op. Daar hoop ik op. Reacties hoor ik graag. Deels zijn ze positief. Er zijn ook interessante kritische noten. Ik noem er hier een paar. Het gaat over de abstractie van het manifest, de pretentie van het manifest en de doelgroep voor het manifest.
Van abstract naar concreet, gebruik maken van het moment
Wat betreft de abstractie: er valt inderdaad wat af te dingen op de formuleringen van het manifest. Mijn inschatting is echter dat velen zich er in grote lijnen in kunnen vinden. In eerdere visiestukken is dezelfde richting genoemd. In het manifest worden de gewenste ontwikkelingen nader toegelicht. Dat vind ik goed. Dat leidt tot spannender keuzen. Ik vind ook de timing van het manifest goed. Er is nu momentum om de taaie transitie verder te brengen. Het feit dat we het einde van de spoedsaneringsoperatie naderen, de andere dynamiek in de ruimte en de nieuwe omgevingswet - die ook zal uitgaan van decentralisatie, integraal werken en ruimte voor maatwerk - biedt kansen. In de praktijk moet het gebeuren. Daarom wordt voorzien in een actieprogramma bij het manifest.
Niet pretentieus, maar voor ons allemaal
Dan kom ik tot de tweede kritische noot: het is pretentieus. Welke “elite” heeft het manifest eigenlijk gemaakt? Die groep is geen elite, maar heeft zich wel ingezet en gecommitteerd. Ik ben één van de deelnemers. Ik weet terdege dat er buiten de deelnemers aan het manifest om juist veel goeds gebeurt. Niet iedereen heeft een “wake up call” nodig. Sommigen reageren er daarom een beetje boos op. Dat zegt enerzijds iets over hun betrokkenheid bij het onderwerp. Dat is mooi. Anderzijds is het belangrijk het manifest niet zwaarder te maken dan het is. Het is een statement van een aantal personen dat aandacht en discussie verdient.
Voor wie? Relatietherapie.
Dan de derde kritische noot: aan wie is het eigenlijk gericht? Aan de bodemwereld of aan de ontwikkelaars van de ruimte? Ik vind deze vraag minder belangrijk. Mij gaat het vooral om de relatie. Daarbij worden verschillende partijen aangesproken. Relaties zijn ook hier de sleutel. Ik heb mooie dingen over relaties gehoord. Ons karakter en ons wezen wordt erg bepaald door onze relaties. Op het sterfbed, als alleen het belangrijkste nog telt, gaat het vaak over relaties. Niet alleen tussen de oren, maar ook tussen de neuzen, daar moet het goed zitten.
Gerd de Kruif is programmadirecteur Uitvoeringsprogramma Bodemconvenant.
Gepost op: 20 februari 2012
